zondag 25 april 2010

Mijn Tijd, Wereldtijd.

De titel van deze blogpost zou de titel moeten zijn van een ode/lofzang over mijn gehele jaar. En hoewel ik enkele verzen af heb, ben ik er helemaal niet content van. Dus hierbij schrap ik het idee van een eeuwenlang gedicht en gebruik ik de titel als hoofdding voor mijn nieuwe blogpost. Ik vind het een bijzondere titel en het betekent waarschijnlijk iets meer voor mij dan voor jullie. Denk er eens over na.

Deze week was natuurlijk een gigantische mooie week. Misschien omdat het allemaal begon met mijn verjaardag. Toch was ook het weer van bijzondere kwaliteit. Helaas is het nog steeds koud. ’s Nacht vriest het en overdag raakt het vaak niet hoger dan 5°c. Desondanks doet het goed om de zon op het aangezicht te voelen en is er reden genoeg om vrolijk rond te huppelen. Maandag was ook de dag dat de verkiezingen waren. Verkiezingen in school als voorbereiding voor volgend jaar. Ik weet niet echt hoe ze afgelopen zijn, vermits ik er niet veel van verstond. Toch heb ik deelgenomen aan het democratisch gedeelte en heb mijn stem laten horen. (op een klein papierke weliswaar, maar toch).

Dinsdag had ik een vrije dag,want Sigga en haar kroost zat in Reykjavík voor een week. Ik mocht alsnog haar huis gebruiken en dus kon ik weer eens chillen. En laat ik u al meteen weten dat een vrije dag juist na uw verjaardag gigantische cool is! Mijn plan was om filmpkes te kijken. Zo heb ik onder andere genoten en gelachen met ‘Madagascar 2’. De eerste was goed, maar de tweede was misschien nog beter. Ook was ik verbaasd hoe goed de muziek in deze animatiefilm was. Gemaakt door niemand minder dan ‘Will.I.Am’ die zijn talent los heeft gelaten op ‘I like to move it’. (Aanschouw het hier) Iets bloediger dan weer was ‘Ninja Assassin’. De trailer is nog vrij mild vind ik en dus geschikt voor – wel niet alle, maar kom- leeftijdsgroepen. (klik hier)

De rest van de week geschiedde kalm en in vrede. Donderdag stonden we zoals elke dag klaar om 7:30h om de bus te nemen, alleen was er deze keer geen bus. Het bleek ne vrije dag te zijn, waar niemand iets van gezegd had zelfs niet onze gastouders. Die dag vrijaf was ingelast omdat het de eerste dag van de zomer was. IJslanders zijn zo een beetje de hedendaagse Maya’s. Maar het moet gezegd zijnde dat slapen moeilijker en moeilijker wordt. Rond elf uur begint het donker te worden en rond 5 uur in de morgen begint de zon alweer op te komen. Waar het in de winter moeilijk is om wakker te worden is het in de zomer moeilijk te pitten.

Vrijdagavond zijn we met de familie nog eens gaan troeven. En wat bleek dat ik mijn score met zo’n 11 punten verbeterd heb. Dat betekent dat ik 11 slagen meer heb gehaald dan de laatste keer. Yuuh! Helaas geen prijs deze keer.

Zaterdag was nog een typische luier dag. Waarin ik vooral ‘Ratchet and Clank 3: Up Your Arsenal’ gespeeld heb. Dat is een spelleke op de Playstation 2, dat Emil van iemand geleend heeft. Echt een cool! En niet zozeer gewelddadig. Hoewel het hele spel is gebaseerd op het verkrijgen en upgraden van wapens, veranderen uw vijanden gewoonweg in schroeven waarmee ge dan opnieuw wapens kunt kopen. Tof om te doen en zeker een tijdvuller die aandacht verdient.

Vandaag ben ik nog naar een basketbalwedstrijd van Emil gaan kijken. Het bleek dat de wedstrijd afgelast was en dus hebben we een wedstrijdje onder ons gespeeld. De ouders tegen de kids, waarbij ik gelukkig (desondanks mijn verjaardag) bij de kids mocht zijn. Het bleek te eindigen op een gelijkspel en dus was iedereen content.

De wafels zijn op, de speculoos is op. En dus is het enige wat me nog rest wachten op mijn verjaardagscadeau van thuis.

Met vriendelijke groeten


Lennart

maandag 19 april 2010

19 April 1991

Hiep hiep hoera!

Het is zover! Mijn 19de verjaardag!

Gans hip dat ik die kan vieren in IJsland. Daarmee wordt ik ook lid van een beperkt clubje in de familie, want buiten mij was ook Diane (toen ze mij kwam bezoeken) jarig in IJsland!


Vandaag is een stralende dag in IJsland, één van de betere tot nu toe en dat maakt dus de weg vrij om vanalles te doen.

Ook even opmerken dat ik 19 ben op de 19de van de 04de maand en geboren ben in 1991. U ziet dus 4 x 1 en 4 x 9 als dat geen mathematisch wonder is dan weet ik het ook niet meer!

Er is al voor mij gezongen vroeg op de morgen. Elín en Emil zorgden, desondanks de vermoeidheid dat het huis gevuld werd met het 'Happy-Birthday'-liedje weliswaar in het ijslands. Bedankt Elín en Emil.

Wat die vulkaan betreft blijf ook ik niet ongedeerd, want naar alle waarschijnlijkheid zit mam en pap's geschenk ergens vast. Al heb ik toch een papiertje ontvangen waarop staat dat er iets wacht op mij in het postkantoor, misschien is het dat, misschien is het iets anders... vanavond weet ik meer!

"Het pakje dat ik kreeg bevatte speculoos en een (gebroken) paasei. Dat kan maar van één plek komen en dat is van mam en pap. Heel erg bedankt!"

Deze middag ben ik een pizza gaan eten met Burak, deze avond hebben we ook nog eens pizza gegeten (zelfgemaakte deze keer) en just hebben we nog een filmpke gepakt. Tussendoor heb ik nog wat gechilled en wat basgitaar gespeeld. Mijn 19de verjaardag was hoe ik wou en dus kunnen we met een rustig hartje gaan slapen!

Bedankt iedereen die op facebook gereageerd heeft en bedankt vooral aan zij die mij een mailtje gestuurd hebben! Het was een echt mooie dag. Toch denk ik ook aan Opa op Zutendaal en Opa en Oma in Opgrimbie, vermits zij geen toegang tot het internet hebben. Doch ben ik er zeker van dat zij mij niet vergeten zijn en ik weet heel goed hoe graag ze me een hand hadden willen geven. Aan herinneringen heb ik geen tekort en dus kan ik me levendig voorstellen hoe zij mij ne gelukkige verjaardag zouden wensen.

En denk eraan:

Een ton dat zal'em geven, geven, geven
Een ton dat zal'em geven op naar het café!

zondag 18 april 2010

The Aftermath.

Ine, Leine en Diane hebben hun sporen na gelaten. In de dagen na hun vertrek heb ik vaak hun stemmen gehoord. Bijvoorbeeld toen ik in Hamraborg op het toilet zat, meende ik hen te horen in Hamraborg. Vreemd en zwaar. Vele malen heb ik opgekeken om te kijken of zij het waren. Om dan weer verward verder te gaan met de dingen die ik bezig was. Telkens tegen mezelf zeggend dat ze in Reykjavík zijn. Dat gevoel had ik ook in het begin van mijn avontuur. Verschillende keren dacht ik iemand van de familie of vrienden te herkennen. En das zo vreemd als ge dan tegen uw eigen zegt van: “Allez wat doet die nu hier?”. Maar goed de stemmen zijn weg, ik ben er overheen en heb in de gaten dat Ine, Leine en Diane een zeer goede tijd in IJsland hebben gehad. Gelukkig ook voor hen zaten zij op het laatste vliegtuig richting Europa. Leve de Vulkaan!

Nog efkes over die vulkaan. Hier vinden de mensen het gans lachen dat de luchthavens in Europa dicht zijn door hun vulkaan. Maar telkens als ik hen vraag naar de importproducten sterft het gelach weg en zou ik nog wel eens gelijk kunnen hebben. Te weten dat IJsland voor 90% uit visindustrie staat, moet natuurlijk zo goed als alles ingevoerd worden.

En dan kan ik verder gaan over die vis. Ik heb weer wat vuils mogen eten. Ine, Leine en Diane waren nog aan’t lachen met mij dat het eten toch zo goed was en wat ben ik toch ne klager. Maar geen 2 dagen later was het weer zover. De naam weet ik niet, maar het was weer ‘traditioneel’. En hier is ne goeie raad als ge ooit dat woord in associatie met eten hoort in IJsland dan begin maar te lopen. Deze keer was het een soort vis die geen botten had, maar zo’n speciaal skelet gelijk vliegen. Klinkt heerlijk niet? Maar wacht! Er is meer. Dus we zitten daar die vette vis op te eten en gelukkig moest ik deze keer niet kokhalzen. Tot Emil ons vol trots een worm liet zien. What?!! Jazeker daar kwam gewoon een ringworm uit die vis. Lekker op de boterham. Daar moest ik toch efkes slikken, man. Emil vraagt nog of hij die mag opeten en Elín zegt met wat twijfel: “neeee, dat zou ik toch niet doen”.Gelukkig kon ik wat troost zoeken in de snoepen en wafels van de familie thuis, wat had ik gedaan zonder?

Leine en Diane hadden me nog wat centjes cadeau gedaan en hoewel ik daar een boek mee ging kopen, heb ik het plan verandert en heb ik twee CD’s gekocht van twee band die ik op Aldrei fór ég Suður gezien heb. Eén reggea band en één pop band waarvan ik de leadsinger lang geleden ontmoet heb.

Woensdag avond was het nog eens tijd voor een filmpje. Een documentaire op precies te zijn. De titel luidde ‘Garbage Warrior’ en mijn naam zou niet Lennart Opsteyn zijn moest ik aan zoiets voorbij gaan. En misschien dat jullie al aan het afhaken zijn omdat het weer zo’n cliché ‘reduceer de afvalberg’ verhaal gaat zijn. Maar indien u dit denkt, dan zit u een beetje verkeerd. Michael Reynolds, een architect laat zien wat hij kan. Hij maakt dus huizen met afval en bereikt daar grootse dingen mee. De huizen die hij bouwt kunnen volledig op zichzelf bestaan en hebben nood aan nutsvoorzieningen, ze maken alles zelf. Het feit dat die huizen in de woestijn staan en ook daar kunnen overleven zegt naar mijn mening al heel veel! Om geen verkeerd beeld te creëren van de man en zijn ideeën ga ik hier gewoon de vertaling geven van de beschrijving die op de officiële site staat. Ik zeg het u, dit is echt een must-see! Het verhaal is echt cool en moest ik ooit voor een huis gaan dan zou ik graag voor deze mogelijkheid opteren. Michael Reynolds verdient voor zijn werk een plek naast Christopher Johnson (Chris) McCandless en Ishi (zie Waar Naartoe?). Michael doet me trouwens een beetje aan Nonke Danny denken en dat is cool!
----------------------------------------------------------------------------------
Eerst wat woorden die u zeker in acht moet nemen:
*Earthship(zie foto): Passief zonnehuis- gemaakt van natuurlijke en gerecyclede materialen.
*off-the-grid: Huis met weinig tot geen rekeningen van nutsbedrijven.
*Biotecture: Het beroep van het ontwerpen van gebouwen en omgevingen met aandacht voor de duurzaamheid ervan./ Een combinatie van biologie en architectuur.

Wat hebben bierblikjes, autobanden en flessen water hebben met elkaar gemeen? Niet veel, tenzij je architect Michael Reynolds bent,in welk geval zij de keuze zijn voor de productie van thermische massa en energie-zelfstandige huisvesting. Al 30 jaar, in New Mexico hebben Reynolds en zijn groene discipelen hun tijd besteed aan de voortgang van de kunst van het "Earthship Biotecture*' door het bouwen van zelfvoorzienend, off-the-grid* gemeenschappen waar design en functionaliteit samengaan. Deze experimentele structuren creëren een conflict tussen Reynolds en de autoriteiten, die worden ondersteund door de grote bedrijven. Gefrustreerd door de verouderde wetgeving wil Reynolds pleiten om een testgebied te creëren. Terwijl politici moeilijk doen, laat Moeder Natuur elders haar kracht zien waardoor gemeenschappen verwoest worden door tsunami's en orkanen. Reynolds en zijn bemanning grijpen de gelegenheid om hun baanbrekende vaardigheden te verlenen aan diegenen die het meest nodig hebben. Garbage Warrior is een actueel portret van een bepaald visionair, een held van de 21ste eeuw.

Bezoek zeker de site! (klik hier)
----------------------------------------------------------------------------------


Lennart / die morgen jarig is

p.s: Ik ben nog eens naar het zwembad geweest en ge kunt daar zo op een weegschaal gaan staan en wat blijkt? Ik ben 3 kilo kwijt sinds de laatste keer dat ik erop stond. Het is nu niet dat ik op mijn gewicht let of bepaalde dingen niet eet, neen gewoon ik voel me goed.
+ Der is ook een nieuw serie foto’s online, voor zij die tijd hebben: Album Zonder Titel

vrijdag 16 april 2010

Album Zonder Titel

http://picasaweb.google.be/Dhyhakhan/AlbumZonderTitel#

TADA! Enkele foto's die nog op mijn camera aan het rommelen waren. Niet veel spectaculairs, gewoon om wat kracht bij te zetten aan mijn verhalen.

Van de laatste twee maanden ga ik minder en minder foto's maken, vermits ik gewoon ga genieten van de tijd die me hier rest. Moest er echt nog iets wilds op de proppen komen, gelijk vulkanen die het luchtverkeer stil leggen dan zal ik mijn toestelleke nog wel eens uithalen. Maar we weten allemaal dat de kans dat zich dat voordoet onbestaande is...

From Iceland with love...

maandag 12 april 2010

IJslandvaarders

De week was er weer één uit de trage categorie. Dat betekent dat ikzelf het begin vergeten ben en dat het weekend heel goed was doch te snel ging. Mijn geheugen komt zowat terug op donderdag waar ik nog een ontroerend moment met Sígurjón. Het gebeurde juist na het zwemgebeuren toen Sigga al gearriveerd was om ons op te pikken. Ik zei tegen Sigga dat ik deze keer niet meeging omdat ik mijn kamer nog moest opruimen voor het bezoek dat vrijdag kwam. Sígurjón die al genesteld in de auto zat begreep dat ik geen gebaar maakte om in te stappen en maakte tijdens mijn gesprek met Sigga zijn riem los om mij te volgen. Sigga probeerde hem nog uit te leggen dat ik er deze avond niet ging zijn, maar het was al te laat. Terwijl ik het manneke zijne riem voor de tweede keer vastklikte begon die toch niet te schreien. Huilen zo hard dat ik er schrik van kreeg. Sigga legde mij dan weer uit dat hij in het begin niet zo fan van mij was, maar nu keek hij echt uit naar de dagen die ik met hem doorbracht. Al die traantjes gingen dus over mij en dat was een zeer ontroerend zicht. Ik voelde me nietig. Want een kleine van 5 jaar die dezelfde hoogte als mijn knie heeft en me recht in het hart raakt was het laatste wat ik verwachtte. Ik probeerde hem te kalmeren met enkele rustige woordjes in het IJslands en dat bleek nog te werken ook. Het ergste van de huilbui was over en dus nam ik afscheid van hun en duwde ik het portier van de auto dicht. Sígurjón was niet meer te zien vermits hij te klein is om door het raam te kijken. Het vaag snikken van hem gaat thans door merg en been en dat was dan ook het laatste wat ik van hem hoorde.

Maar over dat bezoek moet ik misschien toch nog wat uitleg kwijt.
Ik had op voorhand al wat mails moeten sturen en de weg moeten uit leggen, maar bleek in beide opdrachten gene sterke te zijn. Vele van hun vragen zijn nooit beantwoordt omdat ik hun mails vergeet en in de wegbeschrijving zat een grote fout, nogmaals mijn excuses daarvoor. Toch hebben ze het gehaald en was ik verheugt te horen dat ze de afstand veilig hadden afgelegd. Ik ben hier natuurlijk over niemand minder dan Leine, Diane en Ine aan het praten. Het select groepje noemt zichzelf de IJslandvaarders dat verklaart dus de titel. De familie (of althans enkele vertegenwoordigers daarvan) kwam mij gewoon opzoeken. Zij bereikten mijn stulpje in Bolungarvík op vrijdag in de late namiddag. Vreemden dat waren het. Hoewel ik ze mijn nog levendig kon voorstellen, is het ontmoeten van familie na een periode van zeven en een halve maand toch vreemd. Die vrijdagavond hebben we bijgepraat, want het doet deugt om de details van het reilen en zeilen van het thuisfront te horen. Vreemd om nog eens fatsoenlijk Vlaams te horen.

Ook kwamen zij met geschenken vanuit het oosten, men zou kunnen zeggen dat de drie koningen wat later waren deze keer. Snoepjes – zonder toevoeging van vis voor de verandering - vanuit Opgrimbie met dank aan Tanteke, Nonke Guido, Kirsten, Karen en Tom. Het belang van kaartjes is ook hier weer gebleken, want hoewel ik heel blij ben met de snoepjes doet zo’n kaartje toch iets heel anders. Werkelijk volgeschreven kaartjes maakten dat ik me weer even thuisvoelde. Kaartjes zeg ik, want Oma had er ook één bij haar 7 kilo wafels gestopt. En ik mag met trots zeggen dat ik er nog geen heb aangeraakt! De vorige keer dat ik wafels kreeg waren ze zo snel op dat ik er niet echt van genieten kon. Ik denk dat mijn wafelmeter die in mijn lichaam zit al die tijd op ene keer wil inhalen en dat resulteert natuurlijk in het panisch verorberen van deze lekkernijen. Maar ik leer van mijn fouten en ik bewaar deze lading voor special momenten (tenzij ze droger beginnen te worden, dan ga ik me weer overgeven aan die impulsieve drang om wafels te eten). Ook werd ik met een lading kledingstukken overladen want mam en pap thuis hebben zich er eens aangezet en dat kan alleen maar goede dingen tot gevolgen hebben. Zij kwamen op het idee om 2 dezelfde sweaters te maken, één voor Burak en ééntje voor mij. Onze broederschap is dus nog maar eens gegroeid en Burak kon het op eerste zicht niet geloven dat hij een pull cadeau kreeg. Ook heb ik twee T-shirts gekregen met het South-Park manneke erop! Zó cool!! Foto's daar is het nog op wachten. Ik deze week nog wat foto's maken. Ik heb geen foto's van toen de familie hier was omdat ik daar helemaal van wou genieten. Zij hebben echter wel honderden foto's en dus kunnen zij mij die misschien wel bezorgen.

Zaterdag ochtend begon de dag rond elf uur met brunch. Snel gevolgd door een bezoek aan Ísafjörður. Ik kreeg de eer om daar de uitleg wat te doen en was zelf verbaast van hoeveel ik eigenlijk over dat dorpke wist. Die namiddag deed me wel goed, gewoon even tijd alleen met de familie. Natuurlijk is een gids altijd beter als hij wordt ondersteunt door toeristen die interesse in alles tonen. Grappig om te zien dat echt alles tot de verbeelding aansprak en daar moest ik dan weer uit concluderen dat ik zowat deel van het decor was geworden. Niet dat dat slecht is, dat is juist de bedoeling als ge ergens gaat leven voor 10 maanden. Die avond aten we een lammeke en daar waren de nieuwkomers dol op. Ze konden niet begrijpen dat ik het eten slecht vond! En om mijn eigen huid te redden ga ik hier wel vermelden dat ze het allerbeste van de IJslandse keuken geproefd hebben. Na het eten bleven we gezellig aan tafel zitten en spraken we weer om mij wat bij te brengen. Zaterdag heb ik ook besloten dat het beter was dat zij vertrokken op maandag of dinsdag. Omdat ik merkte dat ik opeens heel dicht bij het thuisfront. Zo was ik op ne keer aan’t denken: “Ah doeme, ik zou nog een met Mattias en Vanloffelt. Niet dat die twee kerels van de KSA mijn beste vrienden zijn of zo, maar gewoon ik had die nog eens graag gekke toeren zien uithalen op de KSA. En het voelt niet goed te weten dat ik hier nog twee maanden moet rondlopen en ik al aan het denken ben aan minder belangrijke figuren in mijn leven.

Zondag namen we deel aan een rondleiding in Bolungarvík zelf met Elín als onze gids. En ik ga eerlijk toegeven dat ik het spijtig vond dat geen tweede namiddag alleen met mijn familie kreeg. Hoe dan ook voor Burak en ik was de wandeling niets ongewoons, maar ik ben blij dat de gasten er van genoten hebben. Zij gingen daarna nog naar een boerderij, maar daar heb ik voor gepast. Ik was moe en heb wat TV gekeken. Die avond was dus onze laatste. Ik heb wat spullen aan hun meegegeven waaronder mijn gewonnen gitaar.

Maandagochtend reden zij ons (Burak was er ook bij) naar het school en daarmee was het avontuur op zijn einde aan het komen. Ik wens hen nog veel plezier in Reykjavík en hoop dat ze veilig thuis geraken. De beschrijving van hun bezoek heb ik kort gehouden omdat ik het nu efkes zwaar heb. En het wordt er natuurlijk niet gemakkelijker op als ik eraan blijf denken.

Bedankt aan iedereen die me nog steeds volgt en af en toe eens aan me denkt.
En vergeet niet dat de 19de april mijn verjaardag is!!


Lennart

p.s: Ik ben me ervan bewust dat mijn blogposts niet meer zo heroïsch zijn als enkele voorgaande, maar de laatste tijd schrijf ik meestal als ik moe ben en dan is het iets moeilijker te concentreren. Hopelijk vind ik snel de spirit terug om voluit te gaan in het schrijven.

dinsdag 6 april 2010

Aldrei Fór Ég Suður!

De voorbije week was het hier paasvakantie en die loopt nog tot morgen (woensdag). Een week van chillen (damn dat woord heb ik al vaak gebruikt op deze blog) stond dus in het vooruitzicht. En dat is precies wat ik Burak en ik hebben gedaan. Van het leven genoten op een eerder luie, maar toch filosofische manier. Om eens wat afwisseling te hebben heb ik ook nog een puzzel boven gehaald. Eéntje van zo’n duizend stuks. En die werkten Elín en ik af op maandag (gisteren als ik me niet vergis). Ik heb er een foto van gemaakt, maar op nieuwe foto’s moeten jullie nog even wachten vermits mijn camera niet meer werkt op mijn laptop en dus moet ik telkens naar andere hun computer vragen. Maar wees niet getreurd want wiet weet heeft u de vorige reeks gemist en dus zijn er meer dan foto’s genoeg om onder de loep te nemen. Zie Visualisatie.

Op woensdag kwam Jack uit Hongkong ons opzoeken in ons eigenste Bolungarvík. Jack’s echte naam is Ho Man Lau, dit vermeldt ik om het imperialisme van de Engelse taal tegen te gaan. Al mag ik daar niet echt van over spreken vermits ik duizend en één woorden in’t engels heb staan op mijn blog.Jack was welgekomen en met hem zijn we naar Ísafjörður gegaan om wat rond te kijken. Dat was tof tot op een bepaald moment dat de verveling insloeg. Dat is niet ongewoon in de Westfjörds die doodse momenten. Toch kunnen Burak en ik ons vrij goed aanpassen en vooral omdat we op dezelfde lijn zitten wat betreft – u kan het al raden – chillen. Jack is die doodse momenten echter niet gewoon en begon naar onze mening vrij ambetant te wezen. Vreemde grappen, bizarre geluiden en een impulsieve drang om te eten waren het gevolg van de verveling voor onze vriend Ho Man Lau.

Gelukkig was er Aldrei fór ég suður!
Een muziekfestival waar nondoeme goei bandjes hun ding kwamen doen. Het was een tweedaags festival met namen zoals Dikta (een band ik eerder heb gepromoot in één van mijn blogpost); Mugison (onze held/ik heb een cd van hem); Biggibix (pop) en Skúli (reggea). Zeer goed echt waar!Mensen van heinde en ver zakten of liever stegen af naar de Westfjörds om het evenement mee te maken. De bevolking van ísafjörður verdubbelde zowat van zo’n 3000 naar zo’n 5500 tot 6000 mensen. En het was dus een gigantisch succes met andere woorden. Antonia (Duitsland), Sarah Louise (Amerika) en Giorgia (Italië) zakten evenals Jack af naar Ísafjörður om het allemaal met eigen ogen te zien en grappig om te zien hadden ook zijn een beetje dezelfde aanpassingsmoeilijkheden als Ho Man Lau. Ik heb nog een T-shirt gekocht om helemaal in de stemming te komen met het logo en alles derop en deraan. ‘Aldrei Fór Ég Suður’ betekent ‘Ik ging nooit naar het Zuiden’ of in het engels ‘I never went south’. En dat is eigenlijk een gigantisch hippe naam voor een festival. Vermits heel IJsland is gebaseerd op Reykjavík. Ik vermoed dat de naam bijdraagt tot de epische sfeer omtrent het festival.

Ik heb ook weer wat volk leren kennen waaronder een kerel uit Zweden die in IJsland het merendeel van zijn jeugd doorbracht, maar dan toch naar Amerika verhuisde als ik me niet vergis en zo’n 3 jaar geleden terug kwam naar IJsland. Ook een kerel die rondliep met de naam Gunnar, maar die er bijzonder Indonesisch uitzag. Ik vroeg de man naar zijn roots en vertelde me dat hij was geadopteerd uit Sri Lanka toen hij amper een maand oud was. Wellicht om het onderwerp af te sluiten voegde hij er nog snel aan toe: ‘Dus ik heb IJslandse ouders’. Wie ben ik om na zo’n statement de ambetante uit hangen en dus veranderde we van onderwerp. Hij gaf me het compliment dat hij eerst dacht dat ik van Londen of zo kwam vermits mijn Engels zo goed was. En zo was mijn dag ook weer goed. Om even op te scheppen ga ik zonder te overdrijven vermelden dat deze meneer niet de eerste is die mij complimenteert met mijn Engels. Colin (mijn Amerikaanse Broeder) is hem bijvoorbeeld voor gegaan, Colin zei zelfs dat ik dicht in de beurt zoniet beter als Sarah Louise ben. Ter verduidelijking Sarah Louise is amerikaans. Yuuuh!! Ik voel me zo goed!!

Van vrijdag tot maandag mocht ik bij Sigga verblijven vanwege het festival. Bij deze nogmaals bedankt daarvoor, Sigga! (niet dat ze deze blog leest laat staan kan lezen, maar toch) En dus heb ik mijn paasviering uitgesteld tot maandagnamiddag. Zo veel maakt dat niet uit vermits men hier niet echt een grote fan van Pasen is. Van de goede week waarop Pasen is gebaseerd heeft men hier geen besef. Men noemt de week rond Pasen eerder ski-week vermits dat vanouds de gewoonte was om naar de Westfjörds te trekken om van een ski-vakantie te genieten. Toch ben ik blije eigenaar van een chocolade paasei. Of liever was ik eigenaar, want tot mijn eigen verrassing heb ik dat al verorbert. Normaal ben ik niet zo’n fan van chocolade, maar honger maakt rauwe bonen zoet nietwaar?

Dat is het zowat, ik geef jullie een beetje rust na de gigantisch lange post van vorige keer.
Voorlopig is het wachten op een nieuwe reeks foto’s.

Lennart