Deze week vierde ik het aanbreken van de 10de en tevens laatste maand. M.a.w ik ben aan de 40ste week bezig. 40 man das nondepie veel. Hoe dan ook hier is mijn overzicht over de 39ste week.
Volgens mij op dinsdag ben ik nog eens naar het zwembad gegaan. Het was een zonnige dag en ja de jas mocht al eens op de kapstok blijven. Na wat rondgedobberd te hebben en nadat het bubbelbad een beetje saai werd besloot ik om mijn luie zelve los te laten. Het is dan ook niet nodig om te vermelden dat dit verhaal eindigde op een ligstoel. Fijn buiten in het zonneke en het was nog heet ook. Toen ik het zwembad verliet was ik toch nieuwsgierig naar de temperatuur en wat bleek het was niets minder dan 6°C. Kouder dan ik dacht, maar in de zon was het echt warm.
Rond de tijd dat ik uit het zwembad kwam was er ook een voetbalwedstrijd bezig en dan ben ik daar nog maar de laatste helft van gaan meepikken. Het was Bolungarvík tegen Ðingeyri en de stand was respectievelijk 12 -0. Een stand die me bekent voorkomt uit de goeien ouwe tijd.
Op woensdag ben ik met Halli naar Prince of Persia gegaan en dat was een goede film. Grote veldslagen met zwaarden en bogen en mooie dames, wat wilt ne mens nog meer in een film. Nee dat klinkt heel oppervlakkig, maar ik vond dat het goeie film was (desondanks bovengenoemde argumenten). Wat me vooral blij maakte was het feit dat vele een meer Brits accent hadden, want als ik eerlijk mag zijn: Amerikaans is plat en straalt maar weinig klasse uit (allez dat vind ik). Natuurlijk is een echt Brits accent ook iets vuils, maar der mooi tussenin dat is waar de mooiste klanken vandaan komen.
Deze week heb ik ook weer twee nieuwe dorpjes van mijn ‘te-ontdekken-lijstje’ mogen schrappen. Skálavík en Súðavík. Het was donderdag als ik me niet vergis. Burak moest zijn computer gaan inleveren, want dat was eigendom van de school. Na het droppen van die computer zijn we nog eens pizza gaan eten en daar vonden we Smárri. Hij zette zich bij en nam zich ook wat om te eten. Na het eten volgde een converatie waaruit volgde dat Smárri ons gaarne eens naar Súðavík wou rijden. Dit dorpje is het eerste dorpje dat men tegenkomt als men van Ísafjörður naar Reykjavík rijdt. Veel is er niet te zien, het is gewoon een verzorgd dorpje. Ook daar is de oudste tunnel in IJsland gesitueerd.
Die avond had ik de gelegenheid om met Elín en Elvar naar Skálavík te gaan. Ze gingen daar een lading schapen (inclusief lammetjes) loslaten zodat die daar rustig kunnen grazen in de zomer. Skálavík is gesitueerd aan het einde van de lijn. Dat is absoluut het einde van de weg. Het is vooral een zomerplek, veel mensen hebben daar een zomerhuisje. Maar ooit was het anders en woonde er een 200-tal mensen. Heel mooi strand en de omgeving is anders omdat de vallei tussen de bergen zo ... is. (ik kom hier niet op het woord, maar in het engels is het narrow) Geen foto‘s helaas omdat ik mijn camera niet bij had. Geen erg het zit allemaal nog vers in‘t koppeke. Elín en Elvar hebben ook een zomerhuisje daar helaas een beetje onderkomen, maar het is nog bruikbaar.
Vrijdag wou ik niet langer lui zijn en heb ik me volledig op het maken van een vlot gestort. Inderdaad zo‘n klein dingske dat blijft drijven. Het was nooit de bedoeling dat ik daarop ging staan of zo, ik wou gewoon iets maken dat bleef drijven.
Lang geleden was het een zekere Wim Van Audenhove (KSA) die tijdens een vlottentocht met een toch wel heel vreemd model afkwam. Het concept was volgens mij gebaseerd op een spin die over het water kan lopen waarbij de buik het water niet raakt. Met dat in gedachte wou Wim een vlot maken waarbij enkel de poten het water raakte. En ik kan me nog heel goed herinneren dat ik ferm verbaasd was dat het nog dreef ook. Die verbazing was zo groot dat ik het niet rap vergeten zal. Wat ik de vrijdag dus geprobeerd heb, was natuurlijk om zoiets te reconstrueren. Ik opteerde voor 4 poten i.p.v. Wim zijn model met zes. Een keuze waar ik later nog spijt van ging hebben. Enkele uurkes denken en timmeren had ik een simpel model klaar. Rond de vier poten had ik halve liter flesjes geplaatst.
Even later bracht Emil me naar een plek waar ik het model rustig kon testen en hier zijn mijn bevinden over het – welja – experiment. Wat ik meteen merkte toen ik het vlot op het water zette was dat het vrij diep lag en toen werd me ook meteen duidelijk waarom Wim toen voor 6 poten koos i.p.v. 4. 6 poten resulteren in meer oppervlakte waarover het gewicht kan verdeeld worden. Ik had ook de halve liter flesjes kunnen vervangen door 2 literflessen, maar die had ik toen niet bij de hand. Bij nader onderzoek was ook de hoek tussen het water en de achterste poten te klein waardoor de achtersteven nog dieper lag. Een ander fout van mij was dat ik de flesjes niet gedicht heb. Ook dat koste me de kop vooral in snelle stromingen waar golven alom aanwezig zijn, want die golven vulde mijn flesjes al snel en trok het hele spel de dieperik in. Geen erg ik heb mijn vlotje kunnen recuperen. Ik besloot om iets verderop een nieuwe test te doen. Ik dacht dat daar de stroming minder was, maar veel verschil was er niet. Echter deze keer bleef mijn vlot drijven en dat maakte me enthousiast. Te enthousiast. Ik veerde het koord iets te fel, waardoor mijn vlotje in de ruwste wateren terechtkwam. Een oneven strijd die mijn vlotje verloor. Opnieuw de dieperik in. Maar deze keer was ik er nog niet vanaf. Ik probeerde mijn vlot terug te halen, maar de stroming werd er natuurlijk niet minder op. Tegen de tijd dat ik mijn vlot aan wal trok, was de schade tevel. Eén van de poten was afgebroken onder de immense kracht van de rivier en de andere poten waren verplaatst. Om mezelf te troosten besloot ik om mijn verdriet weg te eten. Ik bestelde een Píta en die was nog goed ook. Al snel was ik het tragische event van die namiddag vergeten.
Einde
Lennart
P.s: zaterdag en zondag heb ik gewoon gechilled en dus kan ik daar niet veel meer over vertellen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten