Vrijdag 21 augustus, 12u: We nemen plaats aan tafel voor de laatste maaltijd samen in 10 maanden. Het was een maaltijd zonder al te veel woorden, het was een voorbode van hetgeen nog moest komen.
Rond half twee laden we m’n spullen in en vertrekken we naar de luchthaven. Ik vraag nog een laatste keer of mama de radio van Radio2 naar Studio Brussel wilt omzetten. De tonen van Studio Brussel zijn voor lange tijd de enige die weergalmen in de auto. Tom, een goede kameraad van’t school staat ons bij. Hij gaat het afscheid vastleggen op foto’s. De aankomst in de luchthaven drijft de hartslag omhoog. Het blijft stil. We ontmoeten Lies, een meisje van Antwerpen dat haar AFS-jaar ook zal doorbrengen in IJsland. Nadat we zijn ingecheckt trekken we ons even terug om alleen te zijn en nemen plaats aan een tafeltje. Mama krijgt het moeilijk. Papa weet het niet goed en Tom is even gestopt met foto’s te maken. Nog 25 minuten, de stilte blijft. We beginnen aan onze tocht naar de “Gate”, elke stap voelt zwaar. Het meisje dat ons gaat begeleiden, trekt me weg bij de familie. Ze heeft haar naam ergens vernoemt, maar mijn verstand is niet in staat om deze te regenereren. Zowel mam als pap moet een traantje laten. Zulke emoties had ik niet verwacht, maar zelf kan ik geen uitdrukking geven aan mijn emoties. Het is pas nu, drie dagen later tijdens het schrijven van dit tekstje dat ik men best moet doen om niet in tranen uit te barsten.
Lies, de begeleidster en ik lopen naar de “Gate”. Ook hier stilte. Na een tijdje begint de begeleidster het verloop van haar dag uit de doeken te doen. Ook die informatie ontgaat me. Ze geeft ons nog richtlijnen over de veiligheidsmaatregelen, gelukkig ontgaan me de maatregelen niet. “Het geeft niets als de machine piept”: zegt ze nog en ziedaar de machine piept op het moment dat ik erdoor loop. Ik had nog wat kleingeld in mijn broekzak zitten.
De begeleidster dropt ons op een plaats die men de “Gate” noemt en ik denk: “Hmm, veel plaats weinig Gate”. Het meisje vraagt of ze nog even bij ons moet blijven, maar we beslissen dat dat nergens voor nodig is. Ze vertrekt en vaag herinner ik me dat ze al van ’s morgens 5 uur op de luchthaven rondloopt. Na een vreemd gesprek met Lies over dingen die er helemaal niet toe doen, ontdekt Lies dat er een Gate-wissel heeft plaatsgevonden. Geen probleem want we hadden nog een halfuur voor de vlucht. De vlucht zelf was een bevestiging van hetgeen ik al wist: ge kunt dus ook autoziek worden in de lucht. Het opstijgen, het rondvliegen en het landen, het is er allemaal teveel aan. Maar ik ben wel blij dat ik het eens heb meegemaakt. Vliegen is poepsimpel, alles wordt aangegeven met borden die twee keer zo groot zijn als ik dus…
Vermits er geen rechtstreekse vlucht naar Keflavik is, is eerst naar Kopenhagen gaan de boodschap. Daar hadden we maar 3 kwartier om over te stappen (als alles goed ging), maar zo vlot verliep het daar niet. We moest m.a.w. zo’n twee en een half uur wachten op onze vlucht. Na weer enkele vreemde gesprekken met Lies, konden we eindelijk het vliegtuig opstappen. In 1 uur en 10 min gingen we voet aan wal zetten in Reykjavik (dachten we), het werd uiteindelijk een vlucht van 2 uur en 40 min. Het was pas na middernacht dat we een stukje van IJsland zagen en omstreeks 1 uur kregen we het genoegen om te gaan pitten.
DAG 1 VAN ‘THE ARRIVAL CAMP’We zijn met z’n 45, allemaal personen die even wazig of misschien nog wel waziger dan mij zijn. M.a.w. ik voelde me daar wel thuis. Na de gebruikelijke teamworkspelletjes werden we verplicht om te gaan zwemmen. Er is niets mis met het zwemmen op zich, voor sommige komen de problemen tijdens het douche. In IJsland gaat men naakt onder de douche: Ow,ow problemen problemen, maar niet voor de kleine Opsteyn uit Zutendaal. Ze waren zelfs met mij aan’t lachen, dat ik de eerste was die onder de douche stond (naakt wel te verstaan).De dag ging verder met niet veel speciaals, al moet ik zeggen dat uitwisselingsstudenten over het algemeen, gans hip zijn. Zo ben ik bevriend geraakt met Ho Man oftewel “Jack” uit Hong Kong, met Burak uit Turkije en met Takehiro uit Japan.
DAG 2 VAN ‘THE ARRIVAL CAMP’Na het ontbijt werden we weer verplicht om te gaan douchen. Ze moesten er zeker van zijn dat we er geen probleem me hadden.Het hoogtepunt op dag 2 was het ontmoeten van de gastfamilies. Allez dat was toch het hoogtepunt voor 41 personen en ik zat daar niet bij. :-) Neen, ik moest anderhalf uur later een vlucht nemen naar Isafjördur, waar ik werd opgepikt door mijn gastfamilie. Enkel de naam van hun veertienjarige zoon kan ik uitspreken. Hij spreekt het uit als Daviff, maar ik mocht ook gewoon David zeggen. De naam van de dochter is Etla (18) en ze is vorig jaar naar Italië geweest met AFS. Na een vermoeiende zondag, gaf Etla men nog een rondleiding doorheen hun huizen en bouwsels.En als afsluiter heb ik nog met Daviff “Love me tender” van Elvis Presley doorheen het huis gehuild.
Het is nu maandag de 24ste en ik heb al een halve dag in’t school doorgebracht. Wel school, het is universiteit en de leerlingen hebben de gemiddelde leeftijd van 30 jaar. Hoe dan ook, in de voormiddag heb ik men eerste lessen Duits ooit gekregen in het IJslands en daarna heb ik twee uur IJslands in het IJslands gekregen waar ik tot op heden nog niet teveel van begrijp.
Dit was het zowat tot nu.
Amusement en tot de volgende…
Lennart Opsteyn