maandag 28 juni 2010

Het Allerlaatste Woord...

Vreemd en verward begin ik aan mijn laatste bericht. Het laatste bericht dat de eer heeft mijn IJsland-avontuur af te sluiten. Vreemd en verward voel ik me omdat ik de laatste dagen in IJsland en de eerste dagen in België op een emotionele rollercoaster gezeten heb. Maar ’t is tijd om duidelijkheid te scheppen. ’T is tijd om al hetgeen dat rest, uit de doeken te doen.

Het begin van het Einde.
Het zou allemaal moeten beginnen op 23 juni, maar ik heb enkele gaten in mijn geheugen. Niet dat ik zo dronken geweest ben of omdat ik ‘pief’ gerookt heb. (De KSA’se woordenschat, dat heb ik toch gemist / pief = weed) Desondanks het feit dat mijn geheugen me even in de steek laat, kan ik jullie toch meegeven hoe die laatste dagen zich ongeveer voltrokken. Om te beginnen heb ik vaak met Sam uit Québec (Canada) rondgehangen. Sam en ik, wij liggen op één lijn. Alles wat gezegd wordt keert zich naar een filosofisch gesprek. En dat klinkt misschien zwaar en vele zullen gaan van: “Bah, wat doet gij in uwe vrijen tijd?”. Maar onze gesprekken waren heel luchtig en vooral het feit dat Sam niet van wetenschappen houdt… laat me dat anders formuleren. Vooral het feit dat hij niet in de wetenschap gelooft, zorgt vaak voor hilariteit. Sam is een man van de natuur en doet me denken aan (herinnert u hem nog?) Christopher Johnson (Chris) McCandless.

Sam is de rode draad doorheen het einde, maar ook Takehiro (Japan) was van de partij. Toen ik Takehiro voor eerst ontmoeten kon hij spijtig genoeg niet te veel engels, maar hij buigde wel altijd lichtjes als ik hem iets vroeg. Doch dat is verandert en alleen het buigen is overgebleven (echt zo’n stereotype ding). Takehiro is wel lachen en wie weet zal ik ooit mijn zinnen zetten op dat eiland ver van hier, het land van de Samurai en niemand minder dan Takehiro zelve.

Ook Colin, mijn Amerikaanse broer is nooit veraf geweest. Hem zal ik niet rap vergeten vermits ik door hem dat zweeds meisje heb leren kennen. Toch zou ik ferm arrogant zijn als ik Colin enkel voor die bewezen dienst zou herinneren. Die kerel ligt net gelijk Sam en ik op dezelfde lijn of alleszins een parallellijn vermits Colin al zijn beslissingen baseert op de wetenschap, waardoor hij af en toe botst met Sam.

Sam en Colin zijn van twee van die sleutelfiguren waarvan ik weet dat ik die nog ga zien. Bij het afscheid zeiden we niet vaarwel, maar tot ziens. Gewoon omdat we alle drie wisten dat dit jaar het begin is van iets groots, iets spontaans … het leven begint.

Afscheid.
Als afsluiter was er zo’n eindkamp georganiseerd. Zaterdag om 10 ’s morgens gingen we zoals de traditie het voorhield een boompje planten. Voor vele betekende dit afscheid nemen van hun gastfamilie. En voor even was ik blij dat ik dit deel al achter de rug had. Mijn gastfamilie had ik achter gelaten in Bolungarvík.

Daarna gingen we naar een schooltje om daar voor de laatste keer te gaan zwemmen en enkele groepsgesprekken te doen i.v.m. ons jaar en onze bevindingen. De avond ging voorbij met veel praten over alles behalve het vertrek. Slapen werd er bijna niet gedaan vermits ik en nog zo’n 20 andere om 4:30 ’s morgens aan de luchthaven moesten zijn.

Vaarwel zeggen tegen de andere uitwisselingsstudenten ging gepaard met veel traantjes. Tranen die niet van mij waren. En ook Colin en Sam bleven er vrij ongeroerd van. Ik zei nog dat het allemaal iets gemakkelijker ging gaan als we mee konden huilen en daar gaven ze me gelijk in. Dat creëerde een vreemde sfeer. Wij observeerden en dachten na met voldoening over hoe het jaar geweest was, maar andere vlogen elkaar in de armen, wanhopig proberend om het moment van samenzijn te verlengen. De tijd was gekomen en ik begon iedereen af te gaan om tot ziens of vaarwel te zeggen. Ik vind dat men dat soms voelt wanneer er een tot ziens inzit of wanneer het gewoonweg een vaarwel is. Manuela uit Spanje was juist hersteld van een huilbui en ze had haar haar opnieuw gedaan, waardoor ze er ongelooflijk mooi uitzag. Ik complimenteerde haar en zag daar alsnog met veel moeite een glimlach te voorschijn komen. Bij haar hoop ik op een tot ziens en welja Spanje is niet zo ver, of die afstand is alleszins ‘te doen’.

Colin en Sam bleven ook achter op die school, zij hadden een vlucht laat in de namiddag. Sam sloot af met: “We zouden elkaar moeten weerzien wanneer we opnieuw verandert zijn, niet eerder…” Daarmee bedoeld hij dat het geen zin heeft om afscheid te nemen als we mekaar over 10 jaar weer gaan zien en we zijn nog altijd hetzelfde. Het gesprek escaleerde weer zoals dat altijd bij ons ging en we concludeerden dat wijsheid niet uit de woorden van de spreker komt, maar uit de redenering van de ontvanger.

-Ah weet ge, misschien dat deze tekst u niet zoveel zegt maar ik draag die momenten zeer hoog in het vaandel. Gewoon omdat ik een band, een zielsverwantschap zag in deze twee individuen.

Ons gesprek werd abrupt onderbroken toen één van de vrijwilligers mijn scheidde van mijn broers en de bus op duwde. Een vriendschapsband die niet onderbroken is, maar gewoon op pauze gezet werd.

De luchthaven.
Het duurde mij allemaal te lang. Inchecken, securitycheck… het bleef maar duren. Toch wil ik nog even de dame achter de incheckbalie bedanken omdat zij geregeld heeft dat ik 20 kilo teveel mee mocht nemen op het vliegtuig. 20 kilo per persoon is toegelaten, maar ik kwam aan met 40. Ik denk dat de blik in mijn ogen, die: ‘Ik wil gewoon naar huis…’ vertaalde in weinig woorden veel verschil heeft gemaakt. Toch lag de eindbeslissing bij die dame en daarvoor vele malen bedankt.

We vlogen richting Kopenhagen en daarna op Zaventem. In totaal hebben we zo’n 4.5 uur op de vlieger gezeten. In Kopenhagen heb ik afscheid genomen van Burak mijn gastbroer voor 8 acht maanden. Het was me een hippe rit, kerel. Rond een uur of 5 denk ik kwamen we aan op Zaventem. Mijn koffers bijeenrapen en nog even wachten op mijn gitaar die door een speciaal iemand afgeleverd werd. Lies die me bijstond tijdens het wachten op mijn gitaar, begon het moeilijk te krijgen en ik excuseerde haar. Ze moest niet blijven en dus daar namen wij afscheid en ging ieder zijn eigen weg. Veel geluk Lies! Veel geluk.

Het weerzien.
Een tiental minuten later werd mijn gitaar afgeleverd en begon ik aan mijn tocht richting exit. Ondersteunt door degelijk Vlaams en flarden Engels (zoals dat niet ongewoon is op een luchthaven) kan ik alleen maar lachen. Denken kan ik niet meer, ik ben veel te moe. Ik ben thuis en dat is hetgeen wat telt. Ik stoot mijn bagagekarreke door de uitgang om daar vast te stellen dat er nog duizend en één mensen op zoek zijn naar hun dierbaren. Een kreet die “LENNART!” vormt krijgt mijn aandacht en inderdaad daar staat mijn moeder, mijn mama doodgelukkig en met tranen in de ogen. Tranen vloeien en ik vlieg haar in de armen. Even later is papa aan de beurt voor een knuffel. Ik ben moe, zeer moe maar voldaan. We drinken nog iets in de luchthaven om te bekomen en dan op naar Zutendaal. Het is allemaal zo onwerkelijk, er staan geen vreemde tekens meer op de borden langs de weg. Iedereen spreekt Vlaams, de mensen rondom mij zijn geen vreemden. Het is lang geleden dat ik omgeven was door mensen die ik ken, ik was gewoon geworden aan gezelschap dat bestond uit veelal vreemden. Opeens herken ik de omgeving, we rijden Wiemesmeer binnen. Een moeilijk moment volgt. Ik besef hoeveel van mijn herinneringen zijn vervaagd en om alles opeens te zien is moeilijk om te vatten. Ik vraag tussendoor nog of er iemand thuis is en krijg het antwoord dat Opa uit Zutendaal is gaan zingen in Scherpenheuvel. Ik denk van: “Ideaal dan ga ik gewoon men bed in en zien we de familie morgen wel.” We rijden de Boogstraat op en ik voel me opgelucht het reizen is eindelijk gedaan. Als we de Berkenstraat opdraaien wordt ik pas gewaar van de gigantische bache die luidt: ‘Welkom Thuis’. Ik merk iemand op achter die doek, maar ik ben in geen staat om te beseffen wat gaat gebeuren. Mijn verstand staat uit. Ik stap uit en voel hoe de hitte over mij heen komt. Drie seconden later springt de familie achter die doek uit. Ik weet niet wat te doen. Vrolijkheid en geluk vult mijn hart. Ik zoek toevlucht in de armen van Oma, ik sluit mijn ogen en ik weet… Ik weet zeker dat ik thuis ben. Het weerzien is een hele belevenis, iedereen ziet er veranderd uit. Al ben ik waarschijnlijk de enige die dat merkt…

De barbecue wordt aan gang getrokken en ik begin de laatste nieuwtjes en weetjes her en der op te pikken. Bij mijn rondleiding door het huis, merk ik dat heel wat verandert is. Alle kleine dingen komen in één keer op me af. De satékes en de frietjes doen deugt. Vlaams, dat op traditionele wijze wordt gesproken met Ge en Gij omringt mij weer. Enkele kerels van de KSA vallen ook nog even binnen, maar ze zijn duidelijk niet voor de hapjes gekomen. Bier is er en die mannen zijn content. Het eerste nieuws dat me bereikt van de KSA komt van Schellingen die vol trots: “Maaike heeft ne nieuwe frigo!” uitroept. (Maaike = frituur / voor zij die niet in Zutendaal wonen). Ik ben blij dat iedereen er was. Een betere thuiskomst kon ik me niet inbeelden.
Van mijn avontuur heb ik veel geleerd. Maar mijn zoektocht naar wijsheid is nog maar net begonnen. Ik weet niet wie het zei, maar dit is een ervaring die niemand me meer afpakt. En inderdaad, ik ben heel blij dat ik het mocht meemaken. Voor de toekomst mag het wel gezegd zijnde dat dit een voorbode is van wat nog mag komen. De reiskriebels heb ik vies te pakken en die zullen er op ne keer toch uitmoeten.

Hopelijk hebt ge van mijn blog genoten en laten we hopen dat ik snel een nieuwe kan bijhouden.

Ik heb van het leven genoten en dat is iets waar ik niet meer mee ga stoppen. Voor de rest zou ik oneindig kunnen blijven zwansen over IJsland en hetgeen ik daar gedaan heb, maar voor om een ietwat degelijk verhaal neer te schrijven, ga ik het hier bij houden. Geniet nog van de zomer en daarmee, daarmee is het allerlaatste woord gezegd…


Lennart

dinsdag 22 juni 2010

This Is It!

16 juni:
Het verlaten van Bolungarvík is een feit. Mijn koffers zijn gepakt. We besluiten om mijn koffers te wegen en ik merk, dat ik om en bij de 36 kilo aan bagage heb. Om daar een interessant punt van te maken, ga ik meedelen dat ik vertrok met precies 20 kilo. Om nog maar te zwijgen over hetgeen ik heb meegegeven aan Ine, Leine en Diane. Maar dat komt ook een beetje door het feit dat ik twee gitaren aan mijn arsenaal heb toegevoegd. Hoe dan ook de laatste dag was een triestige dag. Het weer was maar grijzig en veel woorden werden er niet uitgewisseld. Ik ben op de middag toen nog even naar Sigga gegaan om haar te bedanken en om Sigurjón nog eens te zien. Sigurjón was echter nog in het kleuterschooltje dus moest ik daar even naartoe. Ik probeerde hem in mijn beste IJslands bij te brengen dat ik niet meer terugkwam. Maar hij begreep het niet goed, het was zijn verjaardag en hij bleef maar vragen achter zijn cadeau en wanneer ik nog eens met hem naar het zwembad ging. Ik had geen en van het zwembad zou niks meer in huis komen, dus moest trapte ik het maar af. Eenzaam was dat wel, maar wat had ik nu ook van een vijfjarige kind verwacht. Onder de vrienden was het ook heel oncomfortabel, het lijkt wel alsof niemand echt goed met afscheid om kan. Ik verwijt niemand want ik zit in hetzelfde schuitje, ’t is gewoon een conclusie die ik getrokken heb. En daarmee is die conclusie het allerlaatste wat ik in de Westjörds geleerd heb. Ook de trip naar het vliegveld was maar een stille, maar wat moet ge precies zeggen bij een vaarwel? En toen ging het allemaal snel, het vliegtuig was al ginds en onze koffers waren op 3 seconden ingecheckted. Een vervelende stilte kwam op en ik zag aan Elín dat ze het moeilijk begon te krijgen. Elvar daarentegen, bleef grapjes maken tot het bittere einde. Wellicht zijn methode om met afscheid om te gaan. Emil liep wat verdwaasd rond, maar dat was ok. De man achter de incheckbalie luidde de bel en dat was het dan. Elín barstte in tranen uit en ook Elvar werd stil. Emil was doodgelukkig vermits alles wat Burak en ik niet mee konden nemen gaven we aan hem. Zo heb ik ook mijn Basketbal afgestaan.

De vlieger op en dat was het dan.

Ik wordt opgepikt door een vrijwilligster op de luchthaven en wordt op mijn nieuwe slaapplek gedropt. Fijn dichtbij het centrum. Ze vraagt me nog of ik naar een barbecue wil gaan en wie ben ik om zo’n aanbod af te slaan. Ik maak er kennis met de ijslandse kids die in september vertrekken naar God-mag-het-weten. Ik gebruik de term kids, want ik voelde meteen een kloof tussen hen en mijzelf. Alsof er een onoverspannen stuk van pure wijsheid tussen ons in lag, waar ik met behulp van de afgelopen 10 maanden alsnog ben over geraakt. Ik voel me goed, ik voel me jong volwassen.

Ik besluit de avond van de 16de in stilte door te brengen en speel wat gitaar. De mensen waarbij ik verblijf ontmoet ik pas om 2 uur ’s nachts. Zij zijn altijd druk bezig, maar dat was geen probleem, want ik wist al ergens in mijn achterhoofd dat ik niet vaak ging thuis zijn.

17 juni:
Ik pak de velo, die van de pa ter huize is en trampel in de directie van ‘downtown’ Reykjavík. Het was nationale feestdag, wat mijn eerste dag een bijzonder interessante maakte. Vermits er veel mensen waren. Zo’n grote groep mensen had ik al lange tijd niet meer gezien. Maar dat maakt Reykjavík er niet groter op. Ik besloot om eerste de World Cup te gaan kijken in een degelijk bar en daarna op zoek te gaan naar wat bekender volk. En het duurt niet lang voordat ik de andere uitwisselingsstudenten gevonden heb. Alleszins dat groepje waar ik me goed bij voel. Zij brachten enkele ijslandse vrienden mee. We schuimen samen de pubs af en we splitsen even op omdat sommige Frankrijk – Mexico wouden gaan zien en ander thuis moesten gaan eten. Ik ga met Sam (Canada) en Colin (USA) naar de wedstrijd kijken en achteraf delen we ook nog een pizza. Die avond gaan we nog naar een fuif. Nammidagur speelt en die hadden wel een unieke sound. Bij toeval nog een luikse wafel gegeten en met Hans gesproken. Hans is een kerel van middelbare leeftijd die een ongelooflijk hippe motor had.

Rond één uur sluiten de bars en besluiten de meeste om naar huis te gaan. Toch gebeurd dat niet en belanden we in een debat of we al dan niet pannenkoeken gingen eten ergens aan de andere kant van’t stad. Het antwoordt blijk ja te zijn en dus begin ik maar te fietsen naar weet ik veel waar. Oh ja, Harri(deel van het gezelschap) had een kruisje op de map gezet. Ik heb zo’n map gekregen zonder straatnamen, maar met een satellietbeeld van Reykjavík. Ik vind het wel een coole manier om te navigeren door Reykjavík. 45 minuten later kwam ik daaraan, maar daar werd ik opgewacht door Harri die zei dat het daar niet ging doorgaan. Het ging doorgaan op de plek waar ik vertrokken was. Euhm ja… Ik zei kerels, dit gaat nergens naartoe, ik ben pitten. En zo geschiedde het ook.

18 Juni:
Was een rustige dag. Omstreeks twee uur was ik weer wat mens en zonder veel twijfelen, stapte ik half slaapdronken weer op de velo. Er bleek niet te veel gaande te zijn downtown, dus pikte ik nog maar eens een wedstrijdje van de World Cup mee en bezichtigde ik Reykjavík. Die avond was niets gepland dus ben ik gewoon naar huis gegaan en om wat slaap te vatten. Ik denk dat ik maar 24 uur in totaal geslapen heb in de tijd dat ik bij die mensen woonde. Maar dat was voor hun geen probleem, want vaak kwamen zei nog later dan mij thuis. Op deze dag heb ik Ronald ontmoet een kerel uit Australië. Hippe kerels die van Australië en een cool accent. De kerel leek echt zo’n surferdude dus ik was helemaal geboeid.

19 Juni:
Dit was de dag dat ik met Colin, Carlos en vrienden van Colin naar het Blue Lagoon ging! Woohoo. Was wel cool! Ik weet niet goed hoe die warm waterbronnen in elkaar steken, maar dat zoek ik wel uit als ik terug in België ben. Ik heb er alleszins van genoten. Ook grappig was dat op een bepaald moment twee vlamingen in onze beurt zaten en die hoorden ons Engels en IJslands spreken. Ik vond het hilarisch toen zij tegen elkaar zeiden van: “zie verstaan ons waarschijnlijk ook niet als we vlaams spreken”. Waarop ik uit volle borst: “JAWEL, TOCH WEL” schreeuwde. Verbazing alom, en daarna volgde natuurlijk de algemene ‘Small Talk’.

Die avond werd ik nog uitgenodigd voor een party. Dat bleek echter gigantisch ver te zijn (niet te doen met de velo) dus een taxi was nodig. Dat was wel cool, ik begon te praten met de taxichaufeur en die zei dat het zo’n 4000 kronur ging kosten om ginds te geraken. De teller sprong echter op 4000 lang voordat we ginds waren. Maar hij zei dat hij de teller ging stoppen omdat ik ne vriendelijke gast was. YUUH! De party was gans goed. Veel hippe nerds eigenlijk. We zaten op een gegeven moment over quantum fysica te praten. Niet dat ik daar veel vanaf weet, maar ik heb mijn luisterend oor opgezet en ik vond het wel cool. Harri was zo vriendelijk om me terug te naar huis te brengen en dus omstreeks 4:30am kroop ik onder de wol.

20 Juni:
Ging ik naar een AFS-meeting. We gingen één of andere berg beklimmen om de middernachtzon te zien. U weet wel, de tijd dat de zon niet ondergaat. Helaas was er veel mist en dus niets te zien. Vooraf was nog een BBQ gepland en ook daar was de Lennart gaarne aanwezig. Het verwerken van mijn vistrauma is begonnen. Ergens die dag zijn we ook nog naar een Vikingfestival geweest. Dat was cool, maar ik vond het niet spectaculair. Gewoon fijn om eens gezien te hebben.

21 Juni:
Ben ik met Carlos en Sam naar een tattoo shop gegaan. Carlos ging een tattoo laten zetten en ik wou daar gaarne bijzijn. Ik heb een vreemd interesse in tattoo’s. Gene paniek ik heb er geen en ben ook niet meteen van plan om ene te laten zetten. Maar ik vind ze wel wat hebben. Natuurlijk was het maandagmiddag en dus waren vele shops gesloten. Daarna ben ik direct naar Kringlan gegaan. Das een winkelcentrum. Normaal geen plek voor een ziel gelijk ik, maar! Ik had nieuw kleren nodig omdat ik een date had die avond met een zweeds meisje. Hoe dat afgelopen is weet maar een handje vol mensen en ik wil dat gaarne zo houden. Nog voor die date ben ik van slaapplek verandert. Ik woon nu verder van het centrum af. Helaas.

22 Juni:
Dat is vandaag, maar vermits ik de hele dag met mijn blog bezig geweest ben, is er nog niks gebeurd. Tegen de avond aan ben ik nog een filmpje gaan pikken: 'Get him to the Greek'. En ik heb ook een heel interessant gesprek met Emil mijn gastheer gehad. Emil boodt me een glaasje congac aan en wie ben ik om te weigeren. Wreed sterk, maar niet slecht. Maar helaas heeft het meisje van mijn date me ook duidelijk gemaakt dat ze afstand wil houden. Ze wil zich niet in een romantisch avontuur storten wat naar alle waarschijnlijkheid geen toekomst heeft. Ergens is dat misschien wel het beste, maar ik vond het wild en impulsief en vreemd genoeg hield ik er wel van. Want ik ken haar helemaal niet goed, maar 't was gewoon zo spontaan dat het goed voelde. Twee individuen die elkaar ontmoeten, elkaars pad kruisen zonder veel consequenties. Mooi, bijzonder mooi vind ik dat.

Reykjavík bevalt me wel...

Tot snel!


Lennart