zondag 27 september 2009

Pictures

Check eerst "1°C ",

Ó zó mooie foto's van mijn 5de week in IJsland.
Kopieer ze, begraaf ze, doet ermee wat ge wilt! Nu zijn ze van het internet en het internet is van iedereen!!

http://picasaweb.google.be/Dhyhakhan/EnToenWasEr#

From Iceland with love...

1°C

Er is alweer een weekje om sinds mijn laatste post. Tijd om nog eens iets van me te laten horen, niwaar? De dagen die ik achter de rug heb, waren ietwat bizar. Niet slecht, maar eerder ongewoon. Even tussendoor de titel zegt het al, de temperatuur is hier gedaald van een aangename 10°C naar een frisse 1°c.

Maar goed op maandag kreeg ik te horen dat ik wellicht van gastfamilie kan/ging veranderen. Ik heb helemaal geen problemen met mijn huidige gastfamilie, tis alleen de afstand(44 km) van hier tot aan het dorp waar men school ligt. Dat kan ik moeilijk elke dag met de fiets doen om wat rond te hangen met vrienden. Ik woon nu op zo’n anderhalve km van de enige kerel in de omtrek. Sommige jongeren die ik ken wonen in Ðingeyri, maar ook dat dorpje is zo’n 10 km van mij verwijderd. Het is het dorp dat je op sommige van de foto’s kan zien, aan de overkant van het water. (Zo dichtbij, maar toch zo veraf)Ik denk gewoon dat het beter is, vooral om goeie vrienden te maken dat ik naar Isafjörður verhuis.Van mijn toekomstige gastfamilie weet ik weinig of niets: Een AFS-vrijwilliger schreef via e-mail dat het koppel bang was dat ik me misschien eenzaam ging voelen, vermits ze lange shiften draaien op hun werk.

Dinsdag bracht een verrassing, de eerste sneeuw! Bij aanvang waren alleen de toppen van de bergen wit, maar tegen het eind van de (school)week lag er een mooi laagje sneeuw. Helaas is het gisteren(zaterdag) beginnen regenen, waardoor de sneeuw in de valleien weg is. Hoe dan ook, de bergen zijn nog schoon wit en den deze geniet er vollenjap van. Ik vrees er echter voor dat ik tegen Nieuwjaar die sneeuw ongelooflijk beu ga zijn, maar dat zijn kwesties voor later.

Jullie weten het of jullie weten het niet, maar mijn school wil me niet in de lessen IJslands steken. Ik ben de heel week gaan vragen en smeken, met het hoogtepunt op woensdag waar ik toch het boek dat ze gebruiken heb kunnen aftroggelen. Er zijn nog wat mensen gemobiliseerd, maar veel verwacht ik er niet meer van. Er werd mij verteld dat de universiteit (waar ik oorspronkelijk zat) ook lessen IJslands geeft, dat moet ik echter nog uitpluizen. Dit alles gebeurde voornamelijk op woensdag.

Op de vierde dag van de week kwam ik aan de praat met Dave, een individu uit Mauritanië. Hij volgt het Masters Program aan de universiteit. Hij is hier voor zijn werk, hij moet kijken hoe ze hier de visindustrie aan gang houden. Eigenlijk is hij een soort spion, want hij moet hier ideeën op doen zodat ze de visindustrie in Mauretanië kunnen perfectioneren. Vermits hij hier een jaar verblijft, mocht hij kiezen wat hij deed: hij kon gaan werken en dubbel verdienen of gaan studeren. Hij heeft voor het tweede gekozen omdat deze studie perfect bij zijn job past.

Vrijdag was een wilde dag. Ik ging naar school wandelen. Midden in de nacht (02:00u) ben ik begonnen met wandelen. Ik had de 44 km voor de boeg en ging twee bergen kruisen.Op de eerste berg al werd ik echter door een sneeuwbui omgeven. Ik zag nog geen 5 meter en moest me oriënteren op de paalkes langs de weg. Links de 1 meter palen, rechts de halve meter paalkes. Mijn conclusie: te weinig palen. Er waren moment bij dat ik de volgende paalkes niet meer zag of dat de 1 meter paal rechts stond, vermits ik recht doorliep en de weg draaide. Mijn handschoenen waren na het temmen van de eerste berg nat en dus onbruikbaar. Gelukkig herinnerde ik me een bergbeklimmers techniek* die ik in een ver verleden eens gehoord had. De trip was hard en dat wist ik op voorhand. Vele mensen vroegen mij waarom en dat is moeilijk uit te leggen. Ik voel pas dat ik werkelijk leef als ik mentaal en fysiek de uiterste grenzen raak. De tweede berg was er een uit de categorie: “Blijf daar met uw pollekes vanaf”. Het pad naar de top was eindeloos om nog maar te zwijgen over de aanloop naar het pad naar de top. Met sneeuw tot aan men knieën was het werkelijk een hel. Ik ben werkelijk gestorven op die tweede berg. Benen die niet meer willen, korrel-sneeuw dat als zand in uw gezicht waait, moraal dat lang vervlogen is… Na een dodentocht van zo’n acht uur, kwam men gastmoeder me op pikken op zo’n 6 à 7 km van de school, ze vond het genoeg geweest. Al was ik terug op krachten omdat ik aan’t dalen was, de sneeuw sloeg niet meer in men gezicht en de zichtbaarheid was terug 200 meter. Ik heb de tocht dus niet kunnen uitlopen, maar ik weet dat ik in staat ben om het uit te lopen en dat is hetgeen dat telt. Ik had niets te bewijzen, ik moest enkel voor mezelf bevestigen hoe ver ik kon gaan en in die opzet ben ik zeker geslaagd.

Het beste aan iedereen!

En speciale felicitaties aan mijn Opa uit Opgrimbie, want vandaag is hij jarig.


Lennart

Ps.: Er zijn nieuwe foto’s!

---------------------------------------------------------------------------------
*De techniek gaat als volgt: Op het moment dat uw hand werkelijk te koud is, moet ge deze op uw buik leggen. Vermits de romp omgeven is door geïsoleerde lagen bestaande uit dode lucht, zal uw romp t.o.v. uw hand gigantisch warm zijn. Tip van de dag: Leg uw hand niet rechtstreeks op uw buik, steek hem eerst tussen uw T-shirt en uw pull. Het kan namelijk zijn dat uw romp de kou van uw hand niet meer kan overwinnen. Als uw handen terug op een degelijke temperatuur zijn en er weer voldoende circulatie van bloed is, dan is het mogelijk dat de bloedcirculatie stand houdt. Dit resulteert in blijvende warme handen. Ik heb het getest en bij mij werkte het allezins.

zondag 20 september 2009

"No One..."

De afgelopen 7-daagse was een hippe week. Het was sportweek, elke dag werd er iets rond sport gedaan. Het begon “simpel” met de bal zo lang mogelijk in de lucht houden. De eerste persoon zette het record op zo’n 54 keer. Ik waagde men kans, maar kwam niet verder dan 12 waarmee ik mijn persoonlijk record toch verbeter met 3. Ik kreeg alsnog een applaus, vermits ik gewoonweg de skiptinemi (= uitwisselingsstudent) ben. Dinsdag was basketbal, ik heb dit helaas gemist omdat niemand me dat gezegd had. Woensdag was er een competitie push-ups en lopen, voor de push-ups heb ik vriendelijk bedankt. Maar het lopen was wel lachen. Een rondje door eender welke school is gewoonweg gevaarlijk. Ik heb niet gewonnen, maar ik viel wel in de prijzen weer omdat ik de skiptinemi ben. Mijn prijs bestond uit een gigantische onderbroek, die ik dan ook de rest van de dag met trots gedragen heb. Te weten dat de wedstrijd om 12:00u werd gehouden. Donderdag was er een roeicompetitie voorzien, deze werd voor enkele uren uitgesteld omdat er een sloep gezonken was. Helaas wist ik pas 40 minuten op voorhand dat er een roeicompetitie ging plaatsvinden met als gevolg dat ik geen team had. Toen één van de laatste races ging plaatsvinden, kreeg ik echter alsnog een plaats in zo’n bootje aangeboden.Roeien is gans tof, maar vermoeiend. En ook bij roeien geldt de regel: “oefening, baart kunst”. M.a.w. we waren er slecht in, wat natuurlijk de nodige humor opleverde. :-)

De week der sporten eindigde met het beruchte Ruddabolti oftewel voetbal zonder regels. Omdat de IJslanders hier zoveel amok over hadden gemaakt doorheen de week, was ik vrij snel begonnen met het zoeken van een team. Ik moest en zou deze bizarre vertakking van voetbal van kortbij meemaken. Het was hip! Iedereen wil wel eens motten uitdelen en dat doet men best in de vorm van een spel. Die van de KSA kunnen zich “Dikke Berta” voor de geest halen, met alleen kerels en ergens een bal in het midden. In de eerste wedstrijd heb ik de openingsgoal gemaakt en in de laatste match kreeg ik de eer om de winninggoal the maken. Na een vermoeiende namiddag werd ons groepje tweede en kreeg ik te horen dat er een exclusief feest-achtig iets ging plaatsvinden voor alle deelnemers. Mijn gastmoeder regelde dat ik, net als Erla bij haar ouders kon blijven slapen. Ik moest net als vorige keer de tijd voor het feestje zien op te vullen, gelukkig vond ik na een tijd van beujlen, gezelschap in Hamraborg (de lokale hamburgertent). Toen het gezelschap zich ging klaarmaken strompelde ik naar Edinborg, waar ik Rudolf weer trof. Slechts een uur later kwam Hreinn (zeg ehreit) me ophalen om te gaan feesten. De party op zich was anders, het was meer een chill-‘n-talk gelegenheid. Twas gans hip, ik heb weer duuzend mensen ontmoet. Vooral mensen die in andere (school)programma’s zitten als ik, meer technisch bedoel ik dan. Een vreemde combinatie van namen treft men hier wel aan: Stibi – Gunnar – Steven – Hreinn – Omar – Oli – Daniël – Rudolf – Olafur – Ari – Altis – Artis – ...
Helaas was er deze week ook minder goed nieuws. Rebekah kondigde haar vertrek aan, terug naar Missouri. Toen ik haar vroeg waarom kreeg ik niet echt een gegronde reden, ze begon over de “credits” die ze moest halen om in de USA iets te behalen. Ik heb haar erop gewezen dat ze dat toch op voorhand wist en ook daarop kreeg ik niet echt respons. Maandag heeft ze haar vlucht terug naar huis. Jammer, maar helaas… desondanks heb ik nu een potentiële logeerplek in Missouri, moest het ooit eens nodig blijken.

Om af te sluiten nog enkele quota, gehoord op verschillende momenten doorheen de week.

“… well look at you, you like everybody. That’s still rocket science to me.” – Farnar
Toen ik weer eens met ne wildvreemde begon te praten en uiteindelijk afsloot met een lachbui.

“You’re not very shy, are you?” – Omar
De eerste zin die ik te horen kreeg toen ik men intrude maakte in de nieuwe school.

“Why are you wearing that?” – Artis
Gehoord toen ik aan't paraderen was met men onderbroek/tent.

“Everybody thinks you’re so cool” – Sara Rós (lichtjes aangeschoten)
Verwijzend naar men open-minded gedrag. Het geeft echt wel een kick om dit te horen.

“It feels like I’m living in a painting.” – Lennart
Kwam in me op toen ik bij de grootouders van Erla naar buiten staarde. Ter verduidelijking tijdens de week denk ik in het Engels, gans vreemd.

“No one ever did, what you are doing right now.” – Walti ( = Contactpersoon van Rebekah in't school - ik heb er zelf geen)
Over het feit dat ik blijkbaar de meest open skiptinemi ben die ze in jaren hebben gehad. Dit is echt wel vet om te horen. Het maakt me gigantisch trots en dit wil toch wel zeggen dat ik goe bezig ben.

Mijn week was weer compleet en vooral lachen geblazen.

In de hoop dat jullie hetzelfde kunnen zeggen.


Lennart
Ps: de foto’s zijn voor de volgende keer vermits ik maar een handvol nieuwe exemplaren heb.

zaterdag 12 september 2009

De 17de Dag?

Het leven dat ik leid in IJsland is zich zowaar aan’t settelen. M.a.w. geen al te grote ontdekkingen dees week. Maar laat ik toch even terugkijken op de afgelopen week. Ergens in het begin van de week werd ik voor de zoveelste keer brutaal gewekt door mijn gastmoeder. Ik moest namelijk die ochtend de bus pakken. De buschauffeur parkeert z’n bus* hier voor aan’t straat omstreeks zeven uur in de ochtend. Ik daarentegen doe men ogen pas open om tien na zeven. Dus u kan al raden hoe goed ik mij voelde toen ik ze mij om drie minuten voor zeven met veel gebonk op de deur wekten.
Voor alle duidelijkheid, ik heb een wekker. Eentje die me wakker houdt door gewoon te tikken. Het lawaai dat dit machinetje maakt valt te vergelijken met een aanhoudend vingergeknip. LUID!! Niet te doen man, in de weekends smijt ik die prul altijd halvelinge door de venster. En dan zwijg ik nog over het lawaai dat wordt gegenereert als de wekker gaat. Maar goed, door een miscalculatie van mijn kant had ik dit heidens apparaat ingesteld op vier uur ’s nachts (Daar had ik me op verheugd). Hierdoor had ik geen wekker in de morgen waardoor ze mij dus moesten wakker schudden. Uiteindelijk heb ik alles zelf gezocht, maar dat heb ik liever niet gezegd. Een bustrip in IJsland is te vergelijken met één in België.

*Correctie buske, want tis eigenlijk maar een opgelapte camionette.

Het bal heeft me enige bekendheid opgeleverd, zo kan ik al vol overtuiging naar iedereen zwaaien als ik weer eens door de gangen dool. Sommige vinden dit minder plezant, maar ik wordt telkens rap vergeven. Hoe dat kwam ontdekte ik pas ergens op het einde van de week: Omdat ik ’s morgens maar juste genoeg tijd heb om me naar de auto te begeven, weet ik niet hoe men haar ligt. Niet dat me dat heel veel kan schelen, ik probeer enkel de teletubbie-kapsels te vermijden. (zie foto)Ten gevolge van al het voorgaande liep ik deze week dus zowaar met een echt Seventies kapsel rond. Ik heb hier geen foto’s van omdat dat té ijdel gaat overkomen.

In het midden van de week heb ik nog een wilde ontmoeting meegemaakt. Het gebeurde tijdens één van de middagpauzes. Ik begaf me voor ne keer naar de speciale kantine waar ge op uw gemak kunt zitten. We zaten daar niet lang of ik zag de schaduw van een gigantisch grote man passeren. Een kort moment waarin ik men opties overliep volgde. Vol angst besloot ik me om te draaien. Het draaien leek wel een uur te duren maar toen, uit het niets, verscheen het gezicht van een vriendelijke jongeman. Matt noemde hij. Matt is een Amerikaans profbasketballer en is op één of andere manier in IJsland verzeilt geraakt. Hij blijft in de buurt tot april dus ik zal hem nog wel af en toe zien. Voor zij die niet goed weten hoe men een basketballer benadert, wel mij is het gelukt met de openingszin: “Wow, you’re tall!!”. En tis niet gelogen hoor, ik moet zelfs opkijken naar Matt.

Bij de titel heb ik nog een grappige anekdote te vertellen. Gisteren (tis nu zaterdag de 12de) vroeg iemand mij hoelang ik al in IJsland was, waarop ik het zelfverzekerde antwoord 17 dagen gaf. Rebekah had het echter vanop een afstand gehoord en kwam me verbeteren. 21 dagen. Ik was verbaasd over het verschil, maar tegelijkertijd betekent dit dat ik nog altijd mezelf ben. Nog altijd de goeie oude Lennart die geen notie heeft van tijd of ruimte.

Om af te sluiten zal ik het confituurmysterie uit de doeken doen: Niet lang nadat ik “IJsland Stilletjes Ontdekken” had gepost, viel de verklaring als het ware in mijn schoot. Confituur wordt in IJsland naar hartenlust geconsumeerd met vlees! Al hebben ze er ook enkele wetten aan toegevoegd, zo is het niet netjes om een kwakske confituur bij uw gerookt vlees te eten. Er zijn ook nog wat ongeschreven regeltjes i.v.m. de verschillende soorten confituur, maar die heb ik tot op heden nog niet mogen ervaren. Confituur op de boterham blijft nog altijd verboden enkel om te snoepen na tien uur mag ik me op de bokes met gelei storten.

De Groeten aan het thuisfront en aan iedereen die ze wil.
De volgende keer ga ik proberen een nieuwe resem foto’s toe te voegen.


Bless Bless

zaterdag 5 september 2009

Moet Er Nog Zand Zijn?

Het was me wat dees week.

Maandag, kort nadat ik mijn bril had opgezet, kreeg ik het goede nieuws te horen dat ze me waarschijnlijk ergens deze week gingen overplaatsen naar de middelbare school.Dat was en is nog steeds goed nieuws vermits ik dan mensen kon ontmoeten van ongeveer men eigen leeftijd. Maar zover was het nog niet, eerst nog enkele dagen slijten in de universiteit. De universiteit was ook tof, want op dat moment begon er meer en meer jonger volk rond te lopen. Er start namelijk een Master Program: Marine and Coastal Management.

In de dagen voor mijn vertrek had ik nog het genoegen om met een Engelsman van middelbare leeftijd te spreken. Zijn naam kan ik zoals de vele anderen helaas niet onthouden. We kwamen aan de praat nadat ik 2 koekjes (Kex genaamd) was gaan halen en mijn plaats in de studiezaal terug innam. De man volgde namelijk het Master Program. Het ging als volgt.Ik ging terug zitten met een vluchtige blik over de studiezaal en ik zag de man, hij zat puffend achter zijn computer. De kex die ik had buitgemaakt legde ik langs mij op de tafel. Ze lagen duidelijk in het zicht en dat wist ik. Ik draaide me om en betrapte de Engelsman erop dat zijn blik nu al enige tijd op de kex gefocust was. Ik wachtte een fractie van een seconde om tevreden, een groeiend verlangen op het gezicht van de Engelsman vast te stellen. Om hem niet langer te martelen, bood ik hem ééntje aan. Hij verschrok zich een beetje, maar onderdrukte zijn verbazing. Nadat hij zich hersteld had, reikte hij naar het koekje en zei, voor het eerst naar mij kijkend sinds mijn terugkomst: “Sure”.Na het gebruikelijke introduceren om elkander te identificeren, vroeg ik hem of men in de UK ook zo wild was van voertuigen uit WOII. De man bleek een aangenaam verteller te zijn. Dus liet ik hem het grootste deel van ons gesprek aan’t woord. Ik vulde sporadisch zijn verhaal aan en liet hem kennis maken met de “Kettenkraftrad”. Hij vond het weliswaar een boeiend voertuig en hij gaf me het advies om naar het Imperial War Museum te Londen te gaan. Eéntje om te onthouden.Ons gesprek stopte abrupt met de komst van Erla, mijn gastzus. Ze kwam me ophalen om huiswaarts te keren.

Woensdag twee september is de dag dat de overplaatsing gebeurde, niet dat ik het besefte maar toch het gebeurd. De ochtend was niet veel verschillend dan andere: Ik stond voor de zoveelste keer op rij weer te laat op waardoor ik men broek moest aandoen terwijl ik menne prul inpakte. De volgende 2 minuten moest ik dan weer enkele bokes eten en tegelijkertijd men tanden poetsen. Nog een sprintje naar de auto halvelinge een schoen verliezend en hup weg waren we.Toen we goed en wel op de universiteit waren en de lessen van het eerste uur begonnen waren, vertelde mijn gastmoeder me => Ja, u hoort het goed, ik zat met mijn gastmoeder in de les <= dat ik na het tweede uur, naar de middelbare school kon gaan om nog wat kleine dingen in orde te maken.

Ik kwam daar aan, natuurlijk niet wetend waar naartoe, ik schudde een groepje kerels wakker om te helpen en dat deden ze dan ook. Na enige tijd rondgedoold te hebben kwam ik bij een blonde dame (Stella) op de koffie. Ze begon meteen en heel formeel naar mijn gegevens te vragen die ik op een nog nonchalante manier overbracht. Ik vond namelijk dat ik het evenwicht tussen formeel en informeel even moest herstellen. Ze begon met het zoeken naar een uurrooster voor mij en ik had een tijd niets te doen. Rondkijkend in haar kantoor besefte ik dat haar kantoortje niet veel groter als m’n kamer “Back in Belgium” moest zijn. Herinneringen aan het afscheid kwamen op. Ik probeerde mijn hoofd leeg te maken en vroeg de dame naar een foto die tegen de muur hing en waarop ik haar duidelijk herkende. Het was een soort groepsfoto. Ze kreeg binnenpretjes en vertelde me dat ze ooit, een onbepaald lange tijd geleden voetbalkampioen was geworden met het vriendenclubje van de foto. Ze gaf me nog enkele richtlijnen om te overleven op deze school, maar voegde eraan toe dat ik geen symptomen van verlegenheid vertoonde en dat het allemaal wel los zou lopen. Na het afwerken van de uurrooster zei ze nog dat ik best overal bij kon zijn. Niet zozeer voor mijn eigen belangen, maar eerder die van Rebekah. Zij is een AFS-studente afkomstig uit de USA. Rebekah was een dag eerder naar de middelbare school kunnen gaan als ik, maar Stella was bang dat zij niet zo nonchalante was als ik. M.a.w. Stella vroeg me om Rebekah onder de arm te nemen en overal waar ik ging mee te slepen. Ik ging akkoord, wetende dat dat niet gemakkelijk ging zijn.

De vrijdag brak aan (dag 2,5 in de nieuwe school) en ergens rond de middag kreeg ik te horen dat diezelfde vrijdag een soort Bal ging plaatsvinden. Men vroeg of ik ook ging en nu moest ik daar toch even over nadenken. Ik namelijk ergens in de week horen waaien dat ze de schapen gingen binnenhalen op zaterdag en het feestje was van 23u tot 02u. Rekening houdend met het feit dat ik niet goed tegen de late of zoals u wilt vroege uurtjes kan, was zo’n feestje niet helemaal ideaal als we er om 8 uur al weer uit moesten. Ik besloot om toch te gaan, want zo’n feestje was de ideale gelegenheid om naam te maken in IJsland. Nu had ik al enkele jongeren lastig gevallen met mijn komst, en sommige vroegen zelfs hoe het kwam dat ik niet verlegen was. Ik vroeg hen of ze me liever alleen in de hoek zagen. Mijn schaamteloosheid erkennend werd ik langzamerhand opgenomen in hun vriendengroep, een proces dat nog altijd bezig.

Even terug naar het Bal. Het was een uur of 2 op de middag toen ik men kaartje had gekocht en realiseerde dat ik niets meer te doen had, de school was uit. Bij dit plezant feit kwam echter het probleem dat ik de kloof tussen 14:00u en 23:00u moest zien te overbruggen. Ik kon niet huiswaarts keren want er was geen vervoer, en ik kon ook niet rekenen op mijn gastzus, die was met vrienden weg.
Ik vond een bekende aan de ingang van de school die op weg was naar de bib van de school en ik besloot hem bij gebrek aan beter te volgen. Hij moest nog een werk over Griekenland schrijven en ik vond niets beter dan prentjes over WOII te bekijken. De tekst bij de foto’s liet ik telkens vertalen door de bekende. Het was 16:00u, hij begon zenne bazaar op te ruimen en ik vroeg hem wat zijn plannen waren. Hij ging werken aan een zwembad zo’n 20km van de school. Hij liet me achter en ik strompelde naar een hamburgertent. De tent sloot om 18:00u, maar stond me daar niet aan en trapte het af naar de echte bib. Deze sloot om 19:00, ideaal, voor eventjes. Na een tijdlang in loze boeken te hebben gekeken, probeerde ik een conversatie te beginnen met het roodharig meisje dat al die tijd tegenover mij gezeten had. Het meisje haar naam was Anita, ik herinner me haar naam omdat ze knap was/is. Ze is 17 en was op dat moment een artikel over Jón Sigurðsson aan’t maken. Ik vroeg haar naar de daden van de man, maar een echt duidelijk antwoord kreeg ik niet. Gelukkig wist ik al iets over hem, de leerkracht geschiedenis had me op de hoogt gebracht. Het werd 7 uur en Anita stuurde me Edinborg, een eetcafé dat open is tot 23:00u, komt dat effe mooi uit. Ik trof daar enkele bekende van de universiteit aan en ze lieten me gelukkig toe aan hun tafeltje. Ze vertrokken om 20:00u helaas…

In een gesprek met de serveerster over mijn AFS-jaar, kwam ik te weten dat ze 18 was en een naam heeft die ik vergeten ben (al was ze even knap als het roodharige meisje). Ze was afgelopen jaar ook met AFS weg was geweest en wel naar Italië net zoals Erla. Ze vond het helemaal geen probleem dat ik de komende 3 uur in de buurt bleef en zo geschiede het. Rond de tijd dat ik alle prentjes in de krant gezien en bekritiseert had, zag ik een eenzame man in de hoek van het zaakje zitten. Een Jamaicaan. Ik pakte mijn halve liter cola en stapte op de man af en voor ik het goed besefte was ik met deze man over de wereldeconomie, gsm’s,het IMF en veel meer aan’t discussiëren. Een interessant figuur, hij genoot in IJsland van de rust en als hij actie wou dan ging hij naar Londen waar hij een heel ander sociaal netwerk van vrienden had opgebouwd. Hij gaf me een hele resem van titels door van boeken die allemaal inzicht gaven in de economie en beurzen. Ik was geboeid en ben zeker van plan de boeken te gaan halen.Het was al 23:30u toen ik besloot dat het tijd was om men gezicht op het Bal te laten tonen, ik vroeg de man naar zijn naam en vertrok. De jamaicaan bleek Rudolf the heten.

Het Bal was een vreemde bedoening. Vreemde muziek, vreemde dansbewegingen, enz. Maar het was niet onaardig integendeel ik heb ervan genoten. En wat bekendheid betreft ik denk dat die opzet wel geslaagd is, toen ik om 02:00u daar vertrok kende ik zo’n 90%. Niet bij naam, maar goed zij kennen de mijne dat is al iets. De schapen binnenhalen bleek een simpel karwei te zijn, waar ik niet verder over ga uitweiden.

Het confituur probleem is intussen opgelost, maar ik ga de spanning erin houden.


Stay tuned, for another episode of Lennart Is Kwijt!
Starring: Lennart and others.

ps. : de titel vertegenwoordigt de chaos van deze week.