zondag 31 januari 2010

Vertelselkes

De vorige post eindigde ergens rond de zaterdagmiddag en vermits de zaterdagavond nog iets in petto voor mij had, zal ik daar dan ook maar mee beginnen. Mijn gastouders gingen een feest bijwonen: Þorrablót. Het feest is afkomstig van de vikingen (m.a.w. voor het Christendom hier bekent werd). De oorspronkelijke bedoeling was om de Goden goedgezind te stemmen door hen eten en drank te schenken. Nu is het een voorbehouden feest waar enkel getrouwde koppels naartoe kunnen gaan. De mensen dragen traditionele/nationale kledij en genieten van muziek en toneel. Burak en ik bleven dus thuis. Dat is altijd fijn. Een beetje rust. Of toch niet, want het avondmaal bracht ons schapenkopjes. Met gemengde gevoelens (en de schapenvoetjes plus skata plus haai in het achterhoofd) namen we plaats aan tafel. Elvar‘s moeder was ons aan het vergezellen en toen zij een tweede schapenkopje begon te verslonden begon ook ik maar te smullen. Vies! Allez dat is wat ge zou verwachten. Het tegendeel is echter de werkelijkheid. Ik hield er wel van. De tong en de achterkant van de nek was verrukkelijk. De huid proefde net zoals bij die schapenvoetjes naar gekookte schoen, maar de ogen waren de wel weer fenominaal! Ik heb dan ook maar meteen 2 ogen achterover geslaan. (Ik ben echt niet aan het overdrijven, de ogen - hoe onsmakelijk het ook klinkt – waren gigantisch goed.)

De zondag begon rustig en had zijn apotheose rond de middag, waar ik een heuse pijl voor Emil had gemaakt. Emil was al de hele dag aan het ronddragen met een boog en twee stokken en ik vertelde dat ik beperkte kennis had van de manier waarop men pijlen maakt. Ik heb namelijk enkele Ebooks gekregen van Tom (van den Berg) en die bleken dees keer goed van pas te komen. Ik was gigantisch fier toen ik de pijl klaar had en mijn trots kende geen grenzen toen de pijl een perfecte boog door de lucht beschreef. Waar het in het begin moeilijk iets te raken was, konden we nu toch het één en‘t ander motten geven.

Ik ben ondertussen ook al zo‘n twee weken aan het experimenteren met riemloze broeken. En het moet gezegd zijnde: Ik voel me Smooth... Tot voor kort liep ik telkens met een riem in elke broek rond, gewoon omdat ik me daar beter bij voelde. Maar nu ik al mijn gewoontes in twijfel ben aan het trekken is niet meer zeker en bestaan mijn dagen enkel uit aangename verrassingen.

Gisteren zijn we (Burak en ik) naar het kiezelstrand gewandeld en hebben we enkel coole foto‘s gemaakt. Vermits mijn camera niet meer werkt op mijn computer moet ik telkens via iemand anders mij foto‘s over zetten. Wordt dus nog niet aggressief in afwachting op een nieuwe serie foto‘s.Ook mijn adapter van mijn laptop is de leegte ingaan. De technologie werkte niet zozeer mee, maar aan het eind van diezelfde dag had ik al een nieuwe. Tis dus allemaal ok.

Sigurjón was deze week gigantisch moe en daar was ik blij om. Hij gaat op momenten heel snel door verschillende mentale fases. Zo beet hij mij opeens in mijn pols (ik zie z‘n tandjes nog) en het volgende moment vraagt hij heel lief aan zijn moeder waarom ik niet permanent bij hun verblijf. Gelukkig voelde ik me deze week Smooth wat veel compenseerde.

Tip van de dag: “Geef kindertjes geen fluitje.“ (dat geldt zowel voor het bier als voor het lawaaiding)

De week die ik instap is mijn 24ste week in IJsland wat wil zeggen dat ik mijn tweede week van mijn zesde maand in ga. Correct me if I‘m wrong, tijd is nog steeds één van die gewoontes waar ik niets aan ga veranderen. Het vrije leven zonder notie van tijd is speciaal voor mij ter wereld gebracht!

Best Regards


Lenhart (dat is althans hoe Sigurjón mij noemt)

zaterdag 23 januari 2010

Aurora Borealis

Het was woensdag, ik was het beu om in de school te zitten. Als we niet opletten zitten we van ’s morgens voor de zon opkomt tot ’s avonds na zonsondergang in school. Vrij triestig als ge u dat verschillende dagen na elkaar laat overkomen. Maar woensdag was het anders, woensdag ben ik vroeg naar huis gegaan. Toen ik thuiskwam was ik zo ziek als ne hond (autoziek), maar een paar goei ouderwetse boterhammen zijn tegenwoordig de remedie tegen vele kwalen. Ik was dus weer op de been nog voor ik het wist. Vermits ik een zee van tijd had gecreëerd, moest ik daar dan ook maar gebruik van maken. Ik ben geen grote fan van zwemmen, maar gewoon liggen in die jacuzzi’s in de open lucht (vrij koud) is gans hip en dus op naar het zwembad. 2 uur later stapte ik als herboren terug naar huis. Tijdens die korte wandeling had ik in de mot gekregen dat het Noorderlicht zich deze avond liet bekijken. Ik kwam thuis en vond Burak en Emil kijkend naar vreemde tekenfilmkes die me niet geheel aanstonden…

Een gek idee ontstond en weg was ik met mijn gitaar op de rug. Mijn plan was om een schoon plekske te zoeken op degelijke hoogte zodat ik geen last had van de straatlantaarns. Daar aangekomen vond ik een mooie steen om op te zitten en verder liet ik de Blues het werk doen. De plek waar ik zat moet ge u inbeelden als volgt; Aan mijn rechterkant was Bolungarvík (belachelijk fel verlicht) en aan de andere kant was het donker. Ik zat namelijk op een heuveltje dat op zijn beurt dan weer op een berg lag. Er was vrij weinig wind dus qua temperatuur viel het nog mee. Ik zat zo hoog dat de mensen die onder op straat liepen mij niet konden horen spelen noch zingen. Nadat ik daar een hele poos had gezeten en gespeeld, de Blues had gevonden en beleeft, vond ik het tijd om het daar af te bollen. Van de vage slierten Poollicht die bij mijn aankomst zichtbaar waren, was er nu helemaal niets meer van te zien. Teveel wolken. Teleurgesteld, maar niet ontevreden van mijn gitaarprestatie, breide ik er een einde aan. Men gitaar ging terug in de zak en ik begon aan de afdaling. Halverwege echter, toen ik nog ver boven de straatlantaarns liep, begon het te waaien en te doen alsof de spirits van de aarde niet wilden dat ik vertrok. Mijn kap die me tot nu toe beschermd had tegen de wind begon ironisch genoeg mijn keel dicht te pitsen omdat de wind er zwaar aan trok. Ik was genoodzaakt om te stoppen en mijn kledij in de juste plooien te leggen. Met een laatste glans naar die ongelooflijke sterrenhemel wou ik mijn afdaling terug inzetten. En daar gebeurde het. Ik zag het. Nog niet helemaal tegoei, maar het was er. Ik moest terug en snel. De adrenaline gaf me vleugels en in een mum van tijd zat ik terug op mijne steen. De laatste wolken werden weg gestuwd met een gigantische snelheid en daar zat ik dan. Te kijken naar licht dat geen bron had. Licht dat geen schaduwen bracht, maar er gewoon was. Licht dat op het eerste zicht één geheel was, gewoon een vlek aan de hemel. Ontroerd door de schoonheid van dit licht, besloot ik om links in dat donkere gat te stappen. Daar werd ik voor een tweede keer verrast. Vermits ik op dat heuveltje in het kunstmatige licht van Bolungarvík stond werd mijn oog voor detail belemmert. In dat donkere gat achter het heuveltje was de wereld echter een heel andere plek. Eens mijn ogen aan de duisternis gewend waren kon ik het dansen van de Aurora Borealis waarnemen. Driftig en snel. Met een immense schoonheid op een heel grote schaal. Die avond vond ik het spijtig dat ik een bril droeg, ik kreeg die enorme sliert van licht niet helemaal in mijn gezichtsveld, door mijn montuur. Toch kon ik niet dankbaarder zijn voor het moment dat mijn hier gegund werd. Het was alsof het licht enkel en alleen voor mij haar ritmische bewegingen onder begeleiding van de wind en de zee ontplooide. Bewegingen die ik niet kon en wou uitleggen met wetenschap. Neen, ik ging op in het gebeuren en werd één met het licht. Bijgestaan door Ishi, wiens woorden ik nu volledig begreep : “He(Ishi) looked upon us as sophisticated children--smart, but not wise. We knew many things and much that is false. He knew nature, which is always true.” (zie Waar Naartoe?) Het licht is niet één geheel al blijft het wel een keten doorheen de bewegingen. Maar elke punt van de sliert bestaat uit een eigen kolom licht die nog hoger naar de hemel reikt en uiteindelijk vervaagt. Sommige delen vervagen, andere worden vernieuwt met een gigantische stroom licht, het lijkt alsof sommige delen feller schijnen dan andere, maar toch blijft de lichtsterkte in het algemeen gelijk. Daarom zeg ik ook dat het licht geen bron heeft. Groen, paars, grijs en wit worden tentoongesteld in duizend verschillende tinten . Ik denk dat de kleuren een groot aandeel hebben in hoe wij de lichtsterkte van sommige delen waarnemen. Want grijs opgevolgd door wit is schijnbaar feller.

Op donderdag heb ik nog eens een krentenbrood gekocht. Niet gesneden natuurlijk! Een brood eten wanneer het ene brok is echt een vreemde ervaring. (En nu gaat ge dat allemaal natuurlijk uitproberen :-) dat zou lachen zijn) Ik had me geposteerd op de ‘marktplaats’ en kwam na een kwartier knabbelen tot de conclusie dat de mensen die in de gaten hebben waar ge eigenlijk mee bezig zijt niet meer durven te kijken en af en toe zelfs een stapke versnellen. Zulke dingen vind ik natuurlijk lachen, anders had ik het natuurlijk niet gedaan. De koude wind en het grijze weer maakte dat ik me tot een volbloed toerist slash globetrotter voelde. Heerlijk primitief.

Friday night, party night!
3 vrienden werden 19 jaar en dat moest gevierd worden. Zowat iedereen die ik kende was aanwezig en ik werd dan ook overdreven goed verwelkomt. Drank was er in ketels van zo’n 50 liter en iedereen had zich blijkbaar ook zelf een voorraadje bier en sterke meegenomen. Den alcool had al verschillende figuren geveld en was goed op weg om iedereen eens flink aan te pakken. Ik heb van enkele glazen genoten, maar nen echte drinker ben ik niet. Flugel was er niet dus daar kon ook niets misgaan. Ik ben echter maar een uur naar dit feest geweest. Ik voelde me verschrikkelijk moe en vond het rond middernacht tijd om te gaan pitten. De reden waardoor ik zo laat op de party mij entree maakte kwam doordat ik een paar uur bij de “Speech-kerels” was gebleven. De “Speech-kerels” is een clubje dat duelleert met andere groepjes van over heel IJsland. In een vorige post heb ik over zulk event gesproken. (zie Muziek). Ze waren hun speeches aan het oefenen en om de één of andere reden ben ik daar verzeild geraakt. Nu kwam dat vrij goed uit, vermits ik een ebook over lichaamstaal was aan het lezen (‘Body Language’ door Allen Pease). Ik heb die kennis dus op de speechgevers toegepast en daarmee heb ik hen toch een beetje geholpen. Vermits ik niet begreep wat ze aan het zeggen waren, moest ik het (net als de vorige keer) met de gebaren doen. En wat blijkt, ik kon toch een onderscheidt maken tussen tegenargumenten en nieuwe argumenten. Er was duidelijk te zien wanneer ze duidelijk en hard wilden overkomen en anderzijds zacht en gemoedelijk hun boodschap wilden overbrengen. Dat lijkt waarschijnlijk allemaal heel logisch, maar het is ongelooflijk hoe non-verbale handelingen zoveel informatie overbrengen.

Tis goed voor nu, wat verder dees weekend gebeurd zal in de volgende post staan.


Lennart

Een uitspatting van wijsheid: “Met uw pollekes aan het stuur, rijdt ge ook tegen de muur.”

zondag 17 januari 2010

Adventure At Last

Beter, daar beschrijf ik het best de afgelopen week mee. De fijnere sfeer die deze week in de lucht hing heb ik deels al beschreven in de vorige post. Iedereen was beter gezind, alles was goed.

Dinsdag ging ik weer kijken hoe het met Sigurjón was. En natuurlijk was alles bon met die kleine. Veel kan er niet mis gaan in zijn evenwel kleine wereldje. Met veel lawaai en een schattige “Lenhart” werd ik begroet. Sigurjón heeft immer moeite met mijn naam, al moet ik toegeven dat ‘lenhart’ vrij hip klinkt, vooral als beide lettergrepen beklemtoont worden. Mijn conversaties met hem worden telkens een beetje langer. Dat is fijn en leidt nog vaker tot hilarische situaties. Toen we even naar Sigga’s kunstmatige plantenkwekerij aan het kijken waren. (Dat is een kleine machine die de fragiele plantjes van water voorziet. Er is ook een lamp opgemonteerd die de fotosynthese een beetje helpt.)Begon Sigurjón op triestige toon te roepen dat er ééntje dood was. Sigga gaf het plantje dan maar manueel water en we konden echt zien hoe het (vrij snel eigenlijk) terug recht kwam en daarmee herrees uit de dood.
Die avond genoot ik ook van de film ‘Avatar’ in de lokale bioscoop. ‘Avatar’ is een zeer gehypte film en dus waren de verwachtingen hoog. De film bestaat voor zo’n 40% uit live-actie en zo’n 60% digitale beelden. Officieel is de film gemaakt voor zo’n 237 miljoen dollar, maar de geruchten gaan dat het bedrag ricthing de 310 miljoen gaat. Dat is veel, maar als ik erbij vertel dat de film al voor zo’n 1,4 miljard dollar heeft opgebracht, is dat een kleine investering. Die 1,4 miljard heeft het niet zomaar verdient, de hype benadert deze keer daadwerkelijk de film (wat meestal niet het geval is). Een steengoede film die naar mijn opinie een plaatsje op de eerste plaats langs ‘Into The Wild’. Over het verhaal ga ik niets zeggen, maar een “Must See” is het zeker.

Sigga, Sigurjón en Óluf vertrokken de woensdag naar Reykjavík omdat Sigga een speciale cursus ging volgen voor enkele dagen. Ik mocht alsnog de donderdag toch gebruik maken van Sigga’s huis, dat deed ik omdat om een dagje te luieren. En daar bleek ik zeer goed in te zijn. Ik heb hun dvd collectie eens onder handen genomen en enkele dwaze films bekeken. Dat samen met een lekker pizza peperoni en een goede nachtrust en den deze is weer zo fris als iets.

Vrijdagavond ben ik gaan troeven met Elvar. Troeven op z’n IJslands is een vreemde gelegenheid en hoewel ik wist hoe het ineen stak, was ik de loser van de avond. Ik eindigde met zo’n 141 slagen in totaal. Elvar was de winnaar en had zo’n 178 slagen dus zo’n grote achterstand had ik niet. Omdat ik de beste nieuwkomer was kreeg ik een dvd met ijslandse kortverhalen. Ik heb me voorgenomen om de volgende keer terug te gaan en ergens in de top te eindigen.

Mijn hoop op avontuur is een beetje werkelijkheid geworden. Wie weet geldt dat ook voor David Peulen die vorige week in hetzelfde straatje als mij ronddoolde.

The World Is Thy Playground…


Lennart

maandag 11 januari 2010

Opnieuw School

De eerste schooldagen waren een hel, ik heb me er met moeite door geslagen. Vermoeidheid en verveling waren alom aanwezig. Iedereen had er mee te kampen wat natuurlijk een gespannen en asociale sfeer tot gevolg had. Gelukkig heb ik de kracht van een goed filmke aan mijn zijde die de harde momenten (lees: de vele doodse momenten van het schoolgebeuren) verzacht. Vermits het vandaag maandag is kan ik vorige week met dehuidige vergelijken. Van die gespannen sfeer blijft niet meer veel over en dat geeft dan wat ruimte voor een babbel of twee. Vorig week had ik de indruk dat ik helemaal opnieuw moest beginnen met socialisen, maar dat was maar een gedacht. Het was zoals eerder gezegt de schuld van die vermoeidheid die iedereen cranky maakte. Deze week beschouwt men mij als ‘deel van het decor‘ en dat vind ik wel ok. Het geeft mij rust en een zeker flexibiliteit, want men komt mij maar af en toe naar iets vragen en verwachtingen hebben ze al helemaal niet van mij. En hoewel dat vrij triest klinkt heeft dat toch zijn voordelen. Zo kan ik bijvoorbeeld mijn sociale momenten zelf kiezen en doen wat ik wil.

Maar niet alles is slecht op school, zo mag ik voor de Engels enkele boeken lezen. Lezen is immers iets wat ik de laatste tijd met plezier doe. De boeken die de familie had opgestuurd, zijn er op een vies tempo door gedraaid en dus heb ik nood aan nieuwe. Deze nieuwe lading bestaat uit Gatsby, To kill a Mockingbird en Angela’s Ashes. Veel belovende titels en ik hoop dat het toch iets of wat speciaals is. Van thuis had ik Stories For Life en De Helaasheid Der Dingen gekregen. Stories for life bestond uit kortverhalen van diverse mensen uit ons Belgenslandje. Een mooie verhalenbundel, zeker de moeite waard. De Helaasheid Der Dingen door Dimitri Verhulst is echter een andere kwestie. De schrijfwijze en het feit dat het werkelijkheid is maakt dat dit boek zonder schaamte langs de Lord of the Ring serie kan pronken. Een gigantisch goed boek, ik ben bedroefd dat het lezen gedaan is.

Mijn queeste naar Dreadlocks is echter tot een eind gekomen. Zowel in Ísafjörður als in Bolungarvík kan men deze droom niet vervullen. Ik was het medium lang haar een beetje moe en daarmee besloot ik, toen ik voor de tweede keer bot ving dat het er allemaal af moest. Ik kon me echter terug tot orde brengen zodat ik vandaag niet kaal rondloop. Kort is het wel, tis lang geleden dat ik nog een fris kopke had. Die Dreadlock-droom moet ik met andere woorden opbergen voor volgend jaar of wie weet voor in mijn midlifecrisis.

Vrijdag of zaterdag ging Emil meedoen aan een karaoke wedstrijd en daar maakten we dan meteen maar een uitstap van. Beat It van de geprezen Michael Jackson was zijn keuze. Hij was echter als één van de eerste aan de beurt en de zenuwen hadden toch een handje in zijn prestatie. Desalniettemin heb ik respect voor hem en jullie waarschijnlijk ook als ik erbij vermeldt dat het allemaal live op de radio kwam. Emil zingt twee, wie weet drie octaven hoger dan de doorsnee mens waarmee hij onze Michael de laatste groet gaf zonder hem belachlijk te maken.

Het weekend was aangebroken en dat geen moment te vroeg. Het was een vreemd weekend. Geen verplichtingen en middelmatig eten. Dat is goed voor mij, zo voel ik me beter met mijn rol als ‘deel van het decor‘. Burak zijn computer had wat problemen en zodoende moest hij het weekend zien te overleven zonder. Ik moet toegeven dat een computerloos weekend beter is dan een niet-computerloos weekend. Hij was een beetje chagrijnig denk ik maar hij hield zich al bij al nog goed.

Zondag vond ik niets om te doen en ben ik maar iets beginnen bouwen met Lego. Het is een middeleeuwse foltertoren geworden en ik ben echt trots op het resultaat. Het heeft me zo‘n 7 uur gekost om mijn idee te uit te werken. Wat een rustige namiddag al niet kan brengen. Mijn middeleeuwse dungeon staat nu te pronken op de plaats waar het peperkoekenhuisje stond. Het lot van het peperkoekenhuisje is van droevige makelij. De basis is door ons opgepeuzeld en Fluga (de hond) heeft het dak verontreinigd door er fijn aan te lekken. Dit maakt voor Emil niet veel uit, hij blijft fijn van het dak eten.

In de hoop op grootste avonturen...


Lennart

zondag 3 januari 2010

Helga En Elli

De week die een nieuw jaar bracht had ook nieuw volk in petto voor Burak en mij. Helga en Elli. Helga is een knappe dame en tevens de dochter van Elvar’s broer Arnar. Elli is haar vriend (helaas), maar hij is alsnog een toffe kerel. Arnar en zijn familie leeft doorgaans in Reykjavík, maar heeft hier in Bolungarvík een appartement, waar hij af en toe naar afzakt om tot rust te komen. Auðun kwam op een dag binnen met die twee en vroeg of we in de sneeuw wilden ploeteren. En zo liepen we hen tegen het lijf. Na dat sneeuwgevecht (want daar draaide het op uit) konden we crashen bij hen thuis (aka Arnars huis). Gans cool, gans hip, echt een fijne avond. De volgende dag was er een soort reünie/nieuwjaars diner, want ik geloof dat het op Nieuwjaarsavond was. Gevulde kalkoen en een kippeke was er om te verpulveren. Ook heb ik geleerd dat vele groenten hier aangeduid worden met bonen.

Bonen: de oorspronkelijke lange groene bonen
Groene Bonen: Erwtjes
Gele bonen: Maïs

Voor dat overheerlijke eten was er op nieuwjaarsavond nog een groot openbaar vuurwerk. Er werd voor zo’n 3000 euro opgeschoten (dat is althans wat lokale bronnen me verteld hebben). Dat leverde schoon spektakel op. Toch ben ik beginnen twijfelen over zulk vuurwerk, ik vind namelijk dat er duzend en één hippere manieren zijn om het nieuwe jaar in te taffelen. Voor al de hardcore vuurwerk fanaten, toch even benadrukken dat ik er gigantisch van genoten heb. Vermits het vuurwerk er toch was en ik niet meteen activistische neigingen had op Nieuwjaarsavond. Rond middernacht had onze groep van families nog een aanvaring met een andere familie. Het was echter vriendelijke aanvaring die een toevallige ontmoeting betrefte. De vreemde familie werd met gejuich binnengehaald en natuurlijk werden er hapjes en drank aangeboden. Weer een coole nacht zowel letterlijk als figuurlijk want het was zeven graden minus. De gezellige avond werd afgesloten rond 5 uur, verzadigd en voldaan.

Nieuwjaarsdag kwam maar stillekes op gang, misschien vanwege het late uur, misschien van de harde knallen. Rond een uur of 18:00u belde de vreemde familie van die nacht nog naar ons, met de vraag of ze hun schuld van die nacht (het fijne onthaal + gezelschap) niet mochten vereffenen met een diner bij hun. En zo sprongen we drie minuten later in de auto om naar die afgelegen boerderij te vliegen, waar we Arnar’s familie weer tegenkwamen. Ook daar bleek het eten van overtreffelijke kwaliteit te zijn, dat samen met een mooi versierde tafel resulteert natuurlijk in eten, eten en te veel eten. De tafel werd kort na het maal geleegd om het spel ALIAS te spelen. Het spel is eigenlijk pictionary maar dan met woorden. IJslandse woorden. 3200 woorden die ik nog nooit gezien had. Burak en ik zaten er dan ook voor schuppen zeven bij. Tot!! Tot een sleutelmoment in het spel waarbij men het woord niet kon vinden. Mijn gastmoeder Elín kon het niet beter uitleggen dat: “Het woord voor 3 plus 5 en daarna delen door 2”. Iedereen begon als gek: “de helft, de helft” te schreeuwen of: “wiskunde, wiskunde”. Ik keek even nuchter om mij heen om de situatie te visualiseren zoals ik dat wel vaker doe. En toen uit het niets trof het mij: “Het Gemiddelde”. Ik fluisterde: “The average” in de richting van één van mijn medespelers, waarop zij het woord in het IJslands al schreeuwend vertaalde. Voor een fractie van een seconde viel er een stilte als een vreemde deken over de kamer. En toen Gejuich, geschreeuw en tranen van vreugde vulden de kamer. Ons team werd gek, de dame die ik het woord had doorgefluisterd werd bedolven onder een golf van knuffels en hand geschud. Ze kon nog net naar mij wijzen en daarmee bekent maken dat ik de vinder van het woord was. Dit was natuurlijk voor iedereen een verrassing en het gejuich dat inmiddels tot een verdraagbaar niveau was gezakt, steeg weer tot een onnoemlijk niveau. Ik was de held van de dag. Niet al te vaak in mijn mathematische geschiedenis ben ik zo blij geweest met een relatief simpel antwoord als dit. ALIAS het spel dat mij even onoverwinnelijk maakte, ik zal het nooit vergeten.

Op 2 Januari konden we de restjes bij Arnar gaan op eten en toen troffen we daar toch niet die vreemde familie tegen. Een nieuw spelletje ALIAS was dan ook niet veraf. Helaas had het deze keer geen echte spektakels voor mij in petto. Toch zat ik in het winnende team.

Arnar en zijn kroost keerde vandaag huiswaarts, maar met de open uitnodiging dat Burak en ik wel eens mochten afkomen om Reykjavík te zien. Helga (en Elli) is ook vertrokken en zo is alles weer bij het oude, op dat nieuwe jaar na dan.

Nogmaals Gelukkig Nieuwjaar voor iedereen die het horen wil.

Ik ben er mee weg…


Lennart

P.s: Ironisch genoeg heb ik zowat mijn hele leven gelachen met de namen Helga en Olga die voor mij alle lelijkheid van de wereld voorstelden. Ik moet hierbij mijn excuses dan ook aanbieden aan iedereen die deze naam draagt. Het nieuwe jaar brengt dus meteen al een waardevolle les: “Alle stereotypes moeten eraan geloven”.