Door de week zijn Burak en ik een ritme gevallen. We zijn lui door de dag en rond middernacht gaan we uit om wat te basketballen. Er is hier zoveel licht tijdens de nacht dat we zelfs niet echt meer lichten nodig hebben. Toch is het cool zo basketballen door de nacht.
Op vrijdag gingen Burak en ik naar Ísafjörður omdat Burak zijn bankkaart niet meer werkte aan de enigste ATM in Bolungarvík. Het probleem was snel opgelost toen Burak een ander ATM gebruikte in Ísafjörður. Burak besloot om direct naar huis te gaan. Maar ik, ik ging nog wat in Ísafjörður rondhangen ervan overtuigd dat er toch wel ergens iets te doen was. Ik besloot om naar de toeristische dienst te trekken. Daar ging ik me bevragen of er wat tours zijn naar Hornstrandir. Ik had in gedachte om volgende week ergens zo’n tour te nemen, er zat voor mij helemaal geen druk op. Toevallig was er die morgen iemand van New York langs geweest die ook zo’n tour wou en dus waren ze zo vriendelijk om er ééntje in te lassen. Dat was de volgende morgen al. Rond half tien ’s morgens zou er een boot klaar liggen in de haven van Bolungarvík om ons naar Aðalvík te transporteren. De tour ging een trektocht zijn van Aðalvík (láttrar) naar Hesteyri. Op de kaart kan u dus zien dat ik van 2 (meeste linkse rode cirkel) naar 5 (helemaal links zijn er twee 5'en in het blauw) getransporteerd
werd met de boot. Ik werd naar de hoogste vijf gebracht wat me tevens over 66° noorderbreedte bracht en dus zat ik voor enige tijd in de noorpoolcirkel. En wat ook gigantisch hip was, was dat Aðalvík geen haven had. We werden dus vanuit de boot met een zodiac (kleiner bootje) naar wal gebracht. Echt goed voor de avonturiersgeest! En dus zaten Jón Smárri (mijn gids) en Rafat Ali (uit New York) daar in de middle of nowhere terwijl onze boot vertrok. Allez ‘t was niet echt de middle of nowhere, want er waren enkel zomerhuisjes in de omtrek, maar die waren op het moment niet bewoont. Het ding is met een groepje van drie is dat het direct veel persoonlijker is dan een groep van twintig of zo. We waren nog niet tegoei weg of we moesten al een rivier oversteken. Schoenen uit en met opgetrokken broek moesten we door het water waden. Koud, wreed koud. Na zo‘n drie seconden in het water begint de kramp in te zetten en voelt het echt alsof ge uw voeten gaat verliezen. Niet lang nadat we de overkant bereikt hadden, zagen we een ‘Artic Fox‘ ik weet niet goed wat de naam in‘t vlaams is. De vos liep op zo‘n 30 meter van ons en voelde zich helemaal niet op zijn ongemak. Tijdens de tocht was het weer schitterend en dat maakt de dag allemaal maar beter. Rafat Ali (36) is een indiër die 11 jaar van zijn jeugd in Delhi heeft doorgebracht, daarna is hij naar LA in de states getrokken om de American Dream te leven. De laatste maanden heeft hij in New York gewoond en tussendoor heeft hij ook nog eens in Londen gewoont. 5 Jaar heeft hij aan een bedrijf gewerkt dat hijzelf heeft gesticht en enkele maanden geleden heeft hij dat bedrijf verkocht. Hij is getrouwd en gescheiden en heeft enkele kinderen uit dat huwelijk. Ook heeft hij een obsessie voor technologie waardoor het onnodig wordt te vermelden dat hij de IPad als één van de eerste had. Jón Smárri (28) is opgegroeid in Ísafjörður, maar woont nu in Reykjavík en is van plan één of ander milieu-studie af te ronden. Hij doet deze tours parttime om wat geld te maken. De tocht betrof een afstand van zo‘n twaalf en een halve kilometer. Een degelijke tocht over vaak onbegaanbaar gebied. Veel pad was er niet meer, vermits de mensen die er leefden lang geleden weggetrokken zijn. In Hesteyri zijn we nog naar een oud walvisstation gaan kijken. Gemaakt en gebruikt door Noren die de Ijslandse zee leegvisten. Moest het gebouw geen schoorsteen hebben (en zonder gids), zouden we nooit geweten hebben dat daar een walvisstation was. Echt wel hip om zulke ruïnes te zien. Daar eindigde onze trip en rond een uur of zes kwam de boot ons weer oppikken. Echt een mooie trip, ik ben blij dat ik er deel van uitmaakte.Ik vergeet wellicht duizend en één dingen, maar jullie hebben alvast de hoogtepunten te pakken.
Lennart
P.s: Rafat liet me ook kennismaken met een vrucht dat in't vlaams 'Dadel' noemt. Nooit van gehoord, maar wel gans goed. (Laat u verrijken!) En om even op Rafat terug te komen, ik weet niet goed met wie ik daar te maken heb gehad. Typ zijn naam (Rafat Ali) eens in op google en wees verbaasd van hetgeen u allemaal vind. De afbeeldingen zijn inderdaad van Rafat en van niemand anders.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten