maandag 12 oktober 2009

Schapenvoetjes

Steini, dat is de naam van een vriendelijke man die ik deze week heb ontmoet. Toevallig is de man ook de buschauffeur die me elke dag weer veilig thuis afzet. Steini woont in Þingeyri en werkt in Ísafjörður. Vermits hij toch op en af rijdt elke dag, pakt hij gaarne wat gezelschap mee. En natuurlijk maakthij op die manier nog wat centjes ook.Ik had een fijne babbel met hem ergens in het midden van de week (laten we aannemen dat het woensdag was). Toen ik uitstapte brabbelde hij nog enkel woorden over een Belg in Þingeyri, die een huis was aan’t renoveren. Dus ik ben van plan om ergens deze week richting deze Eenzame Belg te trekken.

Donderdag en vrijdag gleden langzaam voorbij met ergens tussenin nog een halt. Aron en ik moesten namelijk een presentatie over “Zichtbaar Licht” maken. Het begon al schoon met Aron die zijn deel vergeten was en ook nog eens te laat was. Na de gebruikelijke problemen met het internet hier hadden we dan toch iets om te tonen. De afspraak was 50-50 m.a.w. ieder zijn deel, maar daar had onze Aron toch een ander gedacht over. Hij had namelijk in’t IJslands met de leerkracht afgesproken dat ik het helemaal ging doen. Totale verbazing in kamp Lennart toen Aron niet opstond om zijn deel te doen. Ik heb natuurlijk gerebelleerd tegen dit gebeuren waardoor het grijnsje op Aron’s gezicht veranderde in een beteuterd geheel. Onze presentatie liep ten einde met op de achtergrond de zachte noten van “Smells like teen Spirit” van de wellicht onbekende artiest Nirvana.

Het weekend was weer aangebroken en ik mocht deze tweedaagse doorbrengen bij Burak en zijn gastfamilie. Burak is de nieuwe uitwisselingsstudent hier in de Westfjörds. Hij leeft momenteel in Bolungarvík en is afkomstig uit Turkije. Burak draagt een vreemd verhaal met zich mee, waar ik nog weinig of niets van weet. Toen ik hem vroeg waarom hij geen blogposts meer plaatste en hoe hij dan het contact met zijn vrienden en familie behield, zei hij me dat hij met z’n familie mailde… Toen ik hem nog eens vroeg naar het ‘hoe-contacteer-je-de-vrienden’ gedoe, kreeg ik te horen dat hij zijn vrienden in Turkije niet moest hebben. Kort gevolgd door: “Actually, I don’t need any friends.” Nu kan ik u zeggen dat ge u ongelooflijk nutteloos voelt als iemand recht in u gezicht zegt dat hij geen vrienden nodig heeft. Vooral als ge de persoon in kwestie probeert te helpen indien mogelijk. Ook vertelde hij me dat hij ervoor gekozen had om geen vrienden in het echte leven te hebben, maar wel om vrienden in “World of Warcraft” te hebben(een spelleke op de computer). Zo is het dus dat Burak nu geen of weinig vrienden heeft, maar telkens vlucht naar deze kunstmatige wereld en daar vertoefd in het gezeldschap van Vreemde Schepsels (zoals dwergen denk ik). Ik zeg dan ook graag openlijk dat ik me wederom(herinner u Rebekah) zorgen maak.

Maar goed ik vergeef/vergeet snel en was niet van plan mijn weekend door zo’n gedoe te laten ruïneren. Een weekend in een nieuw dorp das altijd hip. En zo begon het allemaal op een vrijdagavond na een busritje dat oneindig diepe kliffen passeerde en langs staketsels liep die moesten verhinderen dat rotsblokken ons bedolven. We vochten onze meningsverschillen uit in een partijtje schaak, dat ik helaas verloren heb. Ook maakte ik kennis met Emil, de zoon van Burak’s gastfamilie. Emil is een kerel van veel vreemde geluiden die al dan niet iets willen zeggen. Ik was dan ook ergens blij dat ik hem na twee dagen de Laatste Groet kon geven. De zaterdag begon met laat opstaan kort gevolgd door het wandelen naar het zwembad (het is wel degelijk mogelijk om in een dorp van zo’n duizend man verdwaald te geraken, vooral met Burak op kop – dat komt door z’n haar*). Het was een mooie zwempartij vooral toen we naar het buitenzwembad gingen (+4°C) en we zicht hadden op de bergen. Op een zeker moment sneeuwde het zelfs dat was wild. De zaterdagavond kregen we het genoegen om aan een traditie deel te nemen. De gastfamilie van Burak eet namelijk één keer per jaar schapenvoetjes (zie foto’s). Zeer exclusief, want het is niet te koop in de winkel. Bij mijn weten gaan we de enige uitwisselingsstudenten zijn die dit gegeten hebben. Aan zo’n voetje is er niet veel te knagen wat huid en wat pezen, meer niet. Burak moest bijna overgeven, ik vond het geen topper maar honger maakt rauwe bonen zoet. Veel gelachen werd er met Burak en op sommige hun gezicht was een teleurstelling te bespeuren omdat ik niet ten onder was gegaan. De schapenvoetjes worden zo’n drie uur gekookt anders kauwt men gewoon op ne schoen al proefde ik na die drie uur nog geen verschil, maar om eerlijk te zijn ik vond de aardappelpuree slechter dan de voetjes.

* Ik noem Burak, ‘Man zonder Zicht’ want hij heeft altijd haar voor z’n ogen.

De zondag was op zijn manier een bewogen dag. Om elf uur ging ik naar de mis. =>?huh?<= en nee ik ben niet ziek :-). Het was iets totaal anders dan ge u kunt voorstellen. Een beetje gospel met primitief handgeklap, tussendoor een grapje of twee en veel interactie met de mensen die de mis bijwonen. Hier hebben ze trouwens een heel schoon oplossing gevonden voor de magere opkomst. Ze hebben gewoon een klein kerkje waardoor dit gemakkelijk vol zit. Bij terugkomst hebben we dan toch maar Burak wakker gemaakt. En zijn we onze naam gaan schrijven in een boekje ergens boven op ne berg.We besloten terug te keren via hetzelfde pad dat we hadden gebruik om de top te bereiken vermits Burak moe was en wou drinken. Doch sta ik op goede voet met Burak, ik respecteer de kerel gelijk ieder ander.

Eindigen deed mijn avontuur in Bolungarvík met een helse tocht langs die beruchte richel en met een laatse blik op die staketsels en de stenen die erachter lagen, bereikte ik Ísafjörður.

Lennart, moge de haren op mijn kin nooit afvallen.


Ps: ik ben zo in de ban van het oude taalgebruik omdat ik de hele week in “The Hobbit” gelezen heb.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten