maandag 31 mei 2010

Aðalvík - Hesteyri

Niet lang nadat ik mijn vorig bericht afgewerkt had, kreeg ik een telefoontje van Linda om samen iets te doen. Linda Björk is half IJslandse half Filippijnse en woont in Flateyri. Vaag haalde ze aan om te gaan kamperen en dus verwachtte ik niet dat dat door ging gaan. De volgende dag (maandag)belde ze me opnieuw en vroeg ze of ik geen zin had om te gaan kamperen met Hrefna, Geiri en zijzelf. Lang moest ik daar niet over nadenken mede doordat zij al op hun weg waren om mij te komen ophalen. Nog rap ergens een slaapzak opgevorderd en weg was ik. Toevallig was er bij Linda thuis een familiefeest aan de gang, ze zagen me alsnog graag komen en ’t is altijd cool als de mensen ook nog geïnteresseerd zijn in waar ge vandaan komt. En dus heb ik verschillende keren mijn verhaal mogen doen en dat deed wel deugt. Ook kreeg ik een vreemd gevoel bij het zien van zo’n hechte familie. Ik moest concluderen dat het lang geleden was dat ik nog een echt familie gezien had. Mijn gastfamilie heeft weinig tot geen familie in de omtrek en dus heb ik die band moeten missen. Ik prees mezelf gelukkig dat ik deel uitmaak van een hechte familie en ik voelde me zelfs thuis in de omgeving van Linda’s familie. Alsof dat nog niet genoeg was hielden ze ook nog eens een barbecue der bovenop. Ik denk dat ik de eerste avond ongeveer een kilo vlees heb opgegeten zonder overdrijven. Varkensvlees, kip en gemarineerd lamsvlees. Man man man toch! Echt goed, zeker omdat het meer dan 9 maanden geleden was dat ik nog eens kip gegeten heb. Het deed goed! Hoe het kamperen eigenlijk ging, wel… De meisjes vonden het te koud en dus sliepen we op de matrassen in de living. Smárri en Telma kwamen rond middernacht ook nog binnengestrompeld en dus was er meer dan genoeg leven in de brouwerij. De volgende dag aten we ook nog eens echte pannenkoeken (wat ook al meer dan lang genoeg geleden was). In de namiddag zijn we ook gaan kijken naar enkele modelscheepjes die ronddreven op een geïsoleerd stuk zee. De scheepjes zijn gemaakt door een vader en een zoon. Spijtig was wel dat de Bismarck en de Titanic nog in aanmaak waren. Die had ik graag zien ronddrijven. Daarna zijn we nog gaan vissen. ’t Was mijn tweede keer dat ik dat deed en nondepie vond ik dat cool. Niet zozeer het werkelijk binnenhalen van de vis en vervolgens de haak verwijderen, maar eerder al het geen dat daaraan vooraf gaat. Dat aas op dat haakje slaan en na wat wachten, raakt ge in zo’n soort dans met de vis die daaronder aan uw aas aan’t trekken is. Het klinkt misschien allemaal wat poëtisch, maar ’t is echt wel cool. Helaas kwam er aan het avontuur een abrupt einde toen Hrefna en Geiri een meningsverschil kregen. Wel het kan natuurlijk gebeuren, maar toch spijtig. Linda vertelde me dat het koppel wel vaker door dit soort situaties ging. Na het incident besloot ik dat ik beter uit de weg kon gaan en vroeg of niemand zin had om mij naar huis te brengen. Een spijtig einde voor een fantastische 2-daagse. Zo heb ik ook Flateyri weer eens gezien.

Door de week zijn Burak en ik een ritme gevallen. We zijn lui door de dag en rond middernacht gaan we uit om wat te basketballen. Er is hier zoveel licht tijdens de nacht dat we zelfs niet echt meer lichten nodig hebben. Toch is het cool zo basketballen door de nacht.

Op vrijdag gingen Burak en ik naar Ísafjörður omdat Burak zijn bankkaart niet meer werkte aan de enigste ATM in Bolungarvík. Het probleem was snel opgelost toen Burak een ander ATM gebruikte in Ísafjörður. Burak besloot om direct naar huis te gaan. Maar ik, ik ging nog wat in Ísafjörður rondhangen ervan overtuigd dat er toch wel ergens iets te doen was. Ik besloot om naar de toeristische dienst te trekken. Daar ging ik me bevragen of er wat tours zijn naar Hornstrandir. Ik had in gedachte om volgende week ergens zo’n tour te nemen, er zat voor mij helemaal geen druk op. Toevallig was er die morgen iemand van New York langs geweest die ook zo’n tour wou en dus waren ze zo vriendelijk om er ééntje in te lassen. Dat was de volgende morgen al. Rond half tien ’s morgens zou er een boot klaar liggen in de haven van Bolungarvík om ons naar Aðalvík te transporteren. De tour ging een trektocht zijn van Aðalvík (láttrar) naar Hesteyri. Op de kaart kan u dus zien dat ik van 2 (meeste linkse rode cirkel) naar 5 (helemaal links zijn er twee 5'en in het blauw) getransporteerd werd met de boot. Ik werd naar de hoogste vijf gebracht wat me tevens over 66° noorderbreedte bracht en dus zat ik voor enige tijd in de noorpoolcirkel. En wat ook gigantisch hip was, was dat Aðalvík geen haven had. We werden dus vanuit de boot met een zodiac (kleiner bootje) naar wal gebracht. Echt goed voor de avonturiersgeest! En dus zaten Jón Smárri (mijn gids) en Rafat Ali (uit New York) daar in de middle of nowhere terwijl onze boot vertrok. Allez ‘t was niet echt de middle of nowhere, want er waren enkel zomerhuisjes in de omtrek, maar die waren op het moment niet bewoont. Het ding is met een groepje van drie is dat het direct veel persoonlijker is dan een groep van twintig of zo. We waren nog niet tegoei weg of we moesten al een rivier oversteken. Schoenen uit en met opgetrokken broek moesten we door het water waden. Koud, wreed koud. Na zo‘n drie seconden in het water begint de kramp in te zetten en voelt het echt alsof ge uw voeten gaat verliezen. Niet lang nadat we de overkant bereikt hadden, zagen we een ‘Artic Fox‘ ik weet niet goed wat de naam in‘t vlaams is. De vos liep op zo‘n 30 meter van ons en voelde zich helemaal niet op zijn ongemak. Tijdens de tocht was het weer schitterend en dat maakt de dag allemaal maar beter. Rafat Ali (36) is een indiër die 11 jaar van zijn jeugd in Delhi heeft doorgebracht, daarna is hij naar LA in de states getrokken om de American Dream te leven. De laatste maanden heeft hij in New York gewoond en tussendoor heeft hij ook nog eens in Londen gewoont. 5 Jaar heeft hij aan een bedrijf gewerkt dat hijzelf heeft gesticht en enkele maanden geleden heeft hij dat bedrijf verkocht. Hij is getrouwd en gescheiden en heeft enkele kinderen uit dat huwelijk. Ook heeft hij een obsessie voor technologie waardoor het onnodig wordt te vermelden dat hij de IPad als één van de eerste had. Jón Smárri (28) is opgegroeid in Ísafjörður, maar woont nu in Reykjavík en is van plan één of ander milieu-studie af te ronden. Hij doet deze tours parttime om wat geld te maken. De tocht betrof een afstand van zo‘n twaalf en een halve kilometer. Een degelijke tocht over vaak onbegaanbaar gebied. Veel pad was er niet meer, vermits de mensen die er leefden lang geleden weggetrokken zijn. In Hesteyri zijn we nog naar een oud walvisstation gaan kijken. Gemaakt en gebruikt door Noren die de Ijslandse zee leegvisten. Moest het gebouw geen schoorsteen hebben (en zonder gids), zouden we nooit geweten hebben dat daar een walvisstation was. Echt wel hip om zulke ruïnes te zien. Daar eindigde onze trip en rond een uur of zes kwam de boot ons weer oppikken. Echt een mooie trip, ik ben blij dat ik er deel van uitmaakte.

Ik vergeet wellicht duizend en één dingen, maar jullie hebben alvast de hoogtepunten te pakken.


Lennart

P.s: Rafat liet me ook kennismaken met een vrucht dat in't vlaams 'Dadel' noemt. Nooit van gehoord, maar wel gans goed. (Laat u verrijken!) En om even op Rafat terug te komen, ik weet niet goed met wie ik daar te maken heb gehad. Typ zijn naam (Rafat Ali) eens in op google en wees verbaasd van hetgeen u allemaal vind. De afbeeldingen zijn inderdaad van Rafat en van niemand anders.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten