vrijdag 26 maart 2010

Iceland: 7 Months In...

Vorige week was niet veel speciaals .Wat aan mijn filmpke gewerkt, wat rondgehangen… Niets speciaals. Op het filmpke moeten jullie nog even blijven wachten, dat is nog (lang) niet rond. Het enige wat misschien cool is om te vermelden is dat Friðrik en ik voor de tweede keer optraden op het vrijpodium in Edinborg, dat om de twee weken op een donderdag gehouden wordt. Deze keer waren we beter voorbereid en dus schitterden we met liedjes zoals ‘House of the Rising Sun’ door The Animals, Creep van Radiohead en ‘Hallelujah’ door Jeff Buckley. Het was echt een coole avond met veel amateurisme dat toch goed uitkwam, waardoor het spektakel een eerder heroïsch voorkomen kreeg. Ook meer mensen en kandidaten wat ten goede van de sfeer komt.

Het weekend bleek één uit de duizend te worden, vermits AFS een weekendje in Snæfellsnes had gepland. Dat is de naam van het grootste schiereiland in IJsland. Er is tevens een gletsjer te vinden. We (Burak en ik) vertrokken op vrijdagmorgen, wat dus ook een dag zonder school betekende. Ik stond niet echt te popelen om op dat vliegtuig te stappen vanwege mijn auto/zee/luchtziekte. De vlucht was ok en dus kwamen we aan in Reykjavík omtrent 10 uur. We werden naar het AFS-kantoor getoured en daarna kregen we vrijaf tot ongeveer 13:00h. Burak en ik besloten samen de niet zo toeristische plekjes van de stad te gaan bezichten. En die hebben we natuurlijk gevonden. Aan vreemde plekken bleek er een overschot te zijn en dus hebben we onze tijd meer dan nuttig gebruikt. Daarna werden op een bus geduwd en TADA weg waren we… We reden eerst naar Óli’s hut. Óli is de afkorting voor Ólafur Ragnar Grímsson, de president met andere woorden. We gingen dus de president van het machtige IJsland bezoeken. Zoals u al merkt was ik verre van onder de indruk… Ik heb een probleem met mensen waarvan iedereen denkt dat ze belangrijk zijn. Desondanks heb ik enkele foto’s van hem en zijn omgeving. De plek waar deze meneer verblijft word Bessastaðir genoemt.

De tour ging verder naar Lýsuhóll (daar verbleven we), maar niet zonder eerst een plaspauze in Borgarnesi te houden. Daar hadden we zo’n 20 minuten om onszelf te entertainen en dus heb ik wat rondgelopen in dat dorpke en enkel foto’s genomen. Ik vond het spijtig dat ik de enige was die niet rechtstreeks het cafetaria instormde om ijsjes en dergelijke te kopen. Toch bleek ik achteraf geen reden te hebben om de gedachtengang van mijn vrienden in twijfel te trekken. Ze verbaasden mij keer op keer met hun open-minded gedrag dat ik me al snel helemaal thuisvoelde. Lýsuhóll bleek een vrij verlaten plek te zijn, om niet te zeggen dat ons gebouw het enige in de omtrek was. Toch was ik blij dat ik van die bus was en hopla een cool weekend kon beginnen. In het begin had ik wat moeite om me aan te passen. Iedereen die in Reykjavík verbleef sprak over hun gezamelijke ervaringen en dus voelde ik niet meteen de aansluiting die ik verwacht had te vinden. Alsnog was ik enkele uren later weer de oude en brak ook meteen het feest los. Het was fijn dat de vrijwilligers ons de eerste avond lieten chillen, dat bracht ons allemaal dichterbij elkaar. Ik zocht mijn oude Amerikaanse kameraad Colin op en vond aan zijn zijde ook Sam de Canadees/Quebec. De Belgische vrouwen waren ook van de partij en zowel Melanie (Waals) als Lies (Vlaams) waren content mij te zien. Ook met hen heb ik duizend keren gelachen! En dus was vrijdag een dag van chillen en lachen.

Zaterdag gingen we rond de gletsjer touren en daar kregen we de coolste dingen te zien. De natuur was gigantisch schoon rondom de gletsjer desondanks frequent bezoek van toeristen. Ikzelf voel me niet zozeer een toerist. Ik voel me meer een deel van de omgeving. Tijdens de tour heb ik ook ongelooflijke gesprekken gevoerd met Sam. De inhoud van deze gesprekken wil en ga ik niet verspreiden via het medium internet… Ook Colin kwam ons vaak ondersteunen met zijn mening en de mening van mijn Amerikaanse broer is natuurlijk altijd welgekomen. Spijtig dat de tour zo strak op schema lag, want vaak kregen we maar 20 minuten om ons ding te doen… Tijd, ik hou er helemaal niet van.

Onze eerste stop was in Arnarstapi. Daar mochten we genieten van een ongelooflijk mooi uitzicht. Een uitzicht dat zeer goed bij de conversatie tussen Sam en mij paste. Ook was er een soort van monument dat een trol voorsteld. De zon scheen fel en dat bracht een lach op ieders gezicht. Djúpalónssandur was de volgende plek waar we onze tent opzetten (figuurlijk). Er was een prachtig zwart kiezelstrand met golven die onnoemelijk krachtig waren. Om die stelling te onderstrepen was een groot deel van het strand bezaait met onderdelen van een schip. Ook werd er vroeger bepaald wie welke job kreeg. De jobs werden uitgereikt met behulp van 4 stenen. Diegene die de zwaarste kon optillen kreeg de beste job en het meest betaald, al de rest moest het onderspit delven voor de rest van het jaar. Om even te bekomen werd er een shopping-stop ingelast om de bus van de nodige vloeistoffen te voorzien, maar ook om van enkele vloeistoffen af te geraken. Olafsvík noemde de plek en ook daar heb ik rondgelopen in plaats van te gaan shoppen. Deze keer werd ik ondersteund door Colin, Sam en Eirín. Eirín is een meisje uit Noorwegen en kon IJslands spreken toen we de 6de week van ons AFS-jaar ingingen. Zeer tof groepje waarmee ik dagen aan een stuk zou kunnen slijten. En toen kwamen we aan in Bjarnarhöfn. Dat is een plek waar maar één boerderij staat. Deze is gespecialiseerd in het bereiden van hákall/haai. Er was ook een klein museum in één van de gebouwen en dus hebben we daar wat rondgelopen en hebben we nog eens haai gegeten. En ik moet zeggen mijn eerste ervaring was bijzonder slecht. Het smaakte verschrikkelijk, maar hier in zo’n afgelegen boerderij mag het gezegd worden dat ik van die haai genoten heb. Het hangt dus gewoon af van de bereidingswijze… In Helgafell was het de gewoonte dat men die eenzame berg beklimt zonder een woord te zeggen. Zich dan omdraait en naar het Westen kijkt. 3 wensen maakt en afdaalt in gehele stilte. Ik dacht bij men eigen dat ik niet echt drie wensen nodig had en was dus ook één van de weinige die geluid maakte. In Ölkeld bezochten we nog een waterbron die mineraalwater opbracht. Grappig om te vermelden is dat we eerst aan de verkeerde bron zaten te lurken. Tot er een lokaal figuur kwam opdagen die verbaasd naar een andere bron wees. Hilarisch! Toch moet gezegd worden dat de eerste bron lekkerder was dan de werkelijke.

Na de tour om Snæfellsjökull eindigden we de dag met een Talentenshow. Iets waar maar weinige zin in hadden. Sam, Colin, Carlos en ik staken de koppen bijeen om iets degelijks naar voren te brengen, maar onze brainstormsessie evolueerde telkens naar een vreemd gesprek waarin alles mogelijk was. Colin stelde voor om onze brainstormsessie gewoon op het podium te houden en dus was er helemaal geen voorbereiding nodig. Wat er precies gebeurd als Carlos, Sam, Colin en ik bijeen komen is moeilijk uit te leggen. Buitenstaanders noemen ons wazig, vreemd, filosofisch, grappig… We kunnen gewoon onszelf zijn als we bij elkaar zijn. Zonder dat de groep ons op onze individuele vreemdheid wijst. En vaak is het voor ons duidelijk waar we over bezig zijn, maar denkt iemand anders dat we gewoon losse woorden tegen elkaar op aan’t gooien zijn. Carlos is trouwens van Spanje. Onze act bleek goed te werken. Nadat we een vulkaaneruptie hadden uitgebeeld (niet toevallig omdat we in die namiddag van de uitbarsting gehoord hadden), gaven we iedereen een papiertje waar ze een willekeurig woord op moesten schrijven. En met die woorden gingen we dan een conversatie voeren. Dat bleek pak lachen te zijn en om af te sluiten deden we nog een dierenorkest en TADA onze act was cool! (Een dierenorkest = een soort ritme creëren door het gebruik van dierengeluiden).

Zondag was eerder een opruimdag vermits we ergens op de middag terug vertrokken. Ik heb de keukenploeg een handje geholpen vermits die oudere dames de kracht van een man misten. Ze waren vol lof over mij en welja dat deed wel goed. Respect verdienen daar draait mijn leven zowat om. Op de terugtrip geraken Sam en ik weer aan de praat, helaas is Colin ver weg. Onderweg verlaten enkele leden van de groep de bus om op een andere te stappen. Melanie is één van hen. Die gekke Waalse denk ik nog. Ze stoot haar hoofd nog even tegen het dak van de auto en dat is ook het laatste wat we van haar gekke toeren te zien krijgen. We stoppen wederom (net zoals op de heen reis) in Borgarnesi en deze keer besluit ik de groep na te gaan en voet in het cafetaria te zetten. Ik koop wat om te drinken en enkel koekjes. Onze 20 minuten jagen ons na en ik besluit om mijn koekjes buiten in de wind op te eten. Ik zit daar enkele minuten en Colin en Carlos komen naar buiten. Ze vinden het zicht hilarisch en vragen mij waarom ik koekjes zit te eten in de wind en de kou. Ik kon daar niet echt antwoordt op geven en dus strompelen we naar de bus. We zijn één van de eerste en dus besluit ik om als enigste buiten te blijven. Vermits ik kou boven vervoersmiddelen verkies. Enkele ogenblikken later komt Sam me vergezellen, hij kwam uit het cafetaria. We waren de enige die genoten van de wind en het uitzicht. De rest van de groep vond het gewoonweg koud. Ik offer Sam een koekje en van weigeren was geen spraken. Op het moment dat hij begint te knagen aan het koekje hoor ik gejuich vanuit de bus. Ik kijk op en merk dat zowaar alle ogen op ons gericht zijn. Ik kom tot de conclusie dat het gebaar ‘delen’ bij vele iets ongewoons moet zijn. Sam trok er zich niets van aan of had het gejuich helemaal niet gehoord en ik vind het niet de moeite er achter te vragen. We kijken verder naar de oneindigheid van het landschap en wanneer we uiteindelijk toch op de bus stappen worden we nogmaals met gejuich onthaald. Zij vonden het ontroerend, wij bleven er onverschillig bij…

Tijdens die busrit kregen Burak en ik te horen dat onze vlucht voorlopig was uitgesteld en bij aankomst in Reykjavík kregen we de mededeling dat onze vlucht afgesteld was. We moesten dus overnachten in Reykjavík. En dat mochten we doen bij de gastouders van Amy Chow, een meisje van China. Wat kan ik over haar gastfamilie kwijt, wel ik denk dat het de meest open-minded familie is die ik hier in IJsland ben tegen gekomen. Misschien dat het feit dat ze niet echt van IJsland zijn de zaken iet of wat verandert. Allyson en Tumi dat zijn respectievelijk de moeder en vader. Allyson is een leerkracht van iets (ik weet niet precies: het heeft alleszins te maken met de zee) en is afkomstig van Zuid-Afrika. Tumi komt van Zweden en is groepsleider in een universiteit van de United Nations. Om een lang verhaal kort te houden: “Hij leert mensen vissen”. Weliswaar op industriële manier en dergelijke. Zij hebben elkaar leren kennen in New York tijdens een meeting en hebben ook een jaar samengewoond in New York. Daarna hebben ze vier jaar in Malawi gewoont, toen zijn ze nogmaals verhuist, deze keer naar Zuid-Afrika waar ze weer enkele jaren versleten hebben. Om dan uiteindelijk terecht te komen in Reykjavík/IJsland. Hun dochter en kleindochter woont momenteel in Amerika, maar hun zoon Daniel Tumison leeft in hun kelder en was een jaar of twee geleden ook een AFS’er. Hij bracht zijn tien maanden door in Peru of Argentinië(ik weet het niet heel zeker). Zoals u ziet hebben deze mensen al het één en ’t ander meegemaakt. Fijn om mee te maken dat ze die maandag dat we daar verbleven hun 32ste huwelijksjaar vierden. Bravo en Proficiat!

We mochten van hun elke avond uitgaan zonder echt een uur van terugkomst te vermelden. We besloten ons te gedragen en volgden de tijden van Amy om een beetje beleefd over te komen. We kregen Allyson’s gsm mee omdat de vlieghaven ons om de twee uur een bericht stuurde met informatie over wanneer onze vlucht nu was. De zondag vlogen ze niet vanwege de eruptie van de vulkaan en maandag en dinsdag vlogen ze niet door slecht weersomstandigheden in de Westfjörds. We konden dus twee dagen genieten van een ‘weekendje’ Reykjavík. Overdag bezochten we enkel musea en keken we wat rond in downtown Reykjavík. ’s Avonds nadat de school van de andere uitwisselingsstudenten gedaan was, hingen we rond in enkele cafés .Zoals Café Rót (u spreekt het uit zoals rood), dat was een gezellig vintage zaakje waar de sfeer er altijd in zat.

Zondag hadden we ook onze zevende maand in IJsland gevierd op het weekend en de uitwisselingsstudenten hadden op dinsdagavond gepland om chinees te gaan eten. Burak en ik waren van de partij en damn het was goed. Lachen was dat we in de namiddag van die dag Takehiro mijn Japanse vriend getrefd hadden midden op’t straat en hij vervoegde ons de rest van de dag. Cool om te zeggen dat Takehiro volledig aan het beeld van een stereotype japanner voldoet. En das zó cool! Normaal ben ik niet te vinden voor stereotypes, maar over Japan heb ik er toch één gemaakt vermits ze daar Samurai en dergelijke hebben. Helaas zette Takehiro me terug met beide voeten op de grond en vertelde hij me dat er geen enkele Samurai meer bestaat. Zijn volledige naam gaat als volgt: Takehiro Yamamoto. Dat op zich verdient respect, vooral als ge hem meermaals ziet voorover buigen om respect te betuigen. De macht der gewoonte, muhahaha!Ook Georgia kwam ons vergezellen, zei is van Italië en was toevallig aan het studeren in Café Rót. Vraag me niet wat studeren in een café inhoudt, ik vind het origineel en ga het daarbij laten.

Toen Daniel tijdens het maken van hotdogs enkele underground liedjes aan het luisteren was, vroeg ik hem of hij een instrument bespeelde en hij kwam met basgitaar op de proppen. Ik vroeg hem of ik wat mocht spelen vermits mijn vingers wat kriebbelde. Hij haalde een semi-akoestisch bass te voorschijn en damn die klonk fijn. Na een jamsessie op m’n eigen vroeg ik hem of hij die niet verkocht. Hij had zijn elektrische basgitaar al op ebay gezet, maar had er nog niet over nagedacht om de semi-akoestische te verkopen. Hij vroeg me of ik die echt wou kopen en ik zei dat vrij hard van de prijs af hing. Hij nam me mee naar zijn kelder en liet me alles zien wat hij bij die basgitaar deed. Een rugzak om de gitaar in te doen, een hardcase om hem in te doen. Een staander,zo’n speciaal lange versie, gemaakt voor een basgitaar. Een tuner, een strap en enkele plectrums. Zijn prijs was 20 000 kronur, dat komt overeen met zo’n 116 euro. Ik begon erover na te denken en vier uur later maakte ik de deal rond. Dus nu heb ik een semi-akoestische basgitaar met nog ne hoop spullement. Impulsieve koop? Ik denk het niet echt, al kan ik niet ontkennen dat de werkelijke daad van kopen snel ging. Ik hou van mijn bass en heb nu echt iets om naar uit te kijken aan het eind van de dag. En om eerlijk te zijn denk ik dat ik een vrij goede koop gedaan heb. Semi Akoestische Gitaar; Hardcase & Softcase; strap; tuner; plectrums. Voor zo’n 116 euro. Mijn duurste gitaar die ik heb was zo’n 110 euro en dat was enkel voor de gitaar, dus u rekent maar…

Op woensdagmorgen kwam ons avontuur tot een eind, met de eerste vlucht om 9:00h. Ohh...

We maakten van onze woensdag een slaapdag. Toch fijn om te vermelden dat toen ik uit de douche kwam één van de honden in mijn kamer gezeken en gescheten had. Ik bleef er verrassend kalm bij en moest continue aan een grap denken van een stand-up comedian die zichzelf Russel Peters noemt. Als u tijd heeft zou raad ik u aan om hem eens even te bezichtigen op youtube. Ik was gewoon blij dat de hond geen van mijn gitaren had aangeraakt.

Burak is de laatste tijd in een vrij slechte bui. En ik moet toegeven dat ik hem in zekere zin gelijk geef. Het contrast tussen de familie Allyson en Tumi en onze huidige familie is namelijk gigantisch groot. Te groot. Toen we terugkwamen leek het alsof onze familie er vrij idioot uitzag. Kleingeestig en koppig zijn woorden die in me opkomen. Toch doe ik men best om alles te relativeren, zo ver het mogelijk is. Onze familie heeft hun hele geschiedenis in Ísafjörður en Bolungarvík geschreven en is zeer conservatief. De kleingeestige mentaliteit is dus een begrijpelijk gevolg… Versta me niet verkeerd ik heb alle respect voor mijn huidige gastfamilie, maar wetend dat het anders kan (in een familie) is het moeilijk om onszelf terug aan te passen. Ik moet zeggen dat de algemene sfeer in Bolungarvík dezelfde trend volgt. Na zeven uur ’s avonds is er helemaal niets meer te doen en is er ook helemaal niemand meer te zien op straat. Ook is het koppig/lui gedrag bijvoorbeeld te zien in de omgang met de honden. Kobbi (de hond van Allyson en Tumi) wordt tot drie keer uitgelaten, terwijl Fluga en Táta vaak helemaal geen daglicht zien. Niet dat ik de grootste dierenvriend ben en al helemaal niet als het op huisdieren aankomt, maar ik vind dat als ne mens een dier in huis neemt dat hij daar dan ook nondedoeme zorg voor draagt. Het feit dat ze niet zien dat er iets scheelt in hun doen en het feit dat ze gewoon beginnen te schreeuwen op die honden illustreert het kleingeestig gedrag, meer dan genoeg volgens mij. Dat is waarschijnlijk ook de reden waarom Táta in mijn kamer haar behoefte gedaan heeft. Als het eruit moet, moet het eruit… Gelukkig zijn er plannen genoeg om het gedrag van onze familie te vergeten.

Ook heb ik nog een band ontdekt en dat tijdens één van de miljoenen keren dat ik me verplaatste. Stone Temple Pilots noemen ze en tot nu toe heb ik enkel ‘Creep’ gehoord. (neen geen cover van Radiohead). Zeker de moeite om achter deze band aan te gaan.

Dus dat was het ongelooflijk cool/hippe/gekke weekend waardoor mijn blogpost zo’n 5 dagen te laat op’t internet verscheen. Ik ben waarschijnlijk honderdduizend dingen vergeten, maar ik heb het meest epische meegedeeld. Foto's zullen volgen, ik ben een schoon selectie aan't maken van alle foto's die ik over het weekend vind en ik moet nog enkele foto's van mijn basgitaar maken. Ik zal proberen ze online te zetten tegen zondag. Zondag maak ik geen nieuwe blogpost, vermits die maar 3 dagen zou beslaan. Het is dus wachten tot volgende week zondag of maandag op meer nieuws van mij...


Lennart

3 opmerkingen:

  1. Ik heb ervan genoten, ondanks dat het redelijk lang was :)
    waarvoor dank..
    Het amusement nog daar hé man!

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Hææ :)
    Leuke blog: hoe langer hoe plezanter ;)
    Haha, Carlos es de Venezuela y no de Espana :D
    Allyson en Tumi: da zouden mijn gastouders in Reykjavik geweest zijn als ik naar daar had moeten verhuizen. Lijken er inderdaad nogal chille mensen te zijn :)
    Nog veel plezier!

    Bless, bless!

    BeantwoordenVerwijderen
  3. yo lennart,
    voor mij ist ook 'n spectaculaire week geweest en komt er weer een nieuwe... ik ben vorige nacht namelijk teruggekomen van 6 dagen Calella (spanje) met school en vertrek deze nacht naar Riga (Letland) met vrienden. Vele verhalen opgedaan, nachten niet geslapen... fantastisch gewoon.

    Greetz vanuit waar dan ook,
    David

    ps: takehiro Yamamoto is idd de meest stereotype naam die er bestaat:D
    en ik heb ook een paar filmaanbevelingen voor u.
    als ge die nog niet gezien hebt: "the last samurai" daarin word verteld waarom er nu geen samurai meer zijn. En "catch me if you can" over reizen zonder centen/fraude. Beide films zijn gebaseerd op waargebeurde verhalen.

    BeantwoordenVerwijderen