maandag 28 juni 2010

Het Allerlaatste Woord...

Vreemd en verward begin ik aan mijn laatste bericht. Het laatste bericht dat de eer heeft mijn IJsland-avontuur af te sluiten. Vreemd en verward voel ik me omdat ik de laatste dagen in IJsland en de eerste dagen in België op een emotionele rollercoaster gezeten heb. Maar ’t is tijd om duidelijkheid te scheppen. ’T is tijd om al hetgeen dat rest, uit de doeken te doen.

Het begin van het Einde.
Het zou allemaal moeten beginnen op 23 juni, maar ik heb enkele gaten in mijn geheugen. Niet dat ik zo dronken geweest ben of omdat ik ‘pief’ gerookt heb. (De KSA’se woordenschat, dat heb ik toch gemist / pief = weed) Desondanks het feit dat mijn geheugen me even in de steek laat, kan ik jullie toch meegeven hoe die laatste dagen zich ongeveer voltrokken. Om te beginnen heb ik vaak met Sam uit Québec (Canada) rondgehangen. Sam en ik, wij liggen op één lijn. Alles wat gezegd wordt keert zich naar een filosofisch gesprek. En dat klinkt misschien zwaar en vele zullen gaan van: “Bah, wat doet gij in uwe vrijen tijd?”. Maar onze gesprekken waren heel luchtig en vooral het feit dat Sam niet van wetenschappen houdt… laat me dat anders formuleren. Vooral het feit dat hij niet in de wetenschap gelooft, zorgt vaak voor hilariteit. Sam is een man van de natuur en doet me denken aan (herinnert u hem nog?) Christopher Johnson (Chris) McCandless.

Sam is de rode draad doorheen het einde, maar ook Takehiro (Japan) was van de partij. Toen ik Takehiro voor eerst ontmoeten kon hij spijtig genoeg niet te veel engels, maar hij buigde wel altijd lichtjes als ik hem iets vroeg. Doch dat is verandert en alleen het buigen is overgebleven (echt zo’n stereotype ding). Takehiro is wel lachen en wie weet zal ik ooit mijn zinnen zetten op dat eiland ver van hier, het land van de Samurai en niemand minder dan Takehiro zelve.

Ook Colin, mijn Amerikaanse broer is nooit veraf geweest. Hem zal ik niet rap vergeten vermits ik door hem dat zweeds meisje heb leren kennen. Toch zou ik ferm arrogant zijn als ik Colin enkel voor die bewezen dienst zou herinneren. Die kerel ligt net gelijk Sam en ik op dezelfde lijn of alleszins een parallellijn vermits Colin al zijn beslissingen baseert op de wetenschap, waardoor hij af en toe botst met Sam.

Sam en Colin zijn van twee van die sleutelfiguren waarvan ik weet dat ik die nog ga zien. Bij het afscheid zeiden we niet vaarwel, maar tot ziens. Gewoon omdat we alle drie wisten dat dit jaar het begin is van iets groots, iets spontaans … het leven begint.

Afscheid.
Als afsluiter was er zo’n eindkamp georganiseerd. Zaterdag om 10 ’s morgens gingen we zoals de traditie het voorhield een boompje planten. Voor vele betekende dit afscheid nemen van hun gastfamilie. En voor even was ik blij dat ik dit deel al achter de rug had. Mijn gastfamilie had ik achter gelaten in Bolungarvík.

Daarna gingen we naar een schooltje om daar voor de laatste keer te gaan zwemmen en enkele groepsgesprekken te doen i.v.m. ons jaar en onze bevindingen. De avond ging voorbij met veel praten over alles behalve het vertrek. Slapen werd er bijna niet gedaan vermits ik en nog zo’n 20 andere om 4:30 ’s morgens aan de luchthaven moesten zijn.

Vaarwel zeggen tegen de andere uitwisselingsstudenten ging gepaard met veel traantjes. Tranen die niet van mij waren. En ook Colin en Sam bleven er vrij ongeroerd van. Ik zei nog dat het allemaal iets gemakkelijker ging gaan als we mee konden huilen en daar gaven ze me gelijk in. Dat creëerde een vreemde sfeer. Wij observeerden en dachten na met voldoening over hoe het jaar geweest was, maar andere vlogen elkaar in de armen, wanhopig proberend om het moment van samenzijn te verlengen. De tijd was gekomen en ik begon iedereen af te gaan om tot ziens of vaarwel te zeggen. Ik vind dat men dat soms voelt wanneer er een tot ziens inzit of wanneer het gewoonweg een vaarwel is. Manuela uit Spanje was juist hersteld van een huilbui en ze had haar haar opnieuw gedaan, waardoor ze er ongelooflijk mooi uitzag. Ik complimenteerde haar en zag daar alsnog met veel moeite een glimlach te voorschijn komen. Bij haar hoop ik op een tot ziens en welja Spanje is niet zo ver, of die afstand is alleszins ‘te doen’.

Colin en Sam bleven ook achter op die school, zij hadden een vlucht laat in de namiddag. Sam sloot af met: “We zouden elkaar moeten weerzien wanneer we opnieuw verandert zijn, niet eerder…” Daarmee bedoeld hij dat het geen zin heeft om afscheid te nemen als we mekaar over 10 jaar weer gaan zien en we zijn nog altijd hetzelfde. Het gesprek escaleerde weer zoals dat altijd bij ons ging en we concludeerden dat wijsheid niet uit de woorden van de spreker komt, maar uit de redenering van de ontvanger.

-Ah weet ge, misschien dat deze tekst u niet zoveel zegt maar ik draag die momenten zeer hoog in het vaandel. Gewoon omdat ik een band, een zielsverwantschap zag in deze twee individuen.

Ons gesprek werd abrupt onderbroken toen één van de vrijwilligers mijn scheidde van mijn broers en de bus op duwde. Een vriendschapsband die niet onderbroken is, maar gewoon op pauze gezet werd.

De luchthaven.
Het duurde mij allemaal te lang. Inchecken, securitycheck… het bleef maar duren. Toch wil ik nog even de dame achter de incheckbalie bedanken omdat zij geregeld heeft dat ik 20 kilo teveel mee mocht nemen op het vliegtuig. 20 kilo per persoon is toegelaten, maar ik kwam aan met 40. Ik denk dat de blik in mijn ogen, die: ‘Ik wil gewoon naar huis…’ vertaalde in weinig woorden veel verschil heeft gemaakt. Toch lag de eindbeslissing bij die dame en daarvoor vele malen bedankt.

We vlogen richting Kopenhagen en daarna op Zaventem. In totaal hebben we zo’n 4.5 uur op de vlieger gezeten. In Kopenhagen heb ik afscheid genomen van Burak mijn gastbroer voor 8 acht maanden. Het was me een hippe rit, kerel. Rond een uur of 5 denk ik kwamen we aan op Zaventem. Mijn koffers bijeenrapen en nog even wachten op mijn gitaar die door een speciaal iemand afgeleverd werd. Lies die me bijstond tijdens het wachten op mijn gitaar, begon het moeilijk te krijgen en ik excuseerde haar. Ze moest niet blijven en dus daar namen wij afscheid en ging ieder zijn eigen weg. Veel geluk Lies! Veel geluk.

Het weerzien.
Een tiental minuten later werd mijn gitaar afgeleverd en begon ik aan mijn tocht richting exit. Ondersteunt door degelijk Vlaams en flarden Engels (zoals dat niet ongewoon is op een luchthaven) kan ik alleen maar lachen. Denken kan ik niet meer, ik ben veel te moe. Ik ben thuis en dat is hetgeen wat telt. Ik stoot mijn bagagekarreke door de uitgang om daar vast te stellen dat er nog duizend en één mensen op zoek zijn naar hun dierbaren. Een kreet die “LENNART!” vormt krijgt mijn aandacht en inderdaad daar staat mijn moeder, mijn mama doodgelukkig en met tranen in de ogen. Tranen vloeien en ik vlieg haar in de armen. Even later is papa aan de beurt voor een knuffel. Ik ben moe, zeer moe maar voldaan. We drinken nog iets in de luchthaven om te bekomen en dan op naar Zutendaal. Het is allemaal zo onwerkelijk, er staan geen vreemde tekens meer op de borden langs de weg. Iedereen spreekt Vlaams, de mensen rondom mij zijn geen vreemden. Het is lang geleden dat ik omgeven was door mensen die ik ken, ik was gewoon geworden aan gezelschap dat bestond uit veelal vreemden. Opeens herken ik de omgeving, we rijden Wiemesmeer binnen. Een moeilijk moment volgt. Ik besef hoeveel van mijn herinneringen zijn vervaagd en om alles opeens te zien is moeilijk om te vatten. Ik vraag tussendoor nog of er iemand thuis is en krijg het antwoord dat Opa uit Zutendaal is gaan zingen in Scherpenheuvel. Ik denk van: “Ideaal dan ga ik gewoon men bed in en zien we de familie morgen wel.” We rijden de Boogstraat op en ik voel me opgelucht het reizen is eindelijk gedaan. Als we de Berkenstraat opdraaien wordt ik pas gewaar van de gigantische bache die luidt: ‘Welkom Thuis’. Ik merk iemand op achter die doek, maar ik ben in geen staat om te beseffen wat gaat gebeuren. Mijn verstand staat uit. Ik stap uit en voel hoe de hitte over mij heen komt. Drie seconden later springt de familie achter die doek uit. Ik weet niet wat te doen. Vrolijkheid en geluk vult mijn hart. Ik zoek toevlucht in de armen van Oma, ik sluit mijn ogen en ik weet… Ik weet zeker dat ik thuis ben. Het weerzien is een hele belevenis, iedereen ziet er veranderd uit. Al ben ik waarschijnlijk de enige die dat merkt…

De barbecue wordt aan gang getrokken en ik begin de laatste nieuwtjes en weetjes her en der op te pikken. Bij mijn rondleiding door het huis, merk ik dat heel wat verandert is. Alle kleine dingen komen in één keer op me af. De satékes en de frietjes doen deugt. Vlaams, dat op traditionele wijze wordt gesproken met Ge en Gij omringt mij weer. Enkele kerels van de KSA vallen ook nog even binnen, maar ze zijn duidelijk niet voor de hapjes gekomen. Bier is er en die mannen zijn content. Het eerste nieuws dat me bereikt van de KSA komt van Schellingen die vol trots: “Maaike heeft ne nieuwe frigo!” uitroept. (Maaike = frituur / voor zij die niet in Zutendaal wonen). Ik ben blij dat iedereen er was. Een betere thuiskomst kon ik me niet inbeelden.
Van mijn avontuur heb ik veel geleerd. Maar mijn zoektocht naar wijsheid is nog maar net begonnen. Ik weet niet wie het zei, maar dit is een ervaring die niemand me meer afpakt. En inderdaad, ik ben heel blij dat ik het mocht meemaken. Voor de toekomst mag het wel gezegd zijnde dat dit een voorbode is van wat nog mag komen. De reiskriebels heb ik vies te pakken en die zullen er op ne keer toch uitmoeten.

Hopelijk hebt ge van mijn blog genoten en laten we hopen dat ik snel een nieuwe kan bijhouden.

Ik heb van het leven genoten en dat is iets waar ik niet meer mee ga stoppen. Voor de rest zou ik oneindig kunnen blijven zwansen over IJsland en hetgeen ik daar gedaan heb, maar voor om een ietwat degelijk verhaal neer te schrijven, ga ik het hier bij houden. Geniet nog van de zomer en daarmee, daarmee is het allerlaatste woord gezegd…


Lennart

dinsdag 22 juni 2010

This Is It!

16 juni:
Het verlaten van Bolungarvík is een feit. Mijn koffers zijn gepakt. We besluiten om mijn koffers te wegen en ik merk, dat ik om en bij de 36 kilo aan bagage heb. Om daar een interessant punt van te maken, ga ik meedelen dat ik vertrok met precies 20 kilo. Om nog maar te zwijgen over hetgeen ik heb meegegeven aan Ine, Leine en Diane. Maar dat komt ook een beetje door het feit dat ik twee gitaren aan mijn arsenaal heb toegevoegd. Hoe dan ook de laatste dag was een triestige dag. Het weer was maar grijzig en veel woorden werden er niet uitgewisseld. Ik ben op de middag toen nog even naar Sigga gegaan om haar te bedanken en om Sigurjón nog eens te zien. Sigurjón was echter nog in het kleuterschooltje dus moest ik daar even naartoe. Ik probeerde hem in mijn beste IJslands bij te brengen dat ik niet meer terugkwam. Maar hij begreep het niet goed, het was zijn verjaardag en hij bleef maar vragen achter zijn cadeau en wanneer ik nog eens met hem naar het zwembad ging. Ik had geen en van het zwembad zou niks meer in huis komen, dus moest trapte ik het maar af. Eenzaam was dat wel, maar wat had ik nu ook van een vijfjarige kind verwacht. Onder de vrienden was het ook heel oncomfortabel, het lijkt wel alsof niemand echt goed met afscheid om kan. Ik verwijt niemand want ik zit in hetzelfde schuitje, ’t is gewoon een conclusie die ik getrokken heb. En daarmee is die conclusie het allerlaatste wat ik in de Westjörds geleerd heb. Ook de trip naar het vliegveld was maar een stille, maar wat moet ge precies zeggen bij een vaarwel? En toen ging het allemaal snel, het vliegtuig was al ginds en onze koffers waren op 3 seconden ingecheckted. Een vervelende stilte kwam op en ik zag aan Elín dat ze het moeilijk begon te krijgen. Elvar daarentegen, bleef grapjes maken tot het bittere einde. Wellicht zijn methode om met afscheid om te gaan. Emil liep wat verdwaasd rond, maar dat was ok. De man achter de incheckbalie luidde de bel en dat was het dan. Elín barstte in tranen uit en ook Elvar werd stil. Emil was doodgelukkig vermits alles wat Burak en ik niet mee konden nemen gaven we aan hem. Zo heb ik ook mijn Basketbal afgestaan.

De vlieger op en dat was het dan.

Ik wordt opgepikt door een vrijwilligster op de luchthaven en wordt op mijn nieuwe slaapplek gedropt. Fijn dichtbij het centrum. Ze vraagt me nog of ik naar een barbecue wil gaan en wie ben ik om zo’n aanbod af te slaan. Ik maak er kennis met de ijslandse kids die in september vertrekken naar God-mag-het-weten. Ik gebruik de term kids, want ik voelde meteen een kloof tussen hen en mijzelf. Alsof er een onoverspannen stuk van pure wijsheid tussen ons in lag, waar ik met behulp van de afgelopen 10 maanden alsnog ben over geraakt. Ik voel me goed, ik voel me jong volwassen.

Ik besluit de avond van de 16de in stilte door te brengen en speel wat gitaar. De mensen waarbij ik verblijf ontmoet ik pas om 2 uur ’s nachts. Zij zijn altijd druk bezig, maar dat was geen probleem, want ik wist al ergens in mijn achterhoofd dat ik niet vaak ging thuis zijn.

17 juni:
Ik pak de velo, die van de pa ter huize is en trampel in de directie van ‘downtown’ Reykjavík. Het was nationale feestdag, wat mijn eerste dag een bijzonder interessante maakte. Vermits er veel mensen waren. Zo’n grote groep mensen had ik al lange tijd niet meer gezien. Maar dat maakt Reykjavík er niet groter op. Ik besloot om eerste de World Cup te gaan kijken in een degelijk bar en daarna op zoek te gaan naar wat bekender volk. En het duurt niet lang voordat ik de andere uitwisselingsstudenten gevonden heb. Alleszins dat groepje waar ik me goed bij voel. Zij brachten enkele ijslandse vrienden mee. We schuimen samen de pubs af en we splitsen even op omdat sommige Frankrijk – Mexico wouden gaan zien en ander thuis moesten gaan eten. Ik ga met Sam (Canada) en Colin (USA) naar de wedstrijd kijken en achteraf delen we ook nog een pizza. Die avond gaan we nog naar een fuif. Nammidagur speelt en die hadden wel een unieke sound. Bij toeval nog een luikse wafel gegeten en met Hans gesproken. Hans is een kerel van middelbare leeftijd die een ongelooflijk hippe motor had.

Rond één uur sluiten de bars en besluiten de meeste om naar huis te gaan. Toch gebeurd dat niet en belanden we in een debat of we al dan niet pannenkoeken gingen eten ergens aan de andere kant van’t stad. Het antwoordt blijk ja te zijn en dus begin ik maar te fietsen naar weet ik veel waar. Oh ja, Harri(deel van het gezelschap) had een kruisje op de map gezet. Ik heb zo’n map gekregen zonder straatnamen, maar met een satellietbeeld van Reykjavík. Ik vind het wel een coole manier om te navigeren door Reykjavík. 45 minuten later kwam ik daaraan, maar daar werd ik opgewacht door Harri die zei dat het daar niet ging doorgaan. Het ging doorgaan op de plek waar ik vertrokken was. Euhm ja… Ik zei kerels, dit gaat nergens naartoe, ik ben pitten. En zo geschiedde het ook.

18 Juni:
Was een rustige dag. Omstreeks twee uur was ik weer wat mens en zonder veel twijfelen, stapte ik half slaapdronken weer op de velo. Er bleek niet te veel gaande te zijn downtown, dus pikte ik nog maar eens een wedstrijdje van de World Cup mee en bezichtigde ik Reykjavík. Die avond was niets gepland dus ben ik gewoon naar huis gegaan en om wat slaap te vatten. Ik denk dat ik maar 24 uur in totaal geslapen heb in de tijd dat ik bij die mensen woonde. Maar dat was voor hun geen probleem, want vaak kwamen zei nog later dan mij thuis. Op deze dag heb ik Ronald ontmoet een kerel uit Australië. Hippe kerels die van Australië en een cool accent. De kerel leek echt zo’n surferdude dus ik was helemaal geboeid.

19 Juni:
Dit was de dag dat ik met Colin, Carlos en vrienden van Colin naar het Blue Lagoon ging! Woohoo. Was wel cool! Ik weet niet goed hoe die warm waterbronnen in elkaar steken, maar dat zoek ik wel uit als ik terug in België ben. Ik heb er alleszins van genoten. Ook grappig was dat op een bepaald moment twee vlamingen in onze beurt zaten en die hoorden ons Engels en IJslands spreken. Ik vond het hilarisch toen zij tegen elkaar zeiden van: “zie verstaan ons waarschijnlijk ook niet als we vlaams spreken”. Waarop ik uit volle borst: “JAWEL, TOCH WEL” schreeuwde. Verbazing alom, en daarna volgde natuurlijk de algemene ‘Small Talk’.

Die avond werd ik nog uitgenodigd voor een party. Dat bleek echter gigantisch ver te zijn (niet te doen met de velo) dus een taxi was nodig. Dat was wel cool, ik begon te praten met de taxichaufeur en die zei dat het zo’n 4000 kronur ging kosten om ginds te geraken. De teller sprong echter op 4000 lang voordat we ginds waren. Maar hij zei dat hij de teller ging stoppen omdat ik ne vriendelijke gast was. YUUH! De party was gans goed. Veel hippe nerds eigenlijk. We zaten op een gegeven moment over quantum fysica te praten. Niet dat ik daar veel vanaf weet, maar ik heb mijn luisterend oor opgezet en ik vond het wel cool. Harri was zo vriendelijk om me terug te naar huis te brengen en dus omstreeks 4:30am kroop ik onder de wol.

20 Juni:
Ging ik naar een AFS-meeting. We gingen één of andere berg beklimmen om de middernachtzon te zien. U weet wel, de tijd dat de zon niet ondergaat. Helaas was er veel mist en dus niets te zien. Vooraf was nog een BBQ gepland en ook daar was de Lennart gaarne aanwezig. Het verwerken van mijn vistrauma is begonnen. Ergens die dag zijn we ook nog naar een Vikingfestival geweest. Dat was cool, maar ik vond het niet spectaculair. Gewoon fijn om eens gezien te hebben.

21 Juni:
Ben ik met Carlos en Sam naar een tattoo shop gegaan. Carlos ging een tattoo laten zetten en ik wou daar gaarne bijzijn. Ik heb een vreemd interesse in tattoo’s. Gene paniek ik heb er geen en ben ook niet meteen van plan om ene te laten zetten. Maar ik vind ze wel wat hebben. Natuurlijk was het maandagmiddag en dus waren vele shops gesloten. Daarna ben ik direct naar Kringlan gegaan. Das een winkelcentrum. Normaal geen plek voor een ziel gelijk ik, maar! Ik had nieuw kleren nodig omdat ik een date had die avond met een zweeds meisje. Hoe dat afgelopen is weet maar een handje vol mensen en ik wil dat gaarne zo houden. Nog voor die date ben ik van slaapplek verandert. Ik woon nu verder van het centrum af. Helaas.

22 Juni:
Dat is vandaag, maar vermits ik de hele dag met mijn blog bezig geweest ben, is er nog niks gebeurd. Tegen de avond aan ben ik nog een filmpje gaan pikken: 'Get him to the Greek'. En ik heb ook een heel interessant gesprek met Emil mijn gastheer gehad. Emil boodt me een glaasje congac aan en wie ben ik om te weigeren. Wreed sterk, maar niet slecht. Maar helaas heeft het meisje van mijn date me ook duidelijk gemaakt dat ze afstand wil houden. Ze wil zich niet in een romantisch avontuur storten wat naar alle waarschijnlijkheid geen toekomst heeft. Ergens is dat misschien wel het beste, maar ik vond het wild en impulsief en vreemd genoeg hield ik er wel van. Want ik ken haar helemaal niet goed, maar 't was gewoon zo spontaan dat het goed voelde. Twee individuen die elkaar ontmoeten, elkaars pad kruisen zonder veel consequenties. Mooi, bijzonder mooi vind ik dat.

Reykjavík bevalt me wel...

Tot snel!


Lennart

maandag 21 juni 2010

Ik leef nog!

Door het gebrek aan tijd, heb ik moeite om iets te schrijven voor mijn blog. Ik loop hier van het één naar het ander om het allemaal gezien te krijgen. 'T is hier ongelooflijk cool! Steden zijn zo cool! Ik ga proberen iets op papier te krijgen, maar ik weet niet goed wanneer dat zal lukken.

En anders maak ik gewoon een superlang bericht, helemaal op't einde!

Greetings!

maandag 14 juni 2010

Het Vaarwel

Week 42 in de Westfjörds. Nog twee dagen en ik laat deze streek achter om op zoek te gaan naar warmere plekken in het zuiden. Inderdaad de 16de (de dag dat ik naar Reykjavík ga) komt dichtbij, heel dichtbij.

In die laatste volle week die ik hier heb uitgedaan, hebben Burak en ik veel gepooled en gedart. Das wel eens fijn om te doen. Ik heb ook gemerkt dat ik een onuitputtelijke bron in mij heb om mezelf te verbeteren. Zaterdag is Mélanie nog in Ísafjörður geweest. Zij was op een soort roadtrip met haar gastfamilie om zoveel mogelijk van IJsland te zien. We hebben de namiddag al pratend doorgebracht. Mélanie is trouwens een Waalse. En vreemd om te zeggen, maar zij is mijn eerste vriend uit Wallonië. Ik vind dat Vlaanderen en Wallonië een efforke moeten doen om mekaar eens te leren kennen. Stoppen met het volkslied te vertalen en ergens een middenweg vinden. Maar goed ik denk niet dat het zal veranderen omdat ik hier eens van mijne tak begin te maken. Hoe dan ik is altijd hip om iemands anders indrukken te krijgen. Zij beleefde haar AFS-jaar op een heel andere manier, dat was al snel duidelijk. Niet beter of slechter, gewoon anders.

Wat ook lachen was deze week was de komst van Maarten Colson. Die kerel – nu inmiddels vriend – contacteerde me via facebook. Hij had mijn blog via via gevonden omdat zijn vriendin Eva volgend jaar naar IJsland komt met AFS. Hij wou gewoon weten hoe het eigenlijk is zo’n jaar en wat er allemaal bij komt kijken. Hij liet me ook een video zien die Eva had gemaakt om haar familie en omgeving te schetsen voor haar toekomstige gastfamilie. Nu blijkt dat het tegenwoordig verplicht is om zulk filmpje in een te steken. Wel ik vond het hilarisch, het filmpje herinnert mij aan hoe ik mijn jaar begon en hoe ik erover dacht voordat ik wist wat ik nu weet. Ik zou de link posten, maar Maarten gaf me die link in een facebookchat en dat chatvenster heb ik gesloten toen hij ging pitten. Hoe dan ook Maarten is een hippe kerel van 20 en hij volgt een muziekopleiding Jazz (hij speelt contrabass). We hadden een gigantisch hip gesprek en dus is Maarten Colson mijn eerste internetbuddy. Wie had dat gedacht, dat ik een internetbuddy ging krijgen. Maarten woont trouwens in As en dus zal ik hem wel eens gaan zien deze zomer. Maarten ge zijt hip!

De laatste week was ook een week van veel afscheidt nemen, dat is iets dat nu nog altijd doorgaat. Ik heb er een vreemd gevoel bij. Zo vertrekken en al. Het voelt goed om naar huis te gaan, maar aan de andere kant had ik ook een geweldig jaar hier.

Gisteren nog een paar uur op de XBOX 360 gespeeld. Was wel hip. Lang geleden dat ik nog een schietspel had gespeeld. (Gears of war) De kerel waarmee ik aan’t schieten was, vertelde me ook over Hreinn. Een kerel van’t school (het wordt uigesproken als Hreit). Die had enkele dagen geleden gebeld om te zeggen dat hij naar Amerika ging de volgende dag voor een onbepaalde tijd. Uit het niets. Halli zei dat dat normaal was voor Hreinn. Zij zijn kennen mekaar al vijf jaar. Halli voegde er ook aan toe dat Hreinn wellicht hem alleen had gebeld. Vreemd niet? Zo maar één iemand bellen om te melden dat ge vertrekt.

De World Cup is ook bezig en ik ben het vollop aan’t volgen. De World Cup is het enige dat ik van voetbal volg. Vermits logisch gezien, is het daar waar men het beste voetbal gaat zien. De beste spelers van elk land die het tegen elkaar opnemen. Ik hou er wel van. Ik zie er naar uit om een goed café te vinden in Reykjavík om het allemaal met iets meer sfeer mee te maken. Voor het allemaal begon heb ik me aan de tafel gezet met Halli (van de XBOX), Baldur en Rúnar om de afloop van de World Cup te voorspellen. En ik mag met trots aankondigen dat we tot nu maar 2 wedstrijden goed hebben.

Morgen ga ik m’n spullen pakken. Nog wat afscheid-mailtjes en sturen en nog wat bezoekjes brengen. Het plan voor nu is om naar de nubo te slenderen en om een pak Pims te kopen. ’T Is tijd dat ik nostalgisch door het dorp ga wandelen en alles dramatiseer, nu ik mijn weg naar huis vrij aan’t maken ben.


Lennart

maandag 7 juni 2010

Trip Tot Nu

http://picasaweb.google.be/Dhyhakhan/TripTotNu#

Direct na mijn blogbericht heb ik de volgende serie foto's in orde gemaakt. Geniet ervan. Het is deze keer een degelijk reeks met zo'n 105 foto's als ik me niet vergis. Het zou ideaal zijn, moest u eerst De Golf Van Mexico lezen alvorens door de foto's te ploegen.

From Iceland With Love...

Tip van de Dag: Dit liedje is ideaal als achtergrond muziek op de foto's. (klik hier) Let niet op de clip.

zondag 6 juni 2010

De Golf Van Mexico

Nog 21 dagen. De laatste tijd ben ik echt aan’t aftellen. ’T Is allemaal nog wel cool, maar mijn hart behoort in Zutendaal. De dagen zijn hier maar schaars gevuld met activiteiten. Gelukkig zijn er genoeg spontane momenten. Zo ging Elín woensdag en donderdag nog naar een reünie. En dus besloot Elvar om de Barbecue aan gang te steken. Gene steak, maar weer ergens een stuk schaap. Hoe dan ook het was goed, gewoon net iets anders.

Niet lang nadat we onze BBQ-maal ophadden, vroeg ik Elvar of hij nog vaak golft. Ik zag enkele golfclubs en dat maakte me nieuwsgierig. Elvar werd heel enthousiast en begon me uit te leggen hoe ik de perfecte swing moest maken. En dus ben ik helemaal in de ban van golfen. Ik ken er al wat van, van de driver tot de tee. Alleen richten zit er nog niet zo in. Het is nu niet dat ik helemaal geen controle over dat balleke heb, maar bijvoorbeeld zeggen dat de bal gaat neer komen op een gebied van 25m² zit er nog niet in. De titel slaat op niet veel, maar ik vond het wel een goeie titel om jullie nieuwsgierig te maken.

De laatste tijd voelt het ook alsof ik in Zuid-Frankrijk vertoef. Een zacht zeebriesje, de zon hoog aan de hemel, ik rond strompelend in korte broek. Het heeft allemaal wat. Toch wordt ik er telkens aan herinnert dat het niet Zuid-Frankrijk waar ik rond strompel, maar Ijsland. Vooral wanneer die koude noorderwind mijn schenen snijdt.

Op donderdag ben ik efkes naar Ísafjörður gegaan om de touristische dienst nog eens te raadplegen. Ik heb een aantal folderkes meegekregen en heb weet gekregen van een kayaktour die zowaar elke dag vertrek. En met mijn kayaklessen ‘tegen-het-kapseizen’ achter de rug ga ik misschien toch eens zo’n tour doen.

Zaterdag was het Zeemansdag. En dat hebben de inwoners van Bolungarvík geweten. In de morgen begon het allemaal met een boottrip op een middelgroot schip uit de fjörd (inham) en op naar de open zee. Helaas heb ik dat gemist vermits ik aan’t pitten was. Pitten gaat hier heel onregelmatig. Vermits de zon zowat dag en nacht schijnt. Ik heb een foto gemaakt rond een uur of één middernacht en dat is zowat het donkerste moment. De foto steekt in de volgende reeks. Zeemansdag was opgevuld met een roeiwedstrijd, zakkenlopen enz. Als kers op de taart eindigde het allemaal met een demonstratie door het reddingsteam, compleet met helicopter en al.

Roland Garros is door Burak en mijzelve op de voet gevolgd. De vrouwenfinale hebben we moeten missen door Zeemansdag, maar de mannenfinale hebben we helemaal gezien. Allez Burak heeft het helemaal gezien. Na anderhalve set was ik zwaar teleurgesteld over het verloop van de wedstrijd en ben ik naar buiten gegaan. Er was een vreemde wolkformatie aan de gang. En die ben ik gaan fotograferen. Indrukwekkende om te zien. De wolk was één dikke mist boven de zee, maar bewoog inland. En het was goed te zien dat de mist steeg wanneer het boven land kwam en daar dan verdween door de hitte van de grond. Na mijn eerste foto echter begroette ik een man die zich buiten geposteerd had met koffie. Hij vroeg of Elvar thuis was en ik moest ontkennen. Ik vroeg hem waarom hij geen Roland Garros aan’t kijken was en hij vertelde me dat hij eigenlijk nooit tennis keek. Hij bood me koffie aan, maar vermits ik geen koffie drink moest ik weigeren. Ik vroeg hem alsnog of ik bij hem op’t terras mocht komen zitten en daar had hij helemaal geen bezwaar tegen. De man bleek al een heel deel van mij af te weten, wat wel hielp vermits ik de gebruikelijk introductie kon laten vallen. Hij vroeg me hoe mijn ijslands was en van die vraag gingen we over naar zijn zoon die spaans had geleerd in Argentinië en daar nu voor psycholoog aan het gaan was. Al snel werden we vergezeld door een derde heer wiens naam ik ook niet weet. Na de begroetingen voerden ze een klein dialoog waaruit ik kon opmaken dat ik veel op de eerste man zijn zoon leek. Het gesprek ging verder over golfen en familie. Na een grapje over hoe wit de ijslandse mannen wel niet zijn (beide heren zaten in bermuda en ontbloot bovenlijf langs mij), stond de gastheer op en deelde ons mee dat hij een douche ging pakken. Dat betekende het eind van het onderonsje en dus ging ik maar weer naar huis. Daar had Nadal al bekans gewonnen en vond ik het toch spijtig vermits ik helemaal geen sympathie heb voor Nadal. Dat komt door een samenloop van omstandigheden, maar goed.

Toevallig was er deze avond ook Barbecue en over een dik uur begint Coldplay: Then And Now. Een concert van Colplay is altijd interessant en dus is het wachten. Check ook Een Klats Fotto's

Nog 21 dagen, nog 21…


Lennart

p.s: Voor echte Tiger Woods fans (klik hier)

Een Klats Fotto's

http://picasaweb.google.be/Dhyhakhan/LangGeleden#

Deh dan, en het was nondepie tijd dat ik er nog eens een serie foto's (de titel is geen schrijffout) tegenaan smeet. 'T is niet zozeer een speciale reeks, maar gewoon wat beeldmateriaal is altijd interessant. Ik heb ook eindelijk mijn geheugenkaartje losgepeuterd gekregen uit mijn camera dus er zal snel een volgende reeks volgen.

From Iceland with love...

maandag 31 mei 2010

Aðalvík - Hesteyri

Niet lang nadat ik mijn vorig bericht afgewerkt had, kreeg ik een telefoontje van Linda om samen iets te doen. Linda Björk is half IJslandse half Filippijnse en woont in Flateyri. Vaag haalde ze aan om te gaan kamperen en dus verwachtte ik niet dat dat door ging gaan. De volgende dag (maandag)belde ze me opnieuw en vroeg ze of ik geen zin had om te gaan kamperen met Hrefna, Geiri en zijzelf. Lang moest ik daar niet over nadenken mede doordat zij al op hun weg waren om mij te komen ophalen. Nog rap ergens een slaapzak opgevorderd en weg was ik. Toevallig was er bij Linda thuis een familiefeest aan de gang, ze zagen me alsnog graag komen en ’t is altijd cool als de mensen ook nog geïnteresseerd zijn in waar ge vandaan komt. En dus heb ik verschillende keren mijn verhaal mogen doen en dat deed wel deugt. Ook kreeg ik een vreemd gevoel bij het zien van zo’n hechte familie. Ik moest concluderen dat het lang geleden was dat ik nog een echt familie gezien had. Mijn gastfamilie heeft weinig tot geen familie in de omtrek en dus heb ik die band moeten missen. Ik prees mezelf gelukkig dat ik deel uitmaak van een hechte familie en ik voelde me zelfs thuis in de omgeving van Linda’s familie. Alsof dat nog niet genoeg was hielden ze ook nog eens een barbecue der bovenop. Ik denk dat ik de eerste avond ongeveer een kilo vlees heb opgegeten zonder overdrijven. Varkensvlees, kip en gemarineerd lamsvlees. Man man man toch! Echt goed, zeker omdat het meer dan 9 maanden geleden was dat ik nog eens kip gegeten heb. Het deed goed! Hoe het kamperen eigenlijk ging, wel… De meisjes vonden het te koud en dus sliepen we op de matrassen in de living. Smárri en Telma kwamen rond middernacht ook nog binnengestrompeld en dus was er meer dan genoeg leven in de brouwerij. De volgende dag aten we ook nog eens echte pannenkoeken (wat ook al meer dan lang genoeg geleden was). In de namiddag zijn we ook gaan kijken naar enkele modelscheepjes die ronddreven op een geïsoleerd stuk zee. De scheepjes zijn gemaakt door een vader en een zoon. Spijtig was wel dat de Bismarck en de Titanic nog in aanmaak waren. Die had ik graag zien ronddrijven. Daarna zijn we nog gaan vissen. ’t Was mijn tweede keer dat ik dat deed en nondepie vond ik dat cool. Niet zozeer het werkelijk binnenhalen van de vis en vervolgens de haak verwijderen, maar eerder al het geen dat daaraan vooraf gaat. Dat aas op dat haakje slaan en na wat wachten, raakt ge in zo’n soort dans met de vis die daaronder aan uw aas aan’t trekken is. Het klinkt misschien allemaal wat poëtisch, maar ’t is echt wel cool. Helaas kwam er aan het avontuur een abrupt einde toen Hrefna en Geiri een meningsverschil kregen. Wel het kan natuurlijk gebeuren, maar toch spijtig. Linda vertelde me dat het koppel wel vaker door dit soort situaties ging. Na het incident besloot ik dat ik beter uit de weg kon gaan en vroeg of niemand zin had om mij naar huis te brengen. Een spijtig einde voor een fantastische 2-daagse. Zo heb ik ook Flateyri weer eens gezien.

Door de week zijn Burak en ik een ritme gevallen. We zijn lui door de dag en rond middernacht gaan we uit om wat te basketballen. Er is hier zoveel licht tijdens de nacht dat we zelfs niet echt meer lichten nodig hebben. Toch is het cool zo basketballen door de nacht.

Op vrijdag gingen Burak en ik naar Ísafjörður omdat Burak zijn bankkaart niet meer werkte aan de enigste ATM in Bolungarvík. Het probleem was snel opgelost toen Burak een ander ATM gebruikte in Ísafjörður. Burak besloot om direct naar huis te gaan. Maar ik, ik ging nog wat in Ísafjörður rondhangen ervan overtuigd dat er toch wel ergens iets te doen was. Ik besloot om naar de toeristische dienst te trekken. Daar ging ik me bevragen of er wat tours zijn naar Hornstrandir. Ik had in gedachte om volgende week ergens zo’n tour te nemen, er zat voor mij helemaal geen druk op. Toevallig was er die morgen iemand van New York langs geweest die ook zo’n tour wou en dus waren ze zo vriendelijk om er ééntje in te lassen. Dat was de volgende morgen al. Rond half tien ’s morgens zou er een boot klaar liggen in de haven van Bolungarvík om ons naar Aðalvík te transporteren. De tour ging een trektocht zijn van Aðalvík (láttrar) naar Hesteyri. Op de kaart kan u dus zien dat ik van 2 (meeste linkse rode cirkel) naar 5 (helemaal links zijn er twee 5'en in het blauw) getransporteerd werd met de boot. Ik werd naar de hoogste vijf gebracht wat me tevens over 66° noorderbreedte bracht en dus zat ik voor enige tijd in de noorpoolcirkel. En wat ook gigantisch hip was, was dat Aðalvík geen haven had. We werden dus vanuit de boot met een zodiac (kleiner bootje) naar wal gebracht. Echt goed voor de avonturiersgeest! En dus zaten Jón Smárri (mijn gids) en Rafat Ali (uit New York) daar in de middle of nowhere terwijl onze boot vertrok. Allez ‘t was niet echt de middle of nowhere, want er waren enkel zomerhuisjes in de omtrek, maar die waren op het moment niet bewoont. Het ding is met een groepje van drie is dat het direct veel persoonlijker is dan een groep van twintig of zo. We waren nog niet tegoei weg of we moesten al een rivier oversteken. Schoenen uit en met opgetrokken broek moesten we door het water waden. Koud, wreed koud. Na zo‘n drie seconden in het water begint de kramp in te zetten en voelt het echt alsof ge uw voeten gaat verliezen. Niet lang nadat we de overkant bereikt hadden, zagen we een ‘Artic Fox‘ ik weet niet goed wat de naam in‘t vlaams is. De vos liep op zo‘n 30 meter van ons en voelde zich helemaal niet op zijn ongemak. Tijdens de tocht was het weer schitterend en dat maakt de dag allemaal maar beter. Rafat Ali (36) is een indiër die 11 jaar van zijn jeugd in Delhi heeft doorgebracht, daarna is hij naar LA in de states getrokken om de American Dream te leven. De laatste maanden heeft hij in New York gewoond en tussendoor heeft hij ook nog eens in Londen gewoont. 5 Jaar heeft hij aan een bedrijf gewerkt dat hijzelf heeft gesticht en enkele maanden geleden heeft hij dat bedrijf verkocht. Hij is getrouwd en gescheiden en heeft enkele kinderen uit dat huwelijk. Ook heeft hij een obsessie voor technologie waardoor het onnodig wordt te vermelden dat hij de IPad als één van de eerste had. Jón Smárri (28) is opgegroeid in Ísafjörður, maar woont nu in Reykjavík en is van plan één of ander milieu-studie af te ronden. Hij doet deze tours parttime om wat geld te maken. De tocht betrof een afstand van zo‘n twaalf en een halve kilometer. Een degelijke tocht over vaak onbegaanbaar gebied. Veel pad was er niet meer, vermits de mensen die er leefden lang geleden weggetrokken zijn. In Hesteyri zijn we nog naar een oud walvisstation gaan kijken. Gemaakt en gebruikt door Noren die de Ijslandse zee leegvisten. Moest het gebouw geen schoorsteen hebben (en zonder gids), zouden we nooit geweten hebben dat daar een walvisstation was. Echt wel hip om zulke ruïnes te zien. Daar eindigde onze trip en rond een uur of zes kwam de boot ons weer oppikken. Echt een mooie trip, ik ben blij dat ik er deel van uitmaakte.

Ik vergeet wellicht duizend en één dingen, maar jullie hebben alvast de hoogtepunten te pakken.


Lennart

P.s: Rafat liet me ook kennismaken met een vrucht dat in't vlaams 'Dadel' noemt. Nooit van gehoord, maar wel gans goed. (Laat u verrijken!) En om even op Rafat terug te komen, ik weet niet goed met wie ik daar te maken heb gehad. Typ zijn naam (Rafat Ali) eens in op google en wees verbaasd van hetgeen u allemaal vind. De afbeeldingen zijn inderdaad van Rafat en van niemand anders.

zondag 23 mei 2010

Capt'n Lenny

Deze week vierde ik het aanbreken van de 10de en tevens laatste maand. M.a.w ik ben aan de 40ste week bezig. 40 man das nondepie veel. Hoe dan ook hier is mijn overzicht over de 39ste week.

Volgens mij op dinsdag ben ik nog eens naar het zwembad gegaan. Het was een zonnige dag en ja de jas mocht al eens op de kapstok blijven. Na wat rondgedobberd te hebben en nadat het bubbelbad een beetje saai werd besloot ik om mijn luie zelve los te laten. Het is dan ook niet nodig om te vermelden dat dit verhaal eindigde op een ligstoel. Fijn buiten in het zonneke en het was nog heet ook. Toen ik het zwembad verliet was ik toch nieuwsgierig naar de temperatuur en wat bleek het was niets minder dan 6°C. Kouder dan ik dacht, maar in de zon was het echt warm.

Rond de tijd dat ik uit het zwembad kwam was er ook een voetbalwedstrijd bezig en dan ben ik daar nog maar de laatste helft van gaan meepikken. Het was Bolungarvík tegen Ðingeyri en de stand was respectievelijk 12 -0. Een stand die me bekent voorkomt uit de goeien ouwe tijd.
Op woensdag ben ik met Halli naar Prince of Persia gegaan en dat was een goede film. Grote veldslagen met zwaarden en bogen en mooie dames, wat wilt ne mens nog meer in een film. Nee dat klinkt heel oppervlakkig, maar ik vond dat het goeie film was (desondanks bovengenoemde argumenten). Wat me vooral blij maakte was het feit dat vele een meer Brits accent hadden, want als ik eerlijk mag zijn: Amerikaans is plat en straalt maar weinig klasse uit (allez dat vind ik). Natuurlijk is een echt Brits accent ook iets vuils, maar der mooi tussenin dat is waar de mooiste klanken vandaan komen.

Deze week heb ik ook weer twee nieuwe dorpjes van mijn ‘te-ontdekken-lijstje’ mogen schrappen. Skálavík en Súðavík. Het was donderdag als ik me niet vergis. Burak moest zijn computer gaan inleveren, want dat was eigendom van de school. Na het droppen van die computer zijn we nog eens pizza gaan eten en daar vonden we Smárri. Hij zette zich bij en nam zich ook wat om te eten. Na het eten volgde een converatie waaruit volgde dat Smárri ons gaarne eens naar Súðavík wou rijden. Dit dorpje is het eerste dorpje dat men tegenkomt als men van Ísafjörður naar Reykjavík rijdt. Veel is er niet te zien, het is gewoon een verzorgd dorpje. Ook daar is de oudste tunnel in IJsland gesitueerd.

Die avond had ik de gelegenheid om met Elín en Elvar naar Skálavík te gaan. Ze gingen daar een lading schapen (inclusief lammetjes) loslaten zodat die daar rustig kunnen grazen in de zomer. Skálavík is gesitueerd aan het einde van de lijn. Dat is absoluut het einde van de weg. Het is vooral een zomerplek, veel mensen hebben daar een zomerhuisje. Maar ooit was het anders en woonde er een 200-tal mensen. Heel mooi strand en de omgeving is anders omdat de vallei tussen de bergen zo ... is. (ik kom hier niet op het woord, maar in het engels is het narrow) Geen foto‘s helaas omdat ik mijn camera niet bij had. Geen erg het zit allemaal nog vers in‘t koppeke. Elín en Elvar hebben ook een zomerhuisje daar helaas een beetje onderkomen, maar het is nog bruikbaar.

Vrijdag wou ik niet langer lui zijn en heb ik me volledig op het maken van een vlot gestort. Inderdaad zo‘n klein dingske dat blijft drijven. Het was nooit de bedoeling dat ik daarop ging staan of zo, ik wou gewoon iets maken dat bleef drijven.

Lang geleden was het een zekere Wim Van Audenhove (KSA) die tijdens een vlottentocht met een toch wel heel vreemd model afkwam. Het concept was volgens mij gebaseerd op een spin die over het water kan lopen waarbij de buik het water niet raakt. Met dat in gedachte wou Wim een vlot maken waarbij enkel de poten het water raakte. En ik kan me nog heel goed herinneren dat ik ferm verbaasd was dat het nog dreef ook. Die verbazing was zo groot dat ik het niet rap vergeten zal. Wat ik de vrijdag dus geprobeerd heb, was natuurlijk om zoiets te reconstrueren. Ik opteerde voor 4 poten i.p.v. Wim zijn model met zes. Een keuze waar ik later nog spijt van ging hebben. Enkele uurkes denken en timmeren had ik een simpel model klaar. Rond de vier poten had ik halve liter flesjes geplaatst.

Even later bracht Emil me naar een plek waar ik het model rustig kon testen en hier zijn mijn bevinden over het – welja – experiment. Wat ik meteen merkte toen ik het vlot op het water zette was dat het vrij diep lag en toen werd me ook meteen duidelijk waarom Wim toen voor 6 poten koos i.p.v. 4. 6 poten resulteren in meer oppervlakte waarover het gewicht kan verdeeld worden. Ik had ook de halve liter flesjes kunnen vervangen door 2 literflessen, maar die had ik toen niet bij de hand. Bij nader onderzoek was ook de hoek tussen het water en de achterste poten te klein waardoor de achtersteven nog dieper lag. Een ander fout van mij was dat ik de flesjes niet gedicht heb. Ook dat koste me de kop vooral in snelle stromingen waar golven alom aanwezig zijn, want die golven vulde mijn flesjes al snel en trok het hele spel de dieperik in. Geen erg ik heb mijn vlotje kunnen recuperen. Ik besloot om iets verderop een nieuwe test te doen. Ik dacht dat daar de stroming minder was, maar veel verschil was er niet. Echter deze keer bleef mijn vlot drijven en dat maakte me enthousiast. Te enthousiast. Ik veerde het koord iets te fel, waardoor mijn vlotje in de ruwste wateren terechtkwam. Een oneven strijd die mijn vlotje verloor. Opnieuw de dieperik in. Maar deze keer was ik er nog niet vanaf. Ik probeerde mijn vlot terug te halen, maar de stroming werd er natuurlijk niet minder op. Tegen de tijd dat ik mijn vlot aan wal trok, was de schade tevel. Eén van de poten was afgebroken onder de immense kracht van de rivier en de andere poten waren verplaatst. Om mezelf te troosten besloot ik om mijn verdriet weg te eten. Ik bestelde een Píta en die was nog goed ook. Al snel was ik het tragische event van die namiddag vergeten.

Einde


Lennart

P.s: zaterdag en zondag heb ik gewoon gechilled en dus kan ik daar niet veel meer over vertellen.

maandag 17 mei 2010

Lammetjes & Sneeuw

Er is weer een weekje om en daar wil jullie natuurlijk graag over vertellen. Om de algemene sfeer op u los te laten moet ik zeggen dat deze week een vrij rustige week was. Maandagochtend had ik m’n laatste examen. Ik was het vergeten te vermelden, maar inderdaad ’t was de afgelopen twee weken examens. Hoe dan ook zo belangrijk is dat ook helemaal niet. Ik ben naar die examens gegaan, heb daar een uurke gezeten en ben het dan afgetrapt. Veel heb ik niet kunnen invullen al vind ik dat ik toch al wat IJslands kon verstaan. Ik heb rustig die vragen overlopen en hoewel ik de antwoorden niet kon geven, had ik toch al een idee waar ze naar toe wilden. De school is dus om en de vakantie is begonnen. Het enige dat ik nog op school moet doen, is daarheen gaan met mijn T-shirt waarop iedereen zijn naam dan kan schrijven.
Omdat het weer vakantie is, ben ik wederom verdwaalt in tijd en heb ik helemaal geen besef welke dag ik bepaalde dingen meemaak.

Hoe dan ook, ik ben ergens naar Robin Hood gaan kijken. Een nieuwe film met Russell Crowe. En hippe film dat wel, zeker een aanrader. Veel bekend volk in de bioscoop gezien en ‘t is altijd fijn om zo wat woorden te wisselen tijdens de pauze. Vanwege de vakantie zijn films hét alternatief om de tijd door te brengen. Zo huur ik regelmatig wat films.

Ook heb ik nog eens gefietst en dat was lang geleden. De dikke banden maakten het er niet gemakkelijker op. Ook heb ik gemerkt dat mijn conditie er wreed aan toe is. Spijtig, maar daar zal ik ooit nog wel eens werk van maken. Misschien dat het ook wat aan de fiets lag vermits ik er niet zonder handen mee kon rijden. En als dat niet lukt dan scheelt er meestal iets met de vélo. Misschien dat ik wat meer adem krijg als ik wat in Reykjavík heb rondgetoured.

De meeste bedrijvigheid was te vinden in de stal van de schapen die op dit moment allemaal hun lammetje aan het baren zijn. Ik heb zo’n geboorte van dichtbij meegemaakt en ik moet zeggen, veel schoons is er niet aan. Wel lachen is als die pasgeboren lammetjes voor het eerste mekkeren. Dan komt er zo’n piepgeluidje uit. Hier verwachten ze zo’n 59 lammetjes in totaal. En op dit moment zijn er al zo’n 31 geboren. Elvar is druk in de weer om er telkens bij te zijn, wanneer er weer een lammetje aankomt en dat resulteert in korte nachten. Moest er iets misgaan of moest de bevalling niet zo vlot verlopen dan wil Elvar daar zijn om het allemaal op het rechte pad te zetten. Bij de geboorte die ik heb meegemaakt bijvoorbeeld ging het mis. Een lammetje had één voorpoot op de verkeerde plaats en dus schoot Elvar te hulp. Ook heb ik daar de vermeende ‘echte’ ijslandse schapen gezien. Deze hebben niet 2 maar 4 hoorns. Echt gemakkelijk zit dat niet en vaak zagen ze stukken van die hoorns af om het leven van het schaap te vergemakkelijken. Ik zeg ‘vermeend’ omdat niemand er zeker van is.

Op het moment dat ik dit bericht aan het schrijven ben, krijg ik ook post(niet echt post eerder nieuws) binnen over het pakje dat Tante Ria en Nonke Danny opgestuurd hebben. Ze het pakje ‘in beslag genomen’ of hoe zeggen ze dat. Nee, ze hebben dat opgedaan (wellicht omdat ze iets gezien hadden op de scanner) en nu krijg ik hier een soort verslag van. Ze vertellen me hier dat er vlees in het pakketje zat en dat is ten strengste verboden. Ik moet nu ene mail gaan sturen om alsnog de rest van het pakket in handen te krijgen.

Die regels zijn er om IJsland te beschermen. Vermits IJsland een eiland is, is er weinig of geen genetisch materiaal afkomstig van buitenaf. Daardoor is de veestapel vrij van menig ziektes. M.a.w. er zijn maar weinig dierenziektes in IJsland. Men is bang dat die puurheid gebroken wordt door vleesimport. Vlees kan enkel het land binnenkomen als gekookt of gebakken is (Dat is alleszins wat men hier mij verteld). Tante Ria en Nonke Danny toch bedankt voor de gedane moeite! Hopelijk was het niet allemaal vlees.

Gisteren heeft het hier nog eens gesneeuwd. Wel grappig, want vorige week was het zo goed weer. Maar ze zeggen dat elke maand hier wel een sneeuwbui in zich heeft. En weet ge, hier hebben ze geen echte regenbuien dus, die sneeuw vervangt dat zo’n beetje.

Dat was het zowat. Geniet nog van uwen dag.


Lennart

maandag 10 mei 2010

Het Leven Begint Bij Spontaniteit!

Vorige week was misschien één van de mindere, maar hier zijn we weer en alles is weer ideaal. 8 appels en twee halve krentenbroden later voel ik me weer goed zo niet geweldig. Ik kreeg het in mijn hoofd om een appel te kopen en toen zag ik zo’n pakketje van vier en hupla ik heb al elke dag een appel gegeten. Ik kan niet zeggen dat ik me nu opeens zo gezond voel, maar het feit dat ikzelf een stapje heb ondernomen geeft me nieuwe moed en dat alleen zorgt voor een prettig gevoel. Die twee halve (niet één hele, maar twee halve) krentenbroden zijn u wel bekend van één van de voorgaande blogberichten.

Op maandag begon ik mijn nieuwe week met het ongedaan maken van de titel: “Der Begint Wat Slijt Op Te Komen.” En wat is er beter om slijtage tegen te gaan dan het kopen van nieuwe sneakers? Das zeker nieuwe gympen was mijn antwoord op de pessimistische energie die vorige week circuleerde. Ik wou nog voor een nieuwe broek gaan, maar ik vond dat ik lang genoeg in die winkel had rondgedraaid en dus zal ik nog eens terug moeten gaan. Winkelen is niet mijn ding, maar ik kan net aan als ik het beetje bij beetje doe. Ik ben deze keer voor Puma gegaan, omdat ik die gewoonweg het schoonste vond. De meeste schoenen van Nike die ze verkochten waren gemaakt om te lopen en dus was er niet veel vrijetijds aan. Maandag was ook de dag dat ik nog een artikeltje geschreven heb voor Sparrendal. Jawel mijn vorige school. Der ging ene mail rond om iets te schrijven voor de komende opendeur (die nu reeds om is). Over uw ervaringen, uw toekomstplannen enz.

Dinsdag was de dag van goed nieuws. Mama had me namelijk gevraagd om regelingen te treffen in verband met mijn verblijf in Reykjavík. Burak en ik waren van plan om de laatste 10-14 dagen in Reykjavík te verblijven en we hadden daar al wat steun voor ondervonden bij de AFS-top. Maar om zulke dingen te doen moet ge echter veel papierwerk in orde brengen. En dus begon ik met een mailtje naar de dame in het AFS-kantoor te Reykjavík die zo’n beetje over de uitwisselingsstudenten waakt. Ik vroeg haar naar wat informatie, want zij was diegene die er volledig achterstond. En het is zo dat als ge ergens iets wilt, moet ge deze dame aan uw zijde hebben. Het begon dus allemaal al goed, maar daar stopte het niet. Nog geen twee uur later kwam er opnieuw een mailtje binnen.
Het ging als volgt: “I have news for you. you will be arriving here to Reykjavik June 16th and you will stay at a volunteers house. They are not going to be a typical hostfamily, since they will be very busy. However, you will get your room, food to eat and kindness :-) and they will let you have their bike to ride on in the city. How do you feel about that?”

Wat ik daar van vindt? Geweldig natuurlijk, ik kan al niet wachten. Burak zal in zijn eerste gastgezin verblijven op zo’n klein uurtje van Reykjavík. 10 dagen in Reykjavík en een fiets wat wil ik nog meer?

Woensdag kan ik met niet meteen herinneren, maar het moet gewoon een geweldige dag geweest zijn. EDIT: (5 minuten later) Ik weet weer wat ik gedaan heb op woensdag. Op de middag ging ik naar het zwembad om daar echter voor een gesloten deur te staan (het ging pas open om 16:00u). Op mijn terug weg naar huis, besloot ik om een balletje te gaan trappen op zo’n voetbalveldje. Dat is wel cool hier, de voetbalbond van IJsland heeft in elke dorpke zo’n voetbalveldje aangelegd. Kunstgras en omheining inbegrepen. En dus stond ik daar dus te draaien met een bal die ik ergens gevonden had en ik moet zeggen dat mijn voetbalkunsten er op vooruit gegaan zijn. Ik wordt blijkbaar beter als ik lange tijd niet speel. ^^ zegt ook al veel he. Toevallig ligt dat voetbalveldje direct langs de basisschool en vreemd was het dus niet toen er zo’n kereltje van een jaar of 10 uit de school gehuppeld kwam. Hij stond een tijdje te kijken naar mij (en ik was dus mijn vol trots mijn nieuwe vaardigheden aan het tonen – ja ey, tis niet alle dagen dat ik super in voetbal ben he). Daarna hebben we nog wat samen gevoetbald en heb ik nog wat doelman gespeeld. Spontaniteit is cool!

Het plan was om rond een uur of 16:00u terug te gaan om alsnog een duik in het zwembad te nemen. Ik stopte echter bij datzelfde voetbal veldje om deze keer naar Emil’s voetbaltraining te kijken. Daarna heb ik een halfuurke gebasketbald en toen was het tijd om naar de muziekschool te trekken. Emil vroeg of ik naar zijn optreden ging kijken en wie ben ik om nee te zeggen? Ik heb dit nog al eens gedaan (dat was die keer dat ik nog eens elektrische gitaar gespeeld heb). Ook deze keer vroeg ik bij afloop de directeur of ik wat gitaar mocht spelen en hij was meer dan blij om mij rond te lijden tot bij de gitaren en versterkers. Ik voelde echter de vibe niet die ik nodig heb om gitaar te spelen en dus ronde ik fijn af na een klein uurtje. Ik nam nog even de tijd om het gebouw te bezichtigen, maar had het zowat gehad met muziek voor vandaag. Dat was tot ik een GI- GAN- TISCHE basversterker vond. Helaas had ik mijn eigen basgitaar niet bij, maar ik had al eerder een elektrische basgitaar zien liggen. Ik installeerde mij en smeet het volume charmant open. Nog wat Wah-Wah effect erop en mijn jamsessie kon beginnen. Ik begin ook beter te worden in de ‘Slap-Bass’-techniek.

Donderdag was een rustige dag met schoon weer. Het weer is trouwens bijzonder schoon hier. Vreemd om te vernoemen dat als de thermometer hier +10°C uitslaat ge echt al uwe frak uitsmijt omdat het gewoon gigantisch heet is. Die avond ben ik ook Iron Man 2 gaan kijken in de bioscoop. Een mooie afsluiter voor een mooie dag. Ah nee, ik ben Iron Man 2 op dinsdag gaan kijken, maar goed. Een coole film alsnog. Ik denk dat ik op donderdagavond voor het eerst (in mijn leven): ‘The Tonight Show’ met Jay Leno gezien heb. Dat was wel grappig, maar niet echt iets speciaals (er zit thans een heel goeie gitaarspeler in die met zijn band de achtergrondmuziek verzorgt).

Vrijdag begaf ik me om 15:00u naar de busstop, want ik moest ik Ísafjörður zijn. Helaas geen bus en dus moest ik wachten tot 16:30u om te zien of er alsnog een bus was. Ik besloot om mijn jas uit te doen en dus moest ik even terug naar huis. Als bij toeval besloot ik om eens een andere weg te nemen en kwam ik toch niet de moeder van Elvar (gastvader) tegen. Ik heb me fijn bijgezet op het terras en hebben we daar nog wat dialoog gevoerd in het IJslands.

Gelukkig was er een bus omstreeks halfvijf en dus kon ik mijn geplande avontuur beleven. Ik ging namelijk met Egill Ari (= één kerel) naar een kayak-initiatie. Ik heb nog niet te vaak een kayak van dichtbij gezien en dus was ik verbaasd hoe megahip zo’n ding eigenlijk is. Egill heeft er zelf één en zijne is ongeveer 1500 euro waard. Echt een hip machine. De les ging door in het zwembad van Flateyri (en dat was wel fijn, vermits ik voordien nog maar één keer daar geweest was en dat was dan ook nog eens toen het donker was). De opzet van de les was om te leren recht te komen met uw kayak als ge omkantelde met uw bootje. Na het observeren van de mensen die er al wat van konden, mocht ik het zelf ook eens proberen. Volledig in de knoop met de dimensies, want up is nu down en omgekeerd. Na enkele keren kon ik er al wat van en inderdaad lukt het me zelfs om recht te komen. Hippe mensen daar en dat herinnerde me weer aan het feit dat elk clubje zijn eigen genre volk heeft. Zo kan ik bijvoorbeeld de mensen van de Speedway en de Harmonie vergelijken en nu ook met het kayakvolk. Iedere groep heeft zo zijn eigen karakteristieken. Grappig. Egill heeft trouwens ook een immens hippe hond. Een Alaskan Malamute, volledig mijn type hond. Deze soort is zwaarder en groter dan een Husky. De Husky is een sprinter, waar de Malamute eerder een marathonloper is. Dat is alleszins de informatie die Egill mij gaf. Ook heeft Egill me nog een tof liedje laten horen, ideaal voor op de eenzame wegen tijdens zonnige weer in IJsland. (Klik Hier)

Egill bracht me bij afloop naar Ísafjörður, want ik kon overnachten bij Sigga. Zo hoefde Egill niet helemaal van flateyri naar Bolungarvík te rijden. Toen ik daar ging pitten hoorde ik ook nog een vreemd geluid. Ik strompelde naar de gang om daar te merken dat er een vogeltje was uitgekomen. Sigga heeft zo’n broeimachine op de gang staan met zo’n 5 eieren in en eentje was uitgekomen enkele uren voordien. Wel schattig om te zien. Wandelen zat er nog niet in voor het klein vogeltje en zitten ging ook nog niet helemaal tegoei, maar geluid maken kon’em wel. Gelukkig kwam ik alsnog in slaap.

Zaterdag heeft Sigga me teruggebracht naar Bolungarvík en daar was ik net op tijd om deel te nemen aan de jaarlijks opruim van het dorp zelf. Iedereen nam een straat of 2 voor zijn rekening en op ongeveer 2 uur waren we er mee klaar. Twas zo’n beetje gelijk ene bosopruimactie van de KSA. Er was nog een BBQ aan gekoppeld (blijkbaar kan Jef de toekomst voorspellen) en het was nog gezellig ook. Mah nondepie. Niet dat ik veel mensen kende op die opruimactie, maar als ge zo samen in de kou sta met een hotdog dat creëert al direct een band.

Elín had voor ons een wandeling gepland op zondag en die ging door in Suðureyri. Ook daar ben ik nog nooit geweest. De wandeling ging door iets verder dan het dorp waar we zo’n 9 km op de flank van een berg gewandeld hebben. Van een pad was helemaal geen sprake, het enige dat misschien in de beurt van een pad kwam, waren de schapensporen die een lijn in het landschap sneden even breed als een schoen. Op de terug weg vertelden ze ons nog van: ‘Ahja, waar jullie juist gelopen hebben, daar zijn enkele mensen gestorven’. Zo gevaarlijk was de wandeling. Op momenten was het echt opletten en een sprong maken in de hoop dat ge juist terechtkwam. Allez dat heb ik er toch van gemaakt, want er waren ook veilige stukken. Maar de thrill van gevaar moet ik ook af en toe eens proeven. Wel grappig was dat iedereen van die NordicWalking-sticks bij had en volledig uitgerust was terwijl ik daar stond in mijn oude sportschoenen. Toch was ik de snelste in het terugkomen. Ik moest voor mijn eigen nog eens bewijzen of ik het nog kon. De laatste drie kilometer heb ik doorgetrokken en twas nondedoeme vermoeiend. Niet zozeer die 9 km, maar het terrein was zeer vermoeiend.

Wederom heb ik geleerd dat ge ergens moet komen om wat avontuur te beleven. Vandaar ook de titel. Helaas weet ik nu al dat deze woorden ooit nog eens tegen mij gaan gebruikt worden als ik weer eens in een luie bui ben.

Dat was mijn week zo’n beetje, duizend maal beter als afgelopen week. Trouwens ik heb ook weet gekregen van wat beeldmateriaal waarin jullie me bedanken. Ik wil maar gewoon zeggen dat jullie zoveel niet hadden moeten doen. Komen deze beelden bekend voor? (Klik Hier)


Lennart

Wellicht dat dit liedje het meest past bij het gevoel dat ik nu heb.

maandag 3 mei 2010

Der Begint Wat Slijt Op Te Komen.

Ik ga efkes beginnen met een klaagzang zodat ik daar vanaf ben. Ik ben het eten echt moe. We hebben bijvoorbeeld altijd hetzelfde brood. ALTIJD, van dat wit industrieel brood. Want een warme bakker hebben ze niet in Bolungarvík. En dan dieje vis, ’t komt me volledig aan men oren uit. De laatste tijd eet ik heel onregelmatig en soms helemaal niet. Niet omdat ik gene honger heb, maar gewoon omdat het weer ergens iets vuils is. Onlangs had ik ook van die geelachtige vlekken op mijn benen en ik ben niet de eerste met die plekken. Ook Emil en Burak hebben die. Elín zegt dat dat komt van ongebalanceerde voeding. En dan denk ik bij mezelf: “Hoe zou het komen?” Desondanks de onregelmatige tijden leg ik ook veel schuld bij het eten zelf. Zo sla ik bijvoorbeeld het ontbijt over (iets wat ik in België NOOIT zou doen) en waarom doe ik dat? Omdat ik anders 2 keer zo veel van datzelfde brood eet, datzelfde wit brood waar ik niet meer tegen kan. Nu heb ik niks tegen traditioneel eten als het om te proeven is, maar als ge hier zoiets elke dag van de week op u bord krijgt dan verliest ge gewoon uwen appetijt. Het doorsnee diner hier bestaat uit een lap vlees of vis. Als het vlees betreft praten we over een taai stuk vol knook (enkel als we een lammeke eten is het ok). Bij vis geef ik gewoon op en duw ik het spul gewoon naar binnen. Ik ben niet gemaakt voor vis en het feit dat ik zo dicht bij de visindustrie leef, maakt het er allemaal niet beter op. Als groenten bij uw lap vlees/vis krijgen we 5 aardappelkes geserveerd die we moeten delen onder 5 man. Das geen erg want die klein dingen smaken ook naar niet veel. Ook krijgen we erwtjes en worteltjes in blik, m.a.w. te vochtig naar mijn goesting. Als ge die worteltjes proeft begrijpt ge meteen waarom ze u de week daarop hetzelfde blik voorschotelen. Dan is er ook nog rode kool die volgens de gewoonte hier koud wordt geserveerd. Waar ik in het begin de uitvinding “gelei/confituur bij u vlees” prees, kom ik nu op dat statement terug en ga ik u vertellen dat het gewoon is om alles iets zoeter te maken. Het vlees heeft maar weinig smaak op z’n eigen. Ine, Leine en Diane gaan waarschijnlijk niet begrijpen waar ik het over heb, omdat zij een lammeke geserveerd kregen. En de eerste keer dat ik een lammeke geserveerd kreeg was ik ook in de zevende hemel. Maar na de 50ste keer is het nieuwe er al lang vanaf en wilt ge gewoon een degelijk ontbijt. Mam thuis zegt zelf dat ze geen keukenprinses is, maar ik begin te geloven dat ze een keukengodin is.

Ik ga niet alles neerhalen, want ik beleef hier vaak toffe momenten. Zo zag ik op vrijdagavond –om iets verder in te gaan op het woord godin – ‘Clash of the Titans’. Een film die het leven van de zoon van Zeus beschrijft. Hij moet de wereld beschermen tegen de onderwereld. De verhalen uit de Griekse Mythologie zijn voor mij gemaakt. En dus kan ik alleen maar zeggen dat het een steengoede film was! Doch was het een vrij snel evoluerend film. Men had er voor mijn part een trilogie van mogen maken. Vrijdag was ook de laatste schooldag en de laatstejaars vierden dit natuurlijk gigantisch hard. Met veel lawaai, nog halfdronken van de nacht ervoor en verkleedt als het koekiemonster. Dit was zowat hun vervanging voor chrysostomos in België.

Dinsdag na school ging ik weer naar Sigga en Sígurjón. Ik wist dat er geen zwemlessen gegeven werden, maar van Sigga mocht ik nog steeds op dinsdag en donderdag afkomen. Ik denk dat ze gewend aan het raken is aan de rust die ze op dinsdag- en donderdagavond heeft vermits ik de hele avond met Sígurjón rondhang. Er was echter niet veel volk in huis op dinsdagavond, maar terug naar Bolungarvík wou en kon ik niet meer vermits de laatste bus om 18:00h vertrokken was. Een avond vrij is altijd welkom.

Het weekend bracht ons een beetje ‘back-to-basic’ vermits er iets mis was met de internetconnectie. Op zaterdag heb ik wat gitaar gespeeld en wat muziek geluisterd. En in de avond hebben we de film ‘Avatar’ gezien. Het mag gezegd zijnde, de film blijft goed! Op zondag zijn Burak en ik wat gaan basketballen en daarna hebben we weer een filmke opgezet: ‘The Hangover’ deze keer.

Vermits onze internetconnectie niet meer werkt weten jullie ook meteen waarom ik een beetje te laat ben deze week. Al ben ik vaker te laat geweest, deze keer heb ik een excuus. Ik zit momenteel in school en eigenlijk heb ik hier niks te zoeken vermits de examens begonnen zijn vandaag (En ik heb er geen vandaag). Maar ik wou niet thuisblijven,want daar heb ik het zowat gezien.

De titel luidt ‘Der begint wat slijt op te komen.’ En inderdaad gisteren toen ik mijne vuile was van de afgelopen twee weken aan het verzorgen was kon ik zowaar een broek en wat sokken wegsmijten vanwege gigantische gaten. En toen ik daarna eindelijk mijne schone was van 4 weken geleden opplooide kon ik nog eens 3 paar sokken wegsmijten. Ook heb ik onlangs mijn schoenen moeten oplappen omdat er in de hiel lucht zat die er met een stom piepgeluid uitkwam telkens ik een stap zette. Ik heb gewoon een gat in de zijkant van de hiel geprikt en what do you know het piepgeluid is weg. Misschien is het toch tijd voor nieuwe schoenen…

That’s all folks!


Lennart

zondag 25 april 2010

Mijn Tijd, Wereldtijd.

De titel van deze blogpost zou de titel moeten zijn van een ode/lofzang over mijn gehele jaar. En hoewel ik enkele verzen af heb, ben ik er helemaal niet content van. Dus hierbij schrap ik het idee van een eeuwenlang gedicht en gebruik ik de titel als hoofdding voor mijn nieuwe blogpost. Ik vind het een bijzondere titel en het betekent waarschijnlijk iets meer voor mij dan voor jullie. Denk er eens over na.

Deze week was natuurlijk een gigantische mooie week. Misschien omdat het allemaal begon met mijn verjaardag. Toch was ook het weer van bijzondere kwaliteit. Helaas is het nog steeds koud. ’s Nacht vriest het en overdag raakt het vaak niet hoger dan 5°c. Desondanks doet het goed om de zon op het aangezicht te voelen en is er reden genoeg om vrolijk rond te huppelen. Maandag was ook de dag dat de verkiezingen waren. Verkiezingen in school als voorbereiding voor volgend jaar. Ik weet niet echt hoe ze afgelopen zijn, vermits ik er niet veel van verstond. Toch heb ik deelgenomen aan het democratisch gedeelte en heb mijn stem laten horen. (op een klein papierke weliswaar, maar toch).

Dinsdag had ik een vrije dag,want Sigga en haar kroost zat in Reykjavík voor een week. Ik mocht alsnog haar huis gebruiken en dus kon ik weer eens chillen. En laat ik u al meteen weten dat een vrije dag juist na uw verjaardag gigantische cool is! Mijn plan was om filmpkes te kijken. Zo heb ik onder andere genoten en gelachen met ‘Madagascar 2’. De eerste was goed, maar de tweede was misschien nog beter. Ook was ik verbaasd hoe goed de muziek in deze animatiefilm was. Gemaakt door niemand minder dan ‘Will.I.Am’ die zijn talent los heeft gelaten op ‘I like to move it’. (Aanschouw het hier) Iets bloediger dan weer was ‘Ninja Assassin’. De trailer is nog vrij mild vind ik en dus geschikt voor – wel niet alle, maar kom- leeftijdsgroepen. (klik hier)

De rest van de week geschiedde kalm en in vrede. Donderdag stonden we zoals elke dag klaar om 7:30h om de bus te nemen, alleen was er deze keer geen bus. Het bleek ne vrije dag te zijn, waar niemand iets van gezegd had zelfs niet onze gastouders. Die dag vrijaf was ingelast omdat het de eerste dag van de zomer was. IJslanders zijn zo een beetje de hedendaagse Maya’s. Maar het moet gezegd zijnde dat slapen moeilijker en moeilijker wordt. Rond elf uur begint het donker te worden en rond 5 uur in de morgen begint de zon alweer op te komen. Waar het in de winter moeilijk is om wakker te worden is het in de zomer moeilijk te pitten.

Vrijdagavond zijn we met de familie nog eens gaan troeven. En wat bleek dat ik mijn score met zo’n 11 punten verbeterd heb. Dat betekent dat ik 11 slagen meer heb gehaald dan de laatste keer. Yuuh! Helaas geen prijs deze keer.

Zaterdag was nog een typische luier dag. Waarin ik vooral ‘Ratchet and Clank 3: Up Your Arsenal’ gespeeld heb. Dat is een spelleke op de Playstation 2, dat Emil van iemand geleend heeft. Echt een cool! En niet zozeer gewelddadig. Hoewel het hele spel is gebaseerd op het verkrijgen en upgraden van wapens, veranderen uw vijanden gewoonweg in schroeven waarmee ge dan opnieuw wapens kunt kopen. Tof om te doen en zeker een tijdvuller die aandacht verdient.

Vandaag ben ik nog naar een basketbalwedstrijd van Emil gaan kijken. Het bleek dat de wedstrijd afgelast was en dus hebben we een wedstrijdje onder ons gespeeld. De ouders tegen de kids, waarbij ik gelukkig (desondanks mijn verjaardag) bij de kids mocht zijn. Het bleek te eindigen op een gelijkspel en dus was iedereen content.

De wafels zijn op, de speculoos is op. En dus is het enige wat me nog rest wachten op mijn verjaardagscadeau van thuis.

Met vriendelijke groeten


Lennart

maandag 19 april 2010

19 April 1991

Hiep hiep hoera!

Het is zover! Mijn 19de verjaardag!

Gans hip dat ik die kan vieren in IJsland. Daarmee wordt ik ook lid van een beperkt clubje in de familie, want buiten mij was ook Diane (toen ze mij kwam bezoeken) jarig in IJsland!


Vandaag is een stralende dag in IJsland, één van de betere tot nu toe en dat maakt dus de weg vrij om vanalles te doen.

Ook even opmerken dat ik 19 ben op de 19de van de 04de maand en geboren ben in 1991. U ziet dus 4 x 1 en 4 x 9 als dat geen mathematisch wonder is dan weet ik het ook niet meer!

Er is al voor mij gezongen vroeg op de morgen. Elín en Emil zorgden, desondanks de vermoeidheid dat het huis gevuld werd met het 'Happy-Birthday'-liedje weliswaar in het ijslands. Bedankt Elín en Emil.

Wat die vulkaan betreft blijf ook ik niet ongedeerd, want naar alle waarschijnlijkheid zit mam en pap's geschenk ergens vast. Al heb ik toch een papiertje ontvangen waarop staat dat er iets wacht op mij in het postkantoor, misschien is het dat, misschien is het iets anders... vanavond weet ik meer!

"Het pakje dat ik kreeg bevatte speculoos en een (gebroken) paasei. Dat kan maar van één plek komen en dat is van mam en pap. Heel erg bedankt!"

Deze middag ben ik een pizza gaan eten met Burak, deze avond hebben we ook nog eens pizza gegeten (zelfgemaakte deze keer) en just hebben we nog een filmpke gepakt. Tussendoor heb ik nog wat gechilled en wat basgitaar gespeeld. Mijn 19de verjaardag was hoe ik wou en dus kunnen we met een rustig hartje gaan slapen!

Bedankt iedereen die op facebook gereageerd heeft en bedankt vooral aan zij die mij een mailtje gestuurd hebben! Het was een echt mooie dag. Toch denk ik ook aan Opa op Zutendaal en Opa en Oma in Opgrimbie, vermits zij geen toegang tot het internet hebben. Doch ben ik er zeker van dat zij mij niet vergeten zijn en ik weet heel goed hoe graag ze me een hand hadden willen geven. Aan herinneringen heb ik geen tekort en dus kan ik me levendig voorstellen hoe zij mij ne gelukkige verjaardag zouden wensen.

En denk eraan:

Een ton dat zal'em geven, geven, geven
Een ton dat zal'em geven op naar het café!

zondag 18 april 2010

The Aftermath.

Ine, Leine en Diane hebben hun sporen na gelaten. In de dagen na hun vertrek heb ik vaak hun stemmen gehoord. Bijvoorbeeld toen ik in Hamraborg op het toilet zat, meende ik hen te horen in Hamraborg. Vreemd en zwaar. Vele malen heb ik opgekeken om te kijken of zij het waren. Om dan weer verward verder te gaan met de dingen die ik bezig was. Telkens tegen mezelf zeggend dat ze in Reykjavík zijn. Dat gevoel had ik ook in het begin van mijn avontuur. Verschillende keren dacht ik iemand van de familie of vrienden te herkennen. En das zo vreemd als ge dan tegen uw eigen zegt van: “Allez wat doet die nu hier?”. Maar goed de stemmen zijn weg, ik ben er overheen en heb in de gaten dat Ine, Leine en Diane een zeer goede tijd in IJsland hebben gehad. Gelukkig ook voor hen zaten zij op het laatste vliegtuig richting Europa. Leve de Vulkaan!

Nog efkes over die vulkaan. Hier vinden de mensen het gans lachen dat de luchthavens in Europa dicht zijn door hun vulkaan. Maar telkens als ik hen vraag naar de importproducten sterft het gelach weg en zou ik nog wel eens gelijk kunnen hebben. Te weten dat IJsland voor 90% uit visindustrie staat, moet natuurlijk zo goed als alles ingevoerd worden.

En dan kan ik verder gaan over die vis. Ik heb weer wat vuils mogen eten. Ine, Leine en Diane waren nog aan’t lachen met mij dat het eten toch zo goed was en wat ben ik toch ne klager. Maar geen 2 dagen later was het weer zover. De naam weet ik niet, maar het was weer ‘traditioneel’. En hier is ne goeie raad als ge ooit dat woord in associatie met eten hoort in IJsland dan begin maar te lopen. Deze keer was het een soort vis die geen botten had, maar zo’n speciaal skelet gelijk vliegen. Klinkt heerlijk niet? Maar wacht! Er is meer. Dus we zitten daar die vette vis op te eten en gelukkig moest ik deze keer niet kokhalzen. Tot Emil ons vol trots een worm liet zien. What?!! Jazeker daar kwam gewoon een ringworm uit die vis. Lekker op de boterham. Daar moest ik toch efkes slikken, man. Emil vraagt nog of hij die mag opeten en Elín zegt met wat twijfel: “neeee, dat zou ik toch niet doen”.Gelukkig kon ik wat troost zoeken in de snoepen en wafels van de familie thuis, wat had ik gedaan zonder?

Leine en Diane hadden me nog wat centjes cadeau gedaan en hoewel ik daar een boek mee ging kopen, heb ik het plan verandert en heb ik twee CD’s gekocht van twee band die ik op Aldrei fór ég Suður gezien heb. Eén reggea band en één pop band waarvan ik de leadsinger lang geleden ontmoet heb.

Woensdag avond was het nog eens tijd voor een filmpje. Een documentaire op precies te zijn. De titel luidde ‘Garbage Warrior’ en mijn naam zou niet Lennart Opsteyn zijn moest ik aan zoiets voorbij gaan. En misschien dat jullie al aan het afhaken zijn omdat het weer zo’n cliché ‘reduceer de afvalberg’ verhaal gaat zijn. Maar indien u dit denkt, dan zit u een beetje verkeerd. Michael Reynolds, een architect laat zien wat hij kan. Hij maakt dus huizen met afval en bereikt daar grootse dingen mee. De huizen die hij bouwt kunnen volledig op zichzelf bestaan en hebben nood aan nutsvoorzieningen, ze maken alles zelf. Het feit dat die huizen in de woestijn staan en ook daar kunnen overleven zegt naar mijn mening al heel veel! Om geen verkeerd beeld te creëren van de man en zijn ideeën ga ik hier gewoon de vertaling geven van de beschrijving die op de officiële site staat. Ik zeg het u, dit is echt een must-see! Het verhaal is echt cool en moest ik ooit voor een huis gaan dan zou ik graag voor deze mogelijkheid opteren. Michael Reynolds verdient voor zijn werk een plek naast Christopher Johnson (Chris) McCandless en Ishi (zie Waar Naartoe?). Michael doet me trouwens een beetje aan Nonke Danny denken en dat is cool!
----------------------------------------------------------------------------------
Eerst wat woorden die u zeker in acht moet nemen:
*Earthship(zie foto): Passief zonnehuis- gemaakt van natuurlijke en gerecyclede materialen.
*off-the-grid: Huis met weinig tot geen rekeningen van nutsbedrijven.
*Biotecture: Het beroep van het ontwerpen van gebouwen en omgevingen met aandacht voor de duurzaamheid ervan./ Een combinatie van biologie en architectuur.

Wat hebben bierblikjes, autobanden en flessen water hebben met elkaar gemeen? Niet veel, tenzij je architect Michael Reynolds bent,in welk geval zij de keuze zijn voor de productie van thermische massa en energie-zelfstandige huisvesting. Al 30 jaar, in New Mexico hebben Reynolds en zijn groene discipelen hun tijd besteed aan de voortgang van de kunst van het "Earthship Biotecture*' door het bouwen van zelfvoorzienend, off-the-grid* gemeenschappen waar design en functionaliteit samengaan. Deze experimentele structuren creëren een conflict tussen Reynolds en de autoriteiten, die worden ondersteund door de grote bedrijven. Gefrustreerd door de verouderde wetgeving wil Reynolds pleiten om een testgebied te creëren. Terwijl politici moeilijk doen, laat Moeder Natuur elders haar kracht zien waardoor gemeenschappen verwoest worden door tsunami's en orkanen. Reynolds en zijn bemanning grijpen de gelegenheid om hun baanbrekende vaardigheden te verlenen aan diegenen die het meest nodig hebben. Garbage Warrior is een actueel portret van een bepaald visionair, een held van de 21ste eeuw.

Bezoek zeker de site! (klik hier)
----------------------------------------------------------------------------------


Lennart / die morgen jarig is

p.s: Ik ben nog eens naar het zwembad geweest en ge kunt daar zo op een weegschaal gaan staan en wat blijkt? Ik ben 3 kilo kwijt sinds de laatste keer dat ik erop stond. Het is nu niet dat ik op mijn gewicht let of bepaalde dingen niet eet, neen gewoon ik voel me goed.
+ Der is ook een nieuw serie foto’s online, voor zij die tijd hebben: Album Zonder Titel

vrijdag 16 april 2010

Album Zonder Titel

http://picasaweb.google.be/Dhyhakhan/AlbumZonderTitel#

TADA! Enkele foto's die nog op mijn camera aan het rommelen waren. Niet veel spectaculairs, gewoon om wat kracht bij te zetten aan mijn verhalen.

Van de laatste twee maanden ga ik minder en minder foto's maken, vermits ik gewoon ga genieten van de tijd die me hier rest. Moest er echt nog iets wilds op de proppen komen, gelijk vulkanen die het luchtverkeer stil leggen dan zal ik mijn toestelleke nog wel eens uithalen. Maar we weten allemaal dat de kans dat zich dat voordoet onbestaande is...

From Iceland with love...

maandag 12 april 2010

IJslandvaarders

De week was er weer één uit de trage categorie. Dat betekent dat ikzelf het begin vergeten ben en dat het weekend heel goed was doch te snel ging. Mijn geheugen komt zowat terug op donderdag waar ik nog een ontroerend moment met Sígurjón. Het gebeurde juist na het zwemgebeuren toen Sigga al gearriveerd was om ons op te pikken. Ik zei tegen Sigga dat ik deze keer niet meeging omdat ik mijn kamer nog moest opruimen voor het bezoek dat vrijdag kwam. Sígurjón die al genesteld in de auto zat begreep dat ik geen gebaar maakte om in te stappen en maakte tijdens mijn gesprek met Sigga zijn riem los om mij te volgen. Sigga probeerde hem nog uit te leggen dat ik er deze avond niet ging zijn, maar het was al te laat. Terwijl ik het manneke zijne riem voor de tweede keer vastklikte begon die toch niet te schreien. Huilen zo hard dat ik er schrik van kreeg. Sigga legde mij dan weer uit dat hij in het begin niet zo fan van mij was, maar nu keek hij echt uit naar de dagen die ik met hem doorbracht. Al die traantjes gingen dus over mij en dat was een zeer ontroerend zicht. Ik voelde me nietig. Want een kleine van 5 jaar die dezelfde hoogte als mijn knie heeft en me recht in het hart raakt was het laatste wat ik verwachtte. Ik probeerde hem te kalmeren met enkele rustige woordjes in het IJslands en dat bleek nog te werken ook. Het ergste van de huilbui was over en dus nam ik afscheid van hun en duwde ik het portier van de auto dicht. Sígurjón was niet meer te zien vermits hij te klein is om door het raam te kijken. Het vaag snikken van hem gaat thans door merg en been en dat was dan ook het laatste wat ik van hem hoorde.

Maar over dat bezoek moet ik misschien toch nog wat uitleg kwijt.
Ik had op voorhand al wat mails moeten sturen en de weg moeten uit leggen, maar bleek in beide opdrachten gene sterke te zijn. Vele van hun vragen zijn nooit beantwoordt omdat ik hun mails vergeet en in de wegbeschrijving zat een grote fout, nogmaals mijn excuses daarvoor. Toch hebben ze het gehaald en was ik verheugt te horen dat ze de afstand veilig hadden afgelegd. Ik ben hier natuurlijk over niemand minder dan Leine, Diane en Ine aan het praten. Het select groepje noemt zichzelf de IJslandvaarders dat verklaart dus de titel. De familie (of althans enkele vertegenwoordigers daarvan) kwam mij gewoon opzoeken. Zij bereikten mijn stulpje in Bolungarvík op vrijdag in de late namiddag. Vreemden dat waren het. Hoewel ik ze mijn nog levendig kon voorstellen, is het ontmoeten van familie na een periode van zeven en een halve maand toch vreemd. Die vrijdagavond hebben we bijgepraat, want het doet deugt om de details van het reilen en zeilen van het thuisfront te horen. Vreemd om nog eens fatsoenlijk Vlaams te horen.

Ook kwamen zij met geschenken vanuit het oosten, men zou kunnen zeggen dat de drie koningen wat later waren deze keer. Snoepjes – zonder toevoeging van vis voor de verandering - vanuit Opgrimbie met dank aan Tanteke, Nonke Guido, Kirsten, Karen en Tom. Het belang van kaartjes is ook hier weer gebleken, want hoewel ik heel blij ben met de snoepjes doet zo’n kaartje toch iets heel anders. Werkelijk volgeschreven kaartjes maakten dat ik me weer even thuisvoelde. Kaartjes zeg ik, want Oma had er ook één bij haar 7 kilo wafels gestopt. En ik mag met trots zeggen dat ik er nog geen heb aangeraakt! De vorige keer dat ik wafels kreeg waren ze zo snel op dat ik er niet echt van genieten kon. Ik denk dat mijn wafelmeter die in mijn lichaam zit al die tijd op ene keer wil inhalen en dat resulteert natuurlijk in het panisch verorberen van deze lekkernijen. Maar ik leer van mijn fouten en ik bewaar deze lading voor special momenten (tenzij ze droger beginnen te worden, dan ga ik me weer overgeven aan die impulsieve drang om wafels te eten). Ook werd ik met een lading kledingstukken overladen want mam en pap thuis hebben zich er eens aangezet en dat kan alleen maar goede dingen tot gevolgen hebben. Zij kwamen op het idee om 2 dezelfde sweaters te maken, één voor Burak en ééntje voor mij. Onze broederschap is dus nog maar eens gegroeid en Burak kon het op eerste zicht niet geloven dat hij een pull cadeau kreeg. Ook heb ik twee T-shirts gekregen met het South-Park manneke erop! Zó cool!! Foto's daar is het nog op wachten. Ik deze week nog wat foto's maken. Ik heb geen foto's van toen de familie hier was omdat ik daar helemaal van wou genieten. Zij hebben echter wel honderden foto's en dus kunnen zij mij die misschien wel bezorgen.

Zaterdag ochtend begon de dag rond elf uur met brunch. Snel gevolgd door een bezoek aan Ísafjörður. Ik kreeg de eer om daar de uitleg wat te doen en was zelf verbaast van hoeveel ik eigenlijk over dat dorpke wist. Die namiddag deed me wel goed, gewoon even tijd alleen met de familie. Natuurlijk is een gids altijd beter als hij wordt ondersteunt door toeristen die interesse in alles tonen. Grappig om te zien dat echt alles tot de verbeelding aansprak en daar moest ik dan weer uit concluderen dat ik zowat deel van het decor was geworden. Niet dat dat slecht is, dat is juist de bedoeling als ge ergens gaat leven voor 10 maanden. Die avond aten we een lammeke en daar waren de nieuwkomers dol op. Ze konden niet begrijpen dat ik het eten slecht vond! En om mijn eigen huid te redden ga ik hier wel vermelden dat ze het allerbeste van de IJslandse keuken geproefd hebben. Na het eten bleven we gezellig aan tafel zitten en spraken we weer om mij wat bij te brengen. Zaterdag heb ik ook besloten dat het beter was dat zij vertrokken op maandag of dinsdag. Omdat ik merkte dat ik opeens heel dicht bij het thuisfront. Zo was ik op ne keer aan’t denken: “Ah doeme, ik zou nog een met Mattias en Vanloffelt. Niet dat die twee kerels van de KSA mijn beste vrienden zijn of zo, maar gewoon ik had die nog eens graag gekke toeren zien uithalen op de KSA. En het voelt niet goed te weten dat ik hier nog twee maanden moet rondlopen en ik al aan het denken ben aan minder belangrijke figuren in mijn leven.

Zondag namen we deel aan een rondleiding in Bolungarvík zelf met Elín als onze gids. En ik ga eerlijk toegeven dat ik het spijtig vond dat geen tweede namiddag alleen met mijn familie kreeg. Hoe dan ook voor Burak en ik was de wandeling niets ongewoons, maar ik ben blij dat de gasten er van genoten hebben. Zij gingen daarna nog naar een boerderij, maar daar heb ik voor gepast. Ik was moe en heb wat TV gekeken. Die avond was dus onze laatste. Ik heb wat spullen aan hun meegegeven waaronder mijn gewonnen gitaar.

Maandagochtend reden zij ons (Burak was er ook bij) naar het school en daarmee was het avontuur op zijn einde aan het komen. Ik wens hen nog veel plezier in Reykjavík en hoop dat ze veilig thuis geraken. De beschrijving van hun bezoek heb ik kort gehouden omdat ik het nu efkes zwaar heb. En het wordt er natuurlijk niet gemakkelijker op als ik eraan blijf denken.

Bedankt aan iedereen die me nog steeds volgt en af en toe eens aan me denkt.
En vergeet niet dat de 19de april mijn verjaardag is!!


Lennart

p.s: Ik ben me ervan bewust dat mijn blogposts niet meer zo heroïsch zijn als enkele voorgaande, maar de laatste tijd schrijf ik meestal als ik moe ben en dan is het iets moeilijker te concentreren. Hopelijk vind ik snel de spirit terug om voluit te gaan in het schrijven.

dinsdag 6 april 2010

Aldrei Fór Ég Suður!

De voorbije week was het hier paasvakantie en die loopt nog tot morgen (woensdag). Een week van chillen (damn dat woord heb ik al vaak gebruikt op deze blog) stond dus in het vooruitzicht. En dat is precies wat ik Burak en ik hebben gedaan. Van het leven genoten op een eerder luie, maar toch filosofische manier. Om eens wat afwisseling te hebben heb ik ook nog een puzzel boven gehaald. Eéntje van zo’n duizend stuks. En die werkten Elín en ik af op maandag (gisteren als ik me niet vergis). Ik heb er een foto van gemaakt, maar op nieuwe foto’s moeten jullie nog even wachten vermits mijn camera niet meer werkt op mijn laptop en dus moet ik telkens naar andere hun computer vragen. Maar wees niet getreurd want wiet weet heeft u de vorige reeks gemist en dus zijn er meer dan foto’s genoeg om onder de loep te nemen. Zie Visualisatie.

Op woensdag kwam Jack uit Hongkong ons opzoeken in ons eigenste Bolungarvík. Jack’s echte naam is Ho Man Lau, dit vermeldt ik om het imperialisme van de Engelse taal tegen te gaan. Al mag ik daar niet echt van over spreken vermits ik duizend en één woorden in’t engels heb staan op mijn blog.Jack was welgekomen en met hem zijn we naar Ísafjörður gegaan om wat rond te kijken. Dat was tof tot op een bepaald moment dat de verveling insloeg. Dat is niet ongewoon in de Westfjörds die doodse momenten. Toch kunnen Burak en ik ons vrij goed aanpassen en vooral omdat we op dezelfde lijn zitten wat betreft – u kan het al raden – chillen. Jack is die doodse momenten echter niet gewoon en begon naar onze mening vrij ambetant te wezen. Vreemde grappen, bizarre geluiden en een impulsieve drang om te eten waren het gevolg van de verveling voor onze vriend Ho Man Lau.

Gelukkig was er Aldrei fór ég suður!
Een muziekfestival waar nondoeme goei bandjes hun ding kwamen doen. Het was een tweedaags festival met namen zoals Dikta (een band ik eerder heb gepromoot in één van mijn blogpost); Mugison (onze held/ik heb een cd van hem); Biggibix (pop) en Skúli (reggea). Zeer goed echt waar!Mensen van heinde en ver zakten of liever stegen af naar de Westfjörds om het evenement mee te maken. De bevolking van ísafjörður verdubbelde zowat van zo’n 3000 naar zo’n 5500 tot 6000 mensen. En het was dus een gigantisch succes met andere woorden. Antonia (Duitsland), Sarah Louise (Amerika) en Giorgia (Italië) zakten evenals Jack af naar Ísafjörður om het allemaal met eigen ogen te zien en grappig om te zien hadden ook zijn een beetje dezelfde aanpassingsmoeilijkheden als Ho Man Lau. Ik heb nog een T-shirt gekocht om helemaal in de stemming te komen met het logo en alles derop en deraan. ‘Aldrei Fór Ég Suður’ betekent ‘Ik ging nooit naar het Zuiden’ of in het engels ‘I never went south’. En dat is eigenlijk een gigantisch hippe naam voor een festival. Vermits heel IJsland is gebaseerd op Reykjavík. Ik vermoed dat de naam bijdraagt tot de epische sfeer omtrent het festival.

Ik heb ook weer wat volk leren kennen waaronder een kerel uit Zweden die in IJsland het merendeel van zijn jeugd doorbracht, maar dan toch naar Amerika verhuisde als ik me niet vergis en zo’n 3 jaar geleden terug kwam naar IJsland. Ook een kerel die rondliep met de naam Gunnar, maar die er bijzonder Indonesisch uitzag. Ik vroeg de man naar zijn roots en vertelde me dat hij was geadopteerd uit Sri Lanka toen hij amper een maand oud was. Wellicht om het onderwerp af te sluiten voegde hij er nog snel aan toe: ‘Dus ik heb IJslandse ouders’. Wie ben ik om na zo’n statement de ambetante uit hangen en dus veranderde we van onderwerp. Hij gaf me het compliment dat hij eerst dacht dat ik van Londen of zo kwam vermits mijn Engels zo goed was. En zo was mijn dag ook weer goed. Om even op te scheppen ga ik zonder te overdrijven vermelden dat deze meneer niet de eerste is die mij complimenteert met mijn Engels. Colin (mijn Amerikaanse Broeder) is hem bijvoorbeeld voor gegaan, Colin zei zelfs dat ik dicht in de beurt zoniet beter als Sarah Louise ben. Ter verduidelijking Sarah Louise is amerikaans. Yuuuh!! Ik voel me zo goed!!

Van vrijdag tot maandag mocht ik bij Sigga verblijven vanwege het festival. Bij deze nogmaals bedankt daarvoor, Sigga! (niet dat ze deze blog leest laat staan kan lezen, maar toch) En dus heb ik mijn paasviering uitgesteld tot maandagnamiddag. Zo veel maakt dat niet uit vermits men hier niet echt een grote fan van Pasen is. Van de goede week waarop Pasen is gebaseerd heeft men hier geen besef. Men noemt de week rond Pasen eerder ski-week vermits dat vanouds de gewoonte was om naar de Westfjörds te trekken om van een ski-vakantie te genieten. Toch ben ik blije eigenaar van een chocolade paasei. Of liever was ik eigenaar, want tot mijn eigen verrassing heb ik dat al verorbert. Normaal ben ik niet zo’n fan van chocolade, maar honger maakt rauwe bonen zoet nietwaar?

Dat is het zowat, ik geef jullie een beetje rust na de gigantisch lange post van vorige keer.
Voorlopig is het wachten op een nieuwe reeks foto’s.

Lennart

maandag 29 maart 2010

Visualisatie

Ook deze keer zijn de foto's er om mijn verhaal bij te staan, lees dus eerst Iceland: 7 Months In... alvorens verder te gaan.

Voor allen die uitgelezen zijn, één adres en één adres alleen!!
http://picasaweb.google.be/Dhyhakhan/7MonthsIn

Deze keer laat ik een serie van 149 foto's op jullie los.
Vergeef me voor enkele slechte vanwege uploadproblemen.
Ook moet ik vermelden dat niet alle foto's van mij zijn, de batterijen van mijn cameratoestel waren in de helft van het weekend op.

Reservebatterijen is een must! Spijtig dat ik die les moest trekken uit eigen ervaring.

Hiep hiep hoera! voor mijn eigenste mama!!! zij viert haar verjaardag naar goede gewoonte op 29 maart en ook dit jaar (hoewel ik er niet bij was) zal ze die traditie voortgezet hebben...

Ne gelukkige verjaardag!


From Iceland with love...

vrijdag 26 maart 2010

Iceland: 7 Months In...

Vorige week was niet veel speciaals .Wat aan mijn filmpke gewerkt, wat rondgehangen… Niets speciaals. Op het filmpke moeten jullie nog even blijven wachten, dat is nog (lang) niet rond. Het enige wat misschien cool is om te vermelden is dat Friðrik en ik voor de tweede keer optraden op het vrijpodium in Edinborg, dat om de twee weken op een donderdag gehouden wordt. Deze keer waren we beter voorbereid en dus schitterden we met liedjes zoals ‘House of the Rising Sun’ door The Animals, Creep van Radiohead en ‘Hallelujah’ door Jeff Buckley. Het was echt een coole avond met veel amateurisme dat toch goed uitkwam, waardoor het spektakel een eerder heroïsch voorkomen kreeg. Ook meer mensen en kandidaten wat ten goede van de sfeer komt.

Het weekend bleek één uit de duizend te worden, vermits AFS een weekendje in Snæfellsnes had gepland. Dat is de naam van het grootste schiereiland in IJsland. Er is tevens een gletsjer te vinden. We (Burak en ik) vertrokken op vrijdagmorgen, wat dus ook een dag zonder school betekende. Ik stond niet echt te popelen om op dat vliegtuig te stappen vanwege mijn auto/zee/luchtziekte. De vlucht was ok en dus kwamen we aan in Reykjavík omtrent 10 uur. We werden naar het AFS-kantoor getoured en daarna kregen we vrijaf tot ongeveer 13:00h. Burak en ik besloten samen de niet zo toeristische plekjes van de stad te gaan bezichten. En die hebben we natuurlijk gevonden. Aan vreemde plekken bleek er een overschot te zijn en dus hebben we onze tijd meer dan nuttig gebruikt. Daarna werden op een bus geduwd en TADA weg waren we… We reden eerst naar Óli’s hut. Óli is de afkorting voor Ólafur Ragnar Grímsson, de president met andere woorden. We gingen dus de president van het machtige IJsland bezoeken. Zoals u al merkt was ik verre van onder de indruk… Ik heb een probleem met mensen waarvan iedereen denkt dat ze belangrijk zijn. Desondanks heb ik enkele foto’s van hem en zijn omgeving. De plek waar deze meneer verblijft word Bessastaðir genoemt.

De tour ging verder naar Lýsuhóll (daar verbleven we), maar niet zonder eerst een plaspauze in Borgarnesi te houden. Daar hadden we zo’n 20 minuten om onszelf te entertainen en dus heb ik wat rondgelopen in dat dorpke en enkel foto’s genomen. Ik vond het spijtig dat ik de enige was die niet rechtstreeks het cafetaria instormde om ijsjes en dergelijke te kopen. Toch bleek ik achteraf geen reden te hebben om de gedachtengang van mijn vrienden in twijfel te trekken. Ze verbaasden mij keer op keer met hun open-minded gedrag dat ik me al snel helemaal thuisvoelde. Lýsuhóll bleek een vrij verlaten plek te zijn, om niet te zeggen dat ons gebouw het enige in de omtrek was. Toch was ik blij dat ik van die bus was en hopla een cool weekend kon beginnen. In het begin had ik wat moeite om me aan te passen. Iedereen die in Reykjavík verbleef sprak over hun gezamelijke ervaringen en dus voelde ik niet meteen de aansluiting die ik verwacht had te vinden. Alsnog was ik enkele uren later weer de oude en brak ook meteen het feest los. Het was fijn dat de vrijwilligers ons de eerste avond lieten chillen, dat bracht ons allemaal dichterbij elkaar. Ik zocht mijn oude Amerikaanse kameraad Colin op en vond aan zijn zijde ook Sam de Canadees/Quebec. De Belgische vrouwen waren ook van de partij en zowel Melanie (Waals) als Lies (Vlaams) waren content mij te zien. Ook met hen heb ik duizend keren gelachen! En dus was vrijdag een dag van chillen en lachen.

Zaterdag gingen we rond de gletsjer touren en daar kregen we de coolste dingen te zien. De natuur was gigantisch schoon rondom de gletsjer desondanks frequent bezoek van toeristen. Ikzelf voel me niet zozeer een toerist. Ik voel me meer een deel van de omgeving. Tijdens de tour heb ik ook ongelooflijke gesprekken gevoerd met Sam. De inhoud van deze gesprekken wil en ga ik niet verspreiden via het medium internet… Ook Colin kwam ons vaak ondersteunen met zijn mening en de mening van mijn Amerikaanse broer is natuurlijk altijd welgekomen. Spijtig dat de tour zo strak op schema lag, want vaak kregen we maar 20 minuten om ons ding te doen… Tijd, ik hou er helemaal niet van.

Onze eerste stop was in Arnarstapi. Daar mochten we genieten van een ongelooflijk mooi uitzicht. Een uitzicht dat zeer goed bij de conversatie tussen Sam en mij paste. Ook was er een soort van monument dat een trol voorsteld. De zon scheen fel en dat bracht een lach op ieders gezicht. Djúpalónssandur was de volgende plek waar we onze tent opzetten (figuurlijk). Er was een prachtig zwart kiezelstrand met golven die onnoemelijk krachtig waren. Om die stelling te onderstrepen was een groot deel van het strand bezaait met onderdelen van een schip. Ook werd er vroeger bepaald wie welke job kreeg. De jobs werden uitgereikt met behulp van 4 stenen. Diegene die de zwaarste kon optillen kreeg de beste job en het meest betaald, al de rest moest het onderspit delven voor de rest van het jaar. Om even te bekomen werd er een shopping-stop ingelast om de bus van de nodige vloeistoffen te voorzien, maar ook om van enkele vloeistoffen af te geraken. Olafsvík noemde de plek en ook daar heb ik rondgelopen in plaats van te gaan shoppen. Deze keer werd ik ondersteund door Colin, Sam en Eirín. Eirín is een meisje uit Noorwegen en kon IJslands spreken toen we de 6de week van ons AFS-jaar ingingen. Zeer tof groepje waarmee ik dagen aan een stuk zou kunnen slijten. En toen kwamen we aan in Bjarnarhöfn. Dat is een plek waar maar één boerderij staat. Deze is gespecialiseerd in het bereiden van hákall/haai. Er was ook een klein museum in één van de gebouwen en dus hebben we daar wat rondgelopen en hebben we nog eens haai gegeten. En ik moet zeggen mijn eerste ervaring was bijzonder slecht. Het smaakte verschrikkelijk, maar hier in zo’n afgelegen boerderij mag het gezegd worden dat ik van die haai genoten heb. Het hangt dus gewoon af van de bereidingswijze… In Helgafell was het de gewoonte dat men die eenzame berg beklimt zonder een woord te zeggen. Zich dan omdraait en naar het Westen kijkt. 3 wensen maakt en afdaalt in gehele stilte. Ik dacht bij men eigen dat ik niet echt drie wensen nodig had en was dus ook één van de weinige die geluid maakte. In Ölkeld bezochten we nog een waterbron die mineraalwater opbracht. Grappig om te vermelden is dat we eerst aan de verkeerde bron zaten te lurken. Tot er een lokaal figuur kwam opdagen die verbaasd naar een andere bron wees. Hilarisch! Toch moet gezegd worden dat de eerste bron lekkerder was dan de werkelijke.

Na de tour om Snæfellsjökull eindigden we de dag met een Talentenshow. Iets waar maar weinige zin in hadden. Sam, Colin, Carlos en ik staken de koppen bijeen om iets degelijks naar voren te brengen, maar onze brainstormsessie evolueerde telkens naar een vreemd gesprek waarin alles mogelijk was. Colin stelde voor om onze brainstormsessie gewoon op het podium te houden en dus was er helemaal geen voorbereiding nodig. Wat er precies gebeurd als Carlos, Sam, Colin en ik bijeen komen is moeilijk uit te leggen. Buitenstaanders noemen ons wazig, vreemd, filosofisch, grappig… We kunnen gewoon onszelf zijn als we bij elkaar zijn. Zonder dat de groep ons op onze individuele vreemdheid wijst. En vaak is het voor ons duidelijk waar we over bezig zijn, maar denkt iemand anders dat we gewoon losse woorden tegen elkaar op aan’t gooien zijn. Carlos is trouwens van Spanje. Onze act bleek goed te werken. Nadat we een vulkaaneruptie hadden uitgebeeld (niet toevallig omdat we in die namiddag van de uitbarsting gehoord hadden), gaven we iedereen een papiertje waar ze een willekeurig woord op moesten schrijven. En met die woorden gingen we dan een conversatie voeren. Dat bleek pak lachen te zijn en om af te sluiten deden we nog een dierenorkest en TADA onze act was cool! (Een dierenorkest = een soort ritme creëren door het gebruik van dierengeluiden).

Zondag was eerder een opruimdag vermits we ergens op de middag terug vertrokken. Ik heb de keukenploeg een handje geholpen vermits die oudere dames de kracht van een man misten. Ze waren vol lof over mij en welja dat deed wel goed. Respect verdienen daar draait mijn leven zowat om. Op de terugtrip geraken Sam en ik weer aan de praat, helaas is Colin ver weg. Onderweg verlaten enkele leden van de groep de bus om op een andere te stappen. Melanie is één van hen. Die gekke Waalse denk ik nog. Ze stoot haar hoofd nog even tegen het dak van de auto en dat is ook het laatste wat we van haar gekke toeren te zien krijgen. We stoppen wederom (net zoals op de heen reis) in Borgarnesi en deze keer besluit ik de groep na te gaan en voet in het cafetaria te zetten. Ik koop wat om te drinken en enkel koekjes. Onze 20 minuten jagen ons na en ik besluit om mijn koekjes buiten in de wind op te eten. Ik zit daar enkele minuten en Colin en Carlos komen naar buiten. Ze vinden het zicht hilarisch en vragen mij waarom ik koekjes zit te eten in de wind en de kou. Ik kon daar niet echt antwoordt op geven en dus strompelen we naar de bus. We zijn één van de eerste en dus besluit ik om als enigste buiten te blijven. Vermits ik kou boven vervoersmiddelen verkies. Enkele ogenblikken later komt Sam me vergezellen, hij kwam uit het cafetaria. We waren de enige die genoten van de wind en het uitzicht. De rest van de groep vond het gewoonweg koud. Ik offer Sam een koekje en van weigeren was geen spraken. Op het moment dat hij begint te knagen aan het koekje hoor ik gejuich vanuit de bus. Ik kijk op en merk dat zowaar alle ogen op ons gericht zijn. Ik kom tot de conclusie dat het gebaar ‘delen’ bij vele iets ongewoons moet zijn. Sam trok er zich niets van aan of had het gejuich helemaal niet gehoord en ik vind het niet de moeite er achter te vragen. We kijken verder naar de oneindigheid van het landschap en wanneer we uiteindelijk toch op de bus stappen worden we nogmaals met gejuich onthaald. Zij vonden het ontroerend, wij bleven er onverschillig bij…

Tijdens die busrit kregen Burak en ik te horen dat onze vlucht voorlopig was uitgesteld en bij aankomst in Reykjavík kregen we de mededeling dat onze vlucht afgesteld was. We moesten dus overnachten in Reykjavík. En dat mochten we doen bij de gastouders van Amy Chow, een meisje van China. Wat kan ik over haar gastfamilie kwijt, wel ik denk dat het de meest open-minded familie is die ik hier in IJsland ben tegen gekomen. Misschien dat het feit dat ze niet echt van IJsland zijn de zaken iet of wat verandert. Allyson en Tumi dat zijn respectievelijk de moeder en vader. Allyson is een leerkracht van iets (ik weet niet precies: het heeft alleszins te maken met de zee) en is afkomstig van Zuid-Afrika. Tumi komt van Zweden en is groepsleider in een universiteit van de United Nations. Om een lang verhaal kort te houden: “Hij leert mensen vissen”. Weliswaar op industriële manier en dergelijke. Zij hebben elkaar leren kennen in New York tijdens een meeting en hebben ook een jaar samengewoond in New York. Daarna hebben ze vier jaar in Malawi gewoont, toen zijn ze nogmaals verhuist, deze keer naar Zuid-Afrika waar ze weer enkele jaren versleten hebben. Om dan uiteindelijk terecht te komen in Reykjavík/IJsland. Hun dochter en kleindochter woont momenteel in Amerika, maar hun zoon Daniel Tumison leeft in hun kelder en was een jaar of twee geleden ook een AFS’er. Hij bracht zijn tien maanden door in Peru of Argentinië(ik weet het niet heel zeker). Zoals u ziet hebben deze mensen al het één en ’t ander meegemaakt. Fijn om mee te maken dat ze die maandag dat we daar verbleven hun 32ste huwelijksjaar vierden. Bravo en Proficiat!

We mochten van hun elke avond uitgaan zonder echt een uur van terugkomst te vermelden. We besloten ons te gedragen en volgden de tijden van Amy om een beetje beleefd over te komen. We kregen Allyson’s gsm mee omdat de vlieghaven ons om de twee uur een bericht stuurde met informatie over wanneer onze vlucht nu was. De zondag vlogen ze niet vanwege de eruptie van de vulkaan en maandag en dinsdag vlogen ze niet door slecht weersomstandigheden in de Westfjörds. We konden dus twee dagen genieten van een ‘weekendje’ Reykjavík. Overdag bezochten we enkel musea en keken we wat rond in downtown Reykjavík. ’s Avonds nadat de school van de andere uitwisselingsstudenten gedaan was, hingen we rond in enkele cafés .Zoals Café Rót (u spreekt het uit zoals rood), dat was een gezellig vintage zaakje waar de sfeer er altijd in zat.

Zondag hadden we ook onze zevende maand in IJsland gevierd op het weekend en de uitwisselingsstudenten hadden op dinsdagavond gepland om chinees te gaan eten. Burak en ik waren van de partij en damn het was goed. Lachen was dat we in de namiddag van die dag Takehiro mijn Japanse vriend getrefd hadden midden op’t straat en hij vervoegde ons de rest van de dag. Cool om te zeggen dat Takehiro volledig aan het beeld van een stereotype japanner voldoet. En das zó cool! Normaal ben ik niet te vinden voor stereotypes, maar over Japan heb ik er toch één gemaakt vermits ze daar Samurai en dergelijke hebben. Helaas zette Takehiro me terug met beide voeten op de grond en vertelde hij me dat er geen enkele Samurai meer bestaat. Zijn volledige naam gaat als volgt: Takehiro Yamamoto. Dat op zich verdient respect, vooral als ge hem meermaals ziet voorover buigen om respect te betuigen. De macht der gewoonte, muhahaha!Ook Georgia kwam ons vergezellen, zei is van Italië en was toevallig aan het studeren in Café Rót. Vraag me niet wat studeren in een café inhoudt, ik vind het origineel en ga het daarbij laten.

Toen Daniel tijdens het maken van hotdogs enkele underground liedjes aan het luisteren was, vroeg ik hem of hij een instrument bespeelde en hij kwam met basgitaar op de proppen. Ik vroeg hem of ik wat mocht spelen vermits mijn vingers wat kriebbelde. Hij haalde een semi-akoestisch bass te voorschijn en damn die klonk fijn. Na een jamsessie op m’n eigen vroeg ik hem of hij die niet verkocht. Hij had zijn elektrische basgitaar al op ebay gezet, maar had er nog niet over nagedacht om de semi-akoestische te verkopen. Hij vroeg me of ik die echt wou kopen en ik zei dat vrij hard van de prijs af hing. Hij nam me mee naar zijn kelder en liet me alles zien wat hij bij die basgitaar deed. Een rugzak om de gitaar in te doen, een hardcase om hem in te doen. Een staander,zo’n speciaal lange versie, gemaakt voor een basgitaar. Een tuner, een strap en enkele plectrums. Zijn prijs was 20 000 kronur, dat komt overeen met zo’n 116 euro. Ik begon erover na te denken en vier uur later maakte ik de deal rond. Dus nu heb ik een semi-akoestische basgitaar met nog ne hoop spullement. Impulsieve koop? Ik denk het niet echt, al kan ik niet ontkennen dat de werkelijke daad van kopen snel ging. Ik hou van mijn bass en heb nu echt iets om naar uit te kijken aan het eind van de dag. En om eerlijk te zijn denk ik dat ik een vrij goede koop gedaan heb. Semi Akoestische Gitaar; Hardcase & Softcase; strap; tuner; plectrums. Voor zo’n 116 euro. Mijn duurste gitaar die ik heb was zo’n 110 euro en dat was enkel voor de gitaar, dus u rekent maar…

Op woensdagmorgen kwam ons avontuur tot een eind, met de eerste vlucht om 9:00h. Ohh...

We maakten van onze woensdag een slaapdag. Toch fijn om te vermelden dat toen ik uit de douche kwam één van de honden in mijn kamer gezeken en gescheten had. Ik bleef er verrassend kalm bij en moest continue aan een grap denken van een stand-up comedian die zichzelf Russel Peters noemt. Als u tijd heeft zou raad ik u aan om hem eens even te bezichtigen op youtube. Ik was gewoon blij dat de hond geen van mijn gitaren had aangeraakt.

Burak is de laatste tijd in een vrij slechte bui. En ik moet toegeven dat ik hem in zekere zin gelijk geef. Het contrast tussen de familie Allyson en Tumi en onze huidige familie is namelijk gigantisch groot. Te groot. Toen we terugkwamen leek het alsof onze familie er vrij idioot uitzag. Kleingeestig en koppig zijn woorden die in me opkomen. Toch doe ik men best om alles te relativeren, zo ver het mogelijk is. Onze familie heeft hun hele geschiedenis in Ísafjörður en Bolungarvík geschreven en is zeer conservatief. De kleingeestige mentaliteit is dus een begrijpelijk gevolg… Versta me niet verkeerd ik heb alle respect voor mijn huidige gastfamilie, maar wetend dat het anders kan (in een familie) is het moeilijk om onszelf terug aan te passen. Ik moet zeggen dat de algemene sfeer in Bolungarvík dezelfde trend volgt. Na zeven uur ’s avonds is er helemaal niets meer te doen en is er ook helemaal niemand meer te zien op straat. Ook is het koppig/lui gedrag bijvoorbeeld te zien in de omgang met de honden. Kobbi (de hond van Allyson en Tumi) wordt tot drie keer uitgelaten, terwijl Fluga en Táta vaak helemaal geen daglicht zien. Niet dat ik de grootste dierenvriend ben en al helemaal niet als het op huisdieren aankomt, maar ik vind dat als ne mens een dier in huis neemt dat hij daar dan ook nondedoeme zorg voor draagt. Het feit dat ze niet zien dat er iets scheelt in hun doen en het feit dat ze gewoon beginnen te schreeuwen op die honden illustreert het kleingeestig gedrag, meer dan genoeg volgens mij. Dat is waarschijnlijk ook de reden waarom Táta in mijn kamer haar behoefte gedaan heeft. Als het eruit moet, moet het eruit… Gelukkig zijn er plannen genoeg om het gedrag van onze familie te vergeten.

Ook heb ik nog een band ontdekt en dat tijdens één van de miljoenen keren dat ik me verplaatste. Stone Temple Pilots noemen ze en tot nu toe heb ik enkel ‘Creep’ gehoord. (neen geen cover van Radiohead). Zeker de moeite om achter deze band aan te gaan.

Dus dat was het ongelooflijk cool/hippe/gekke weekend waardoor mijn blogpost zo’n 5 dagen te laat op’t internet verscheen. Ik ben waarschijnlijk honderdduizend dingen vergeten, maar ik heb het meest epische meegedeeld. Foto's zullen volgen, ik ben een schoon selectie aan't maken van alle foto's die ik over het weekend vind en ik moet nog enkele foto's van mijn basgitaar maken. Ik zal proberen ze online te zetten tegen zondag. Zondag maak ik geen nieuwe blogpost, vermits die maar 3 dagen zou beslaan. Het is dus wachten tot volgende week zondag of maandag op meer nieuws van mij...


Lennart