maandag 31 augustus 2009

Foto's

Hierbij de foto's die ik gemaakt heb in de eerste week van mijn verblijf: http://picasaweb.google.be/Dhyhakhan/InDenBeginne#
Ik hoop dat er genoeg uitleg bijstaat.

From Iceland with love...


ps: Het was misschien niet heel duidelijk, maar ik ga proberen elke zondag een bericht te posten.

zondag 30 augustus 2009

IJsland Stilletjes Ontdekken

Het is al de negende dag dat ik ontwaak in IJsland en ik heb enkele bijzondere vaststellingen gemaakt. De eerste en misschien wel de vreemdste is dat ze hier geen confituur op de boterham eten. Op zich is dat niet heel speciaal, maar het wordt pas interessant als ge weet dat ze hier kilo’s en kilo’s confituur hebben. De vraag die ik mij daarbij stel is: “Waar gaat al die confituur dan naartoe?”Doorgaans eten ze hier kaas en salami op de boterham.

Gisteren hebben we zelfgemaakte pizza gegeten. Dat smaakte wel, al was de korst van een soort brood gemaakt. Ik kan het niet veel beter uitleggen, maar hoe dan ook het was lekker. Bij de maaltijd van de pizza heb ik nog moeten lachen, want zowel vader als zoon eten ketchup bij hun pizza. Pak lachen. Nu heb ik het (na een kleine bedenktijd) ook geprobeerd en ik moet toegeven dat achteraf het ‘ketchup-bij-de-pizza-concept’ meer geniaal leek dan dwaas. Een aanrader voor de fervente pizzaboefer. Oh en tip van de dag: “Het kan zijn dat na een paar happen de ketchupsmaak te overweldigend is, geen probleem neem gewoon enkele happen zonder ketchup om het evenwicht te herstellen”.

Rond dag 4 heb ik nog een bijzonder vreemde vaststelling gedaan. Ik heb namelijk in de mot gekregen dat mijn lijfgeur aan’t veranderen is. Vreemd, zo opstaan en een ander mannelijk figuur ruiken. Misschien komt die verandering wel door de zelfgemaakte zeep hier, of door het leven in en rond een boerderij of is het gewoon het land dat geen stedelijke lijfgeuren toelaat. En met stedelijk bedoel ik Zutendaal, want hier noemt men een plek waar zo’n 3000 man leeft een stad. In dat opzicht is Zutendaal bijna een metropool.

Nu de stad met zo’n 3000 inwoners waarover ik het net had noemt Ísafjörður, daar ga ik naar school. Op de foto ziet u een gebouw met een blauw dak, dat is de plek waar de universiteit is gevestigd. Even ter verduidelijking: “Ik volg geen universitair programma”. Ik zit in een programma dat bedoelt is om mensen klaar te stomen voor een universitair programma. Het spijtige aan dit programma is dat ik maar één iets of wat wiskundig vak heb (Toegepaste Fysica) en dit is niet eens een uitdaging. We zitten meer te kijken hoe we een formule in het rekenmachientje proppen dan bijvoorbeeld hippe experimenten te bespreken. Hierbij mijn uurrooster:

Blogspot pakt geen tabellen aan, dus u kan men uurrooster morgen bij de foto’s zien.
Het “Talenplan” zal ook morgen te bezien zijn bij de foto’s

Zoals jullie zien heb ik dus VEEL talen en daarom ben ik met mijn eigen “Talenplan” opgekomen. Het beslaat alle talen die ik moet studeren en heb gestudeerd. Ik hoop dat het mij lukt om tegen het eind van dit jaar fatsoenlijk uit te drukken in alle talen die u zo dadelijk gaat zien. IJslands zelf zal wel niet zo’n probleem zijn vermits dat het enige is dat ik hier hoor. En de laatste twee dagen begin ik zowaar al kleine stukjes op te vangen van een dialoog in het IJslands. Het is niet veel maar tis in ieder geval een begin.

Ik heb nog maar enkele lessen Duits en Deens gehad, maar als iemand me kan helpen met de kleuren in het Duits, stuur me dan gerust een e-mailke.

Oké, terug naar het eten. Vergeet wat ik zei in de eerste alinea, het mysterie van de confituur is niet het vreemdste wat ze hier hebben. Ik kom net van de tafel waar we genoten hebben van het middagmaal. Het was op z’n zachtst gezegd een “Shock”. We kregen om te beginnen een soort pudding te eten: “Gemaakt van verse melk” riepen ze trots, deze pudding lengden ze aan met melk en het geheel werd bestrooid met een soort suiker. Ja, ik gebruik “een soort” veel want van al wat ik in men mond steek weet ik maar van de helft wat het is en hoe het noemt. Maar laten we verder gaan met het bizarre middagmaal. Na het voorgerecht kregen we pannenkoeken of toch stukken ervan want ze eten geen hele. De stukjes pannenkoek werden zorgvuldig belegd met boter en kaas, voor de echt waaghalzen was er ook nog de optie tonijnsalade. Volgens vele lekker op de pannenkoek, helaas is dit een opinie die ik niet kan beamen. De boter was thans een smeuïge optie dus heb ik er daar maar een stuk of negen van gegeten, natuurlijk afgewisseld door nen droge pannenkoek. Als drank was er RaRa: Melk alsof men hier niet genoeg melk kan binnen krijgen. Ik denk dat ik deze week de melk even links laat liggen.

Nu iets heel anders: De precieze ligging van mijn woonplaats

Ik denk dat ik nog moet vermelden waar ik precies verblijf. Wel ik verblijf in de buurt van þingeyri een klein dorpje op zo’n 20 km in zuidelijke richting van Ísafjörður. De plek waar de boerderij staat noemt Höfdi. En Höfdi ligt tegenover þingeyri, op de andere oever van de fjörður(=inham). Maar ik ga morgen ter illustratie enkele foto’s uit een atlas, samen met de foto’s die ik tot nu toe gemaakt heb uploaden. Ik kan dat niet vandaag doen, want de internet limieten in IJsland liggen zeer laag. Ik moet wachten tot ik op school ben, deze hebben geen downloadlimieten.

Een voorlopige eindconclusie:IJsland is het land waar mensen hele bergen bezitten en schapen over de wegen waken, waar melk een heiligdom is en 10°C ene hete dag betekent.

woensdag 19 augustus 2009

Het Vertrek

Vrijdag 21 augustus, 12u: We nemen plaats aan tafel voor de laatste maaltijd samen in 10 maanden. Het was een maaltijd zonder al te veel woorden, het was een voorbode van hetgeen nog moest komen.

Rond half twee laden we m’n spullen in en vertrekken we naar de luchthaven. Ik vraag nog een laatste keer of mama de radio van Radio2 naar Studio Brussel wilt omzetten. De tonen van Studio Brussel zijn voor lange tijd de enige die weergalmen in de auto. Tom, een goede kameraad van’t school staat ons bij. Hij gaat het afscheid vastleggen op foto’s. De aankomst in de luchthaven drijft de hartslag omhoog. Het blijft stil. We ontmoeten Lies, een meisje van Antwerpen dat haar AFS-jaar ook zal doorbrengen in IJsland. Nadat we zijn ingecheckt trekken we ons even terug om alleen te zijn en nemen plaats aan een tafeltje. Mama krijgt het moeilijk. Papa weet het niet goed en Tom is even gestopt met foto’s te maken. Nog 25 minuten, de stilte blijft. We beginnen aan onze tocht naar de “Gate”, elke stap voelt zwaar. Het meisje dat ons gaat begeleiden, trekt me weg bij de familie. Ze heeft haar naam ergens vernoemt, maar mijn verstand is niet in staat om deze te regenereren. Zowel mam als pap moet een traantje laten. Zulke emoties had ik niet verwacht, maar zelf kan ik geen uitdrukking geven aan mijn emoties. Het is pas nu, drie dagen later tijdens het schrijven van dit tekstje dat ik men best moet doen om niet in tranen uit te barsten.

Lies, de begeleidster en ik lopen naar de “Gate”. Ook hier stilte. Na een tijdje begint de begeleidster het verloop van haar dag uit de doeken te doen. Ook die informatie ontgaat me. Ze geeft ons nog richtlijnen over de veiligheidsmaatregelen, gelukkig ontgaan me de maatregelen niet. “Het geeft niets als de machine piept”: zegt ze nog en ziedaar de machine piept op het moment dat ik erdoor loop. Ik had nog wat kleingeld in mijn broekzak zitten.

De begeleidster dropt ons op een plaats die men de “Gate” noemt en ik denk: “Hmm, veel plaats weinig Gate”. Het meisje vraagt of ze nog even bij ons moet blijven, maar we beslissen dat dat nergens voor nodig is. Ze vertrekt en vaag herinner ik me dat ze al van ’s morgens 5 uur op de luchthaven rondloopt. Na een vreemd gesprek met Lies over dingen die er helemaal niet toe doen, ontdekt Lies dat er een Gate-wissel heeft plaatsgevonden. Geen probleem want we hadden nog een halfuur voor de vlucht. De vlucht zelf was een bevestiging van hetgeen ik al wist: ge kunt dus ook autoziek worden in de lucht. Het opstijgen, het rondvliegen en het landen, het is er allemaal teveel aan. Maar ik ben wel blij dat ik het eens heb meegemaakt. Vliegen is poepsimpel, alles wordt aangegeven met borden die twee keer zo groot zijn als ik dus…

Vermits er geen rechtstreekse vlucht naar Keflavik is, is eerst naar Kopenhagen gaan de boodschap. Daar hadden we maar 3 kwartier om over te stappen (als alles goed ging), maar zo vlot verliep het daar niet. We moest m.a.w. zo’n twee en een half uur wachten op onze vlucht. Na weer enkele vreemde gesprekken met Lies, konden we eindelijk het vliegtuig opstappen. In 1 uur en 10 min gingen we voet aan wal zetten in Reykjavik (dachten we), het werd uiteindelijk een vlucht van 2 uur en 40 min. Het was pas na middernacht dat we een stukje van IJsland zagen en omstreeks 1 uur kregen we het genoegen om te gaan pitten.

DAG 1 VAN ‘THE ARRIVAL CAMP’We zijn met z’n 45, allemaal personen die even wazig of misschien nog wel waziger dan mij zijn. M.a.w. ik voelde me daar wel thuis. Na de gebruikelijke teamworkspelletjes werden we verplicht om te gaan zwemmen. Er is niets mis met het zwemmen op zich, voor sommige komen de problemen tijdens het douche. In IJsland gaat men naakt onder de douche: Ow,ow problemen problemen, maar niet voor de kleine Opsteyn uit Zutendaal. Ze waren zelfs met mij aan’t lachen, dat ik de eerste was die onder de douche stond (naakt wel te verstaan).De dag ging verder met niet veel speciaals, al moet ik zeggen dat uitwisselingsstudenten over het algemeen, gans hip zijn. Zo ben ik bevriend geraakt met Ho Man oftewel “Jack” uit Hong Kong, met Burak uit Turkije en met Takehiro uit Japan.

DAG 2 VAN ‘THE ARRIVAL CAMP’Na het ontbijt werden we weer verplicht om te gaan douchen. Ze moesten er zeker van zijn dat we er geen probleem me hadden.Het hoogtepunt op dag 2 was het ontmoeten van de gastfamilies. Allez dat was toch het hoogtepunt voor 41 personen en ik zat daar niet bij. :-) Neen, ik moest anderhalf uur later een vlucht nemen naar Isafjördur, waar ik werd opgepikt door mijn gastfamilie. Enkel de naam van hun veertienjarige zoon kan ik uitspreken. Hij spreekt het uit als Daviff, maar ik mocht ook gewoon David zeggen. De naam van de dochter is Etla (18) en ze is vorig jaar naar Italië geweest met AFS. Na een vermoeiende zondag, gaf Etla men nog een rondleiding doorheen hun huizen en bouwsels.En als afsluiter heb ik nog met Daviff “Love me tender” van Elvis Presley doorheen het huis gehuild.

Het is nu maandag de 24ste en ik heb al een halve dag in’t school doorgebracht. Wel school, het is universiteit en de leerlingen hebben de gemiddelde leeftijd van 30 jaar. Hoe dan ook, in de voormiddag heb ik men eerste lessen Duits ooit gekregen in het IJslands en daarna heb ik twee uur IJslands in het IJslands gekregen waar ik tot op heden nog niet teveel van begrijp.
Dit was het zowat tot nu.

Amusement en tot de volgende…


Lennart Opsteyn