maandag 31 mei 2010

Aðalvík - Hesteyri

Niet lang nadat ik mijn vorig bericht afgewerkt had, kreeg ik een telefoontje van Linda om samen iets te doen. Linda Björk is half IJslandse half Filippijnse en woont in Flateyri. Vaag haalde ze aan om te gaan kamperen en dus verwachtte ik niet dat dat door ging gaan. De volgende dag (maandag)belde ze me opnieuw en vroeg ze of ik geen zin had om te gaan kamperen met Hrefna, Geiri en zijzelf. Lang moest ik daar niet over nadenken mede doordat zij al op hun weg waren om mij te komen ophalen. Nog rap ergens een slaapzak opgevorderd en weg was ik. Toevallig was er bij Linda thuis een familiefeest aan de gang, ze zagen me alsnog graag komen en ’t is altijd cool als de mensen ook nog geïnteresseerd zijn in waar ge vandaan komt. En dus heb ik verschillende keren mijn verhaal mogen doen en dat deed wel deugt. Ook kreeg ik een vreemd gevoel bij het zien van zo’n hechte familie. Ik moest concluderen dat het lang geleden was dat ik nog een echt familie gezien had. Mijn gastfamilie heeft weinig tot geen familie in de omtrek en dus heb ik die band moeten missen. Ik prees mezelf gelukkig dat ik deel uitmaak van een hechte familie en ik voelde me zelfs thuis in de omgeving van Linda’s familie. Alsof dat nog niet genoeg was hielden ze ook nog eens een barbecue der bovenop. Ik denk dat ik de eerste avond ongeveer een kilo vlees heb opgegeten zonder overdrijven. Varkensvlees, kip en gemarineerd lamsvlees. Man man man toch! Echt goed, zeker omdat het meer dan 9 maanden geleden was dat ik nog eens kip gegeten heb. Het deed goed! Hoe het kamperen eigenlijk ging, wel… De meisjes vonden het te koud en dus sliepen we op de matrassen in de living. Smárri en Telma kwamen rond middernacht ook nog binnengestrompeld en dus was er meer dan genoeg leven in de brouwerij. De volgende dag aten we ook nog eens echte pannenkoeken (wat ook al meer dan lang genoeg geleden was). In de namiddag zijn we ook gaan kijken naar enkele modelscheepjes die ronddreven op een geïsoleerd stuk zee. De scheepjes zijn gemaakt door een vader en een zoon. Spijtig was wel dat de Bismarck en de Titanic nog in aanmaak waren. Die had ik graag zien ronddrijven. Daarna zijn we nog gaan vissen. ’t Was mijn tweede keer dat ik dat deed en nondepie vond ik dat cool. Niet zozeer het werkelijk binnenhalen van de vis en vervolgens de haak verwijderen, maar eerder al het geen dat daaraan vooraf gaat. Dat aas op dat haakje slaan en na wat wachten, raakt ge in zo’n soort dans met de vis die daaronder aan uw aas aan’t trekken is. Het klinkt misschien allemaal wat poëtisch, maar ’t is echt wel cool. Helaas kwam er aan het avontuur een abrupt einde toen Hrefna en Geiri een meningsverschil kregen. Wel het kan natuurlijk gebeuren, maar toch spijtig. Linda vertelde me dat het koppel wel vaker door dit soort situaties ging. Na het incident besloot ik dat ik beter uit de weg kon gaan en vroeg of niemand zin had om mij naar huis te brengen. Een spijtig einde voor een fantastische 2-daagse. Zo heb ik ook Flateyri weer eens gezien.

Door de week zijn Burak en ik een ritme gevallen. We zijn lui door de dag en rond middernacht gaan we uit om wat te basketballen. Er is hier zoveel licht tijdens de nacht dat we zelfs niet echt meer lichten nodig hebben. Toch is het cool zo basketballen door de nacht.

Op vrijdag gingen Burak en ik naar Ísafjörður omdat Burak zijn bankkaart niet meer werkte aan de enigste ATM in Bolungarvík. Het probleem was snel opgelost toen Burak een ander ATM gebruikte in Ísafjörður. Burak besloot om direct naar huis te gaan. Maar ik, ik ging nog wat in Ísafjörður rondhangen ervan overtuigd dat er toch wel ergens iets te doen was. Ik besloot om naar de toeristische dienst te trekken. Daar ging ik me bevragen of er wat tours zijn naar Hornstrandir. Ik had in gedachte om volgende week ergens zo’n tour te nemen, er zat voor mij helemaal geen druk op. Toevallig was er die morgen iemand van New York langs geweest die ook zo’n tour wou en dus waren ze zo vriendelijk om er ééntje in te lassen. Dat was de volgende morgen al. Rond half tien ’s morgens zou er een boot klaar liggen in de haven van Bolungarvík om ons naar Aðalvík te transporteren. De tour ging een trektocht zijn van Aðalvík (láttrar) naar Hesteyri. Op de kaart kan u dus zien dat ik van 2 (meeste linkse rode cirkel) naar 5 (helemaal links zijn er twee 5'en in het blauw) getransporteerd werd met de boot. Ik werd naar de hoogste vijf gebracht wat me tevens over 66° noorderbreedte bracht en dus zat ik voor enige tijd in de noorpoolcirkel. En wat ook gigantisch hip was, was dat Aðalvík geen haven had. We werden dus vanuit de boot met een zodiac (kleiner bootje) naar wal gebracht. Echt goed voor de avonturiersgeest! En dus zaten Jón Smárri (mijn gids) en Rafat Ali (uit New York) daar in de middle of nowhere terwijl onze boot vertrok. Allez ‘t was niet echt de middle of nowhere, want er waren enkel zomerhuisjes in de omtrek, maar die waren op het moment niet bewoont. Het ding is met een groepje van drie is dat het direct veel persoonlijker is dan een groep van twintig of zo. We waren nog niet tegoei weg of we moesten al een rivier oversteken. Schoenen uit en met opgetrokken broek moesten we door het water waden. Koud, wreed koud. Na zo‘n drie seconden in het water begint de kramp in te zetten en voelt het echt alsof ge uw voeten gaat verliezen. Niet lang nadat we de overkant bereikt hadden, zagen we een ‘Artic Fox‘ ik weet niet goed wat de naam in‘t vlaams is. De vos liep op zo‘n 30 meter van ons en voelde zich helemaal niet op zijn ongemak. Tijdens de tocht was het weer schitterend en dat maakt de dag allemaal maar beter. Rafat Ali (36) is een indiër die 11 jaar van zijn jeugd in Delhi heeft doorgebracht, daarna is hij naar LA in de states getrokken om de American Dream te leven. De laatste maanden heeft hij in New York gewoond en tussendoor heeft hij ook nog eens in Londen gewoont. 5 Jaar heeft hij aan een bedrijf gewerkt dat hijzelf heeft gesticht en enkele maanden geleden heeft hij dat bedrijf verkocht. Hij is getrouwd en gescheiden en heeft enkele kinderen uit dat huwelijk. Ook heeft hij een obsessie voor technologie waardoor het onnodig wordt te vermelden dat hij de IPad als één van de eerste had. Jón Smárri (28) is opgegroeid in Ísafjörður, maar woont nu in Reykjavík en is van plan één of ander milieu-studie af te ronden. Hij doet deze tours parttime om wat geld te maken. De tocht betrof een afstand van zo‘n twaalf en een halve kilometer. Een degelijke tocht over vaak onbegaanbaar gebied. Veel pad was er niet meer, vermits de mensen die er leefden lang geleden weggetrokken zijn. In Hesteyri zijn we nog naar een oud walvisstation gaan kijken. Gemaakt en gebruikt door Noren die de Ijslandse zee leegvisten. Moest het gebouw geen schoorsteen hebben (en zonder gids), zouden we nooit geweten hebben dat daar een walvisstation was. Echt wel hip om zulke ruïnes te zien. Daar eindigde onze trip en rond een uur of zes kwam de boot ons weer oppikken. Echt een mooie trip, ik ben blij dat ik er deel van uitmaakte.

Ik vergeet wellicht duizend en één dingen, maar jullie hebben alvast de hoogtepunten te pakken.


Lennart

P.s: Rafat liet me ook kennismaken met een vrucht dat in't vlaams 'Dadel' noemt. Nooit van gehoord, maar wel gans goed. (Laat u verrijken!) En om even op Rafat terug te komen, ik weet niet goed met wie ik daar te maken heb gehad. Typ zijn naam (Rafat Ali) eens in op google en wees verbaasd van hetgeen u allemaal vind. De afbeeldingen zijn inderdaad van Rafat en van niemand anders.

zondag 23 mei 2010

Capt'n Lenny

Deze week vierde ik het aanbreken van de 10de en tevens laatste maand. M.a.w ik ben aan de 40ste week bezig. 40 man das nondepie veel. Hoe dan ook hier is mijn overzicht over de 39ste week.

Volgens mij op dinsdag ben ik nog eens naar het zwembad gegaan. Het was een zonnige dag en ja de jas mocht al eens op de kapstok blijven. Na wat rondgedobberd te hebben en nadat het bubbelbad een beetje saai werd besloot ik om mijn luie zelve los te laten. Het is dan ook niet nodig om te vermelden dat dit verhaal eindigde op een ligstoel. Fijn buiten in het zonneke en het was nog heet ook. Toen ik het zwembad verliet was ik toch nieuwsgierig naar de temperatuur en wat bleek het was niets minder dan 6°C. Kouder dan ik dacht, maar in de zon was het echt warm.

Rond de tijd dat ik uit het zwembad kwam was er ook een voetbalwedstrijd bezig en dan ben ik daar nog maar de laatste helft van gaan meepikken. Het was Bolungarvík tegen Ðingeyri en de stand was respectievelijk 12 -0. Een stand die me bekent voorkomt uit de goeien ouwe tijd.
Op woensdag ben ik met Halli naar Prince of Persia gegaan en dat was een goede film. Grote veldslagen met zwaarden en bogen en mooie dames, wat wilt ne mens nog meer in een film. Nee dat klinkt heel oppervlakkig, maar ik vond dat het goeie film was (desondanks bovengenoemde argumenten). Wat me vooral blij maakte was het feit dat vele een meer Brits accent hadden, want als ik eerlijk mag zijn: Amerikaans is plat en straalt maar weinig klasse uit (allez dat vind ik). Natuurlijk is een echt Brits accent ook iets vuils, maar der mooi tussenin dat is waar de mooiste klanken vandaan komen.

Deze week heb ik ook weer twee nieuwe dorpjes van mijn ‘te-ontdekken-lijstje’ mogen schrappen. Skálavík en Súðavík. Het was donderdag als ik me niet vergis. Burak moest zijn computer gaan inleveren, want dat was eigendom van de school. Na het droppen van die computer zijn we nog eens pizza gaan eten en daar vonden we Smárri. Hij zette zich bij en nam zich ook wat om te eten. Na het eten volgde een converatie waaruit volgde dat Smárri ons gaarne eens naar Súðavík wou rijden. Dit dorpje is het eerste dorpje dat men tegenkomt als men van Ísafjörður naar Reykjavík rijdt. Veel is er niet te zien, het is gewoon een verzorgd dorpje. Ook daar is de oudste tunnel in IJsland gesitueerd.

Die avond had ik de gelegenheid om met Elín en Elvar naar Skálavík te gaan. Ze gingen daar een lading schapen (inclusief lammetjes) loslaten zodat die daar rustig kunnen grazen in de zomer. Skálavík is gesitueerd aan het einde van de lijn. Dat is absoluut het einde van de weg. Het is vooral een zomerplek, veel mensen hebben daar een zomerhuisje. Maar ooit was het anders en woonde er een 200-tal mensen. Heel mooi strand en de omgeving is anders omdat de vallei tussen de bergen zo ... is. (ik kom hier niet op het woord, maar in het engels is het narrow) Geen foto‘s helaas omdat ik mijn camera niet bij had. Geen erg het zit allemaal nog vers in‘t koppeke. Elín en Elvar hebben ook een zomerhuisje daar helaas een beetje onderkomen, maar het is nog bruikbaar.

Vrijdag wou ik niet langer lui zijn en heb ik me volledig op het maken van een vlot gestort. Inderdaad zo‘n klein dingske dat blijft drijven. Het was nooit de bedoeling dat ik daarop ging staan of zo, ik wou gewoon iets maken dat bleef drijven.

Lang geleden was het een zekere Wim Van Audenhove (KSA) die tijdens een vlottentocht met een toch wel heel vreemd model afkwam. Het concept was volgens mij gebaseerd op een spin die over het water kan lopen waarbij de buik het water niet raakt. Met dat in gedachte wou Wim een vlot maken waarbij enkel de poten het water raakte. En ik kan me nog heel goed herinneren dat ik ferm verbaasd was dat het nog dreef ook. Die verbazing was zo groot dat ik het niet rap vergeten zal. Wat ik de vrijdag dus geprobeerd heb, was natuurlijk om zoiets te reconstrueren. Ik opteerde voor 4 poten i.p.v. Wim zijn model met zes. Een keuze waar ik later nog spijt van ging hebben. Enkele uurkes denken en timmeren had ik een simpel model klaar. Rond de vier poten had ik halve liter flesjes geplaatst.

Even later bracht Emil me naar een plek waar ik het model rustig kon testen en hier zijn mijn bevinden over het – welja – experiment. Wat ik meteen merkte toen ik het vlot op het water zette was dat het vrij diep lag en toen werd me ook meteen duidelijk waarom Wim toen voor 6 poten koos i.p.v. 4. 6 poten resulteren in meer oppervlakte waarover het gewicht kan verdeeld worden. Ik had ook de halve liter flesjes kunnen vervangen door 2 literflessen, maar die had ik toen niet bij de hand. Bij nader onderzoek was ook de hoek tussen het water en de achterste poten te klein waardoor de achtersteven nog dieper lag. Een ander fout van mij was dat ik de flesjes niet gedicht heb. Ook dat koste me de kop vooral in snelle stromingen waar golven alom aanwezig zijn, want die golven vulde mijn flesjes al snel en trok het hele spel de dieperik in. Geen erg ik heb mijn vlotje kunnen recuperen. Ik besloot om iets verderop een nieuwe test te doen. Ik dacht dat daar de stroming minder was, maar veel verschil was er niet. Echter deze keer bleef mijn vlot drijven en dat maakte me enthousiast. Te enthousiast. Ik veerde het koord iets te fel, waardoor mijn vlotje in de ruwste wateren terechtkwam. Een oneven strijd die mijn vlotje verloor. Opnieuw de dieperik in. Maar deze keer was ik er nog niet vanaf. Ik probeerde mijn vlot terug te halen, maar de stroming werd er natuurlijk niet minder op. Tegen de tijd dat ik mijn vlot aan wal trok, was de schade tevel. Eén van de poten was afgebroken onder de immense kracht van de rivier en de andere poten waren verplaatst. Om mezelf te troosten besloot ik om mijn verdriet weg te eten. Ik bestelde een Píta en die was nog goed ook. Al snel was ik het tragische event van die namiddag vergeten.

Einde


Lennart

P.s: zaterdag en zondag heb ik gewoon gechilled en dus kan ik daar niet veel meer over vertellen.

maandag 17 mei 2010

Lammetjes & Sneeuw

Er is weer een weekje om en daar wil jullie natuurlijk graag over vertellen. Om de algemene sfeer op u los te laten moet ik zeggen dat deze week een vrij rustige week was. Maandagochtend had ik m’n laatste examen. Ik was het vergeten te vermelden, maar inderdaad ’t was de afgelopen twee weken examens. Hoe dan ook zo belangrijk is dat ook helemaal niet. Ik ben naar die examens gegaan, heb daar een uurke gezeten en ben het dan afgetrapt. Veel heb ik niet kunnen invullen al vind ik dat ik toch al wat IJslands kon verstaan. Ik heb rustig die vragen overlopen en hoewel ik de antwoorden niet kon geven, had ik toch al een idee waar ze naar toe wilden. De school is dus om en de vakantie is begonnen. Het enige dat ik nog op school moet doen, is daarheen gaan met mijn T-shirt waarop iedereen zijn naam dan kan schrijven.
Omdat het weer vakantie is, ben ik wederom verdwaalt in tijd en heb ik helemaal geen besef welke dag ik bepaalde dingen meemaak.

Hoe dan ook, ik ben ergens naar Robin Hood gaan kijken. Een nieuwe film met Russell Crowe. En hippe film dat wel, zeker een aanrader. Veel bekend volk in de bioscoop gezien en ‘t is altijd fijn om zo wat woorden te wisselen tijdens de pauze. Vanwege de vakantie zijn films hét alternatief om de tijd door te brengen. Zo huur ik regelmatig wat films.

Ook heb ik nog eens gefietst en dat was lang geleden. De dikke banden maakten het er niet gemakkelijker op. Ook heb ik gemerkt dat mijn conditie er wreed aan toe is. Spijtig, maar daar zal ik ooit nog wel eens werk van maken. Misschien dat het ook wat aan de fiets lag vermits ik er niet zonder handen mee kon rijden. En als dat niet lukt dan scheelt er meestal iets met de vélo. Misschien dat ik wat meer adem krijg als ik wat in Reykjavík heb rondgetoured.

De meeste bedrijvigheid was te vinden in de stal van de schapen die op dit moment allemaal hun lammetje aan het baren zijn. Ik heb zo’n geboorte van dichtbij meegemaakt en ik moet zeggen, veel schoons is er niet aan. Wel lachen is als die pasgeboren lammetjes voor het eerste mekkeren. Dan komt er zo’n piepgeluidje uit. Hier verwachten ze zo’n 59 lammetjes in totaal. En op dit moment zijn er al zo’n 31 geboren. Elvar is druk in de weer om er telkens bij te zijn, wanneer er weer een lammetje aankomt en dat resulteert in korte nachten. Moest er iets misgaan of moest de bevalling niet zo vlot verlopen dan wil Elvar daar zijn om het allemaal op het rechte pad te zetten. Bij de geboorte die ik heb meegemaakt bijvoorbeeld ging het mis. Een lammetje had één voorpoot op de verkeerde plaats en dus schoot Elvar te hulp. Ook heb ik daar de vermeende ‘echte’ ijslandse schapen gezien. Deze hebben niet 2 maar 4 hoorns. Echt gemakkelijk zit dat niet en vaak zagen ze stukken van die hoorns af om het leven van het schaap te vergemakkelijken. Ik zeg ‘vermeend’ omdat niemand er zeker van is.

Op het moment dat ik dit bericht aan het schrijven ben, krijg ik ook post(niet echt post eerder nieuws) binnen over het pakje dat Tante Ria en Nonke Danny opgestuurd hebben. Ze het pakje ‘in beslag genomen’ of hoe zeggen ze dat. Nee, ze hebben dat opgedaan (wellicht omdat ze iets gezien hadden op de scanner) en nu krijg ik hier een soort verslag van. Ze vertellen me hier dat er vlees in het pakketje zat en dat is ten strengste verboden. Ik moet nu ene mail gaan sturen om alsnog de rest van het pakket in handen te krijgen.

Die regels zijn er om IJsland te beschermen. Vermits IJsland een eiland is, is er weinig of geen genetisch materiaal afkomstig van buitenaf. Daardoor is de veestapel vrij van menig ziektes. M.a.w. er zijn maar weinig dierenziektes in IJsland. Men is bang dat die puurheid gebroken wordt door vleesimport. Vlees kan enkel het land binnenkomen als gekookt of gebakken is (Dat is alleszins wat men hier mij verteld). Tante Ria en Nonke Danny toch bedankt voor de gedane moeite! Hopelijk was het niet allemaal vlees.

Gisteren heeft het hier nog eens gesneeuwd. Wel grappig, want vorige week was het zo goed weer. Maar ze zeggen dat elke maand hier wel een sneeuwbui in zich heeft. En weet ge, hier hebben ze geen echte regenbuien dus, die sneeuw vervangt dat zo’n beetje.

Dat was het zowat. Geniet nog van uwen dag.


Lennart

maandag 10 mei 2010

Het Leven Begint Bij Spontaniteit!

Vorige week was misschien één van de mindere, maar hier zijn we weer en alles is weer ideaal. 8 appels en twee halve krentenbroden later voel ik me weer goed zo niet geweldig. Ik kreeg het in mijn hoofd om een appel te kopen en toen zag ik zo’n pakketje van vier en hupla ik heb al elke dag een appel gegeten. Ik kan niet zeggen dat ik me nu opeens zo gezond voel, maar het feit dat ikzelf een stapje heb ondernomen geeft me nieuwe moed en dat alleen zorgt voor een prettig gevoel. Die twee halve (niet één hele, maar twee halve) krentenbroden zijn u wel bekend van één van de voorgaande blogberichten.

Op maandag begon ik mijn nieuwe week met het ongedaan maken van de titel: “Der Begint Wat Slijt Op Te Komen.” En wat is er beter om slijtage tegen te gaan dan het kopen van nieuwe sneakers? Das zeker nieuwe gympen was mijn antwoord op de pessimistische energie die vorige week circuleerde. Ik wou nog voor een nieuwe broek gaan, maar ik vond dat ik lang genoeg in die winkel had rondgedraaid en dus zal ik nog eens terug moeten gaan. Winkelen is niet mijn ding, maar ik kan net aan als ik het beetje bij beetje doe. Ik ben deze keer voor Puma gegaan, omdat ik die gewoonweg het schoonste vond. De meeste schoenen van Nike die ze verkochten waren gemaakt om te lopen en dus was er niet veel vrijetijds aan. Maandag was ook de dag dat ik nog een artikeltje geschreven heb voor Sparrendal. Jawel mijn vorige school. Der ging ene mail rond om iets te schrijven voor de komende opendeur (die nu reeds om is). Over uw ervaringen, uw toekomstplannen enz.

Dinsdag was de dag van goed nieuws. Mama had me namelijk gevraagd om regelingen te treffen in verband met mijn verblijf in Reykjavík. Burak en ik waren van plan om de laatste 10-14 dagen in Reykjavík te verblijven en we hadden daar al wat steun voor ondervonden bij de AFS-top. Maar om zulke dingen te doen moet ge echter veel papierwerk in orde brengen. En dus begon ik met een mailtje naar de dame in het AFS-kantoor te Reykjavík die zo’n beetje over de uitwisselingsstudenten waakt. Ik vroeg haar naar wat informatie, want zij was diegene die er volledig achterstond. En het is zo dat als ge ergens iets wilt, moet ge deze dame aan uw zijde hebben. Het begon dus allemaal al goed, maar daar stopte het niet. Nog geen twee uur later kwam er opnieuw een mailtje binnen.
Het ging als volgt: “I have news for you. you will be arriving here to Reykjavik June 16th and you will stay at a volunteers house. They are not going to be a typical hostfamily, since they will be very busy. However, you will get your room, food to eat and kindness :-) and they will let you have their bike to ride on in the city. How do you feel about that?”

Wat ik daar van vindt? Geweldig natuurlijk, ik kan al niet wachten. Burak zal in zijn eerste gastgezin verblijven op zo’n klein uurtje van Reykjavík. 10 dagen in Reykjavík en een fiets wat wil ik nog meer?

Woensdag kan ik met niet meteen herinneren, maar het moet gewoon een geweldige dag geweest zijn. EDIT: (5 minuten later) Ik weet weer wat ik gedaan heb op woensdag. Op de middag ging ik naar het zwembad om daar echter voor een gesloten deur te staan (het ging pas open om 16:00u). Op mijn terug weg naar huis, besloot ik om een balletje te gaan trappen op zo’n voetbalveldje. Dat is wel cool hier, de voetbalbond van IJsland heeft in elke dorpke zo’n voetbalveldje aangelegd. Kunstgras en omheining inbegrepen. En dus stond ik daar dus te draaien met een bal die ik ergens gevonden had en ik moet zeggen dat mijn voetbalkunsten er op vooruit gegaan zijn. Ik wordt blijkbaar beter als ik lange tijd niet speel. ^^ zegt ook al veel he. Toevallig ligt dat voetbalveldje direct langs de basisschool en vreemd was het dus niet toen er zo’n kereltje van een jaar of 10 uit de school gehuppeld kwam. Hij stond een tijdje te kijken naar mij (en ik was dus mijn vol trots mijn nieuwe vaardigheden aan het tonen – ja ey, tis niet alle dagen dat ik super in voetbal ben he). Daarna hebben we nog wat samen gevoetbald en heb ik nog wat doelman gespeeld. Spontaniteit is cool!

Het plan was om rond een uur of 16:00u terug te gaan om alsnog een duik in het zwembad te nemen. Ik stopte echter bij datzelfde voetbal veldje om deze keer naar Emil’s voetbaltraining te kijken. Daarna heb ik een halfuurke gebasketbald en toen was het tijd om naar de muziekschool te trekken. Emil vroeg of ik naar zijn optreden ging kijken en wie ben ik om nee te zeggen? Ik heb dit nog al eens gedaan (dat was die keer dat ik nog eens elektrische gitaar gespeeld heb). Ook deze keer vroeg ik bij afloop de directeur of ik wat gitaar mocht spelen en hij was meer dan blij om mij rond te lijden tot bij de gitaren en versterkers. Ik voelde echter de vibe niet die ik nodig heb om gitaar te spelen en dus ronde ik fijn af na een klein uurtje. Ik nam nog even de tijd om het gebouw te bezichtigen, maar had het zowat gehad met muziek voor vandaag. Dat was tot ik een GI- GAN- TISCHE basversterker vond. Helaas had ik mijn eigen basgitaar niet bij, maar ik had al eerder een elektrische basgitaar zien liggen. Ik installeerde mij en smeet het volume charmant open. Nog wat Wah-Wah effect erop en mijn jamsessie kon beginnen. Ik begin ook beter te worden in de ‘Slap-Bass’-techniek.

Donderdag was een rustige dag met schoon weer. Het weer is trouwens bijzonder schoon hier. Vreemd om te vernoemen dat als de thermometer hier +10°C uitslaat ge echt al uwe frak uitsmijt omdat het gewoon gigantisch heet is. Die avond ben ik ook Iron Man 2 gaan kijken in de bioscoop. Een mooie afsluiter voor een mooie dag. Ah nee, ik ben Iron Man 2 op dinsdag gaan kijken, maar goed. Een coole film alsnog. Ik denk dat ik op donderdagavond voor het eerst (in mijn leven): ‘The Tonight Show’ met Jay Leno gezien heb. Dat was wel grappig, maar niet echt iets speciaals (er zit thans een heel goeie gitaarspeler in die met zijn band de achtergrondmuziek verzorgt).

Vrijdag begaf ik me om 15:00u naar de busstop, want ik moest ik Ísafjörður zijn. Helaas geen bus en dus moest ik wachten tot 16:30u om te zien of er alsnog een bus was. Ik besloot om mijn jas uit te doen en dus moest ik even terug naar huis. Als bij toeval besloot ik om eens een andere weg te nemen en kwam ik toch niet de moeder van Elvar (gastvader) tegen. Ik heb me fijn bijgezet op het terras en hebben we daar nog wat dialoog gevoerd in het IJslands.

Gelukkig was er een bus omstreeks halfvijf en dus kon ik mijn geplande avontuur beleven. Ik ging namelijk met Egill Ari (= één kerel) naar een kayak-initiatie. Ik heb nog niet te vaak een kayak van dichtbij gezien en dus was ik verbaasd hoe megahip zo’n ding eigenlijk is. Egill heeft er zelf één en zijne is ongeveer 1500 euro waard. Echt een hip machine. De les ging door in het zwembad van Flateyri (en dat was wel fijn, vermits ik voordien nog maar één keer daar geweest was en dat was dan ook nog eens toen het donker was). De opzet van de les was om te leren recht te komen met uw kayak als ge omkantelde met uw bootje. Na het observeren van de mensen die er al wat van konden, mocht ik het zelf ook eens proberen. Volledig in de knoop met de dimensies, want up is nu down en omgekeerd. Na enkele keren kon ik er al wat van en inderdaad lukt het me zelfs om recht te komen. Hippe mensen daar en dat herinnerde me weer aan het feit dat elk clubje zijn eigen genre volk heeft. Zo kan ik bijvoorbeeld de mensen van de Speedway en de Harmonie vergelijken en nu ook met het kayakvolk. Iedere groep heeft zo zijn eigen karakteristieken. Grappig. Egill heeft trouwens ook een immens hippe hond. Een Alaskan Malamute, volledig mijn type hond. Deze soort is zwaarder en groter dan een Husky. De Husky is een sprinter, waar de Malamute eerder een marathonloper is. Dat is alleszins de informatie die Egill mij gaf. Ook heeft Egill me nog een tof liedje laten horen, ideaal voor op de eenzame wegen tijdens zonnige weer in IJsland. (Klik Hier)

Egill bracht me bij afloop naar Ísafjörður, want ik kon overnachten bij Sigga. Zo hoefde Egill niet helemaal van flateyri naar Bolungarvík te rijden. Toen ik daar ging pitten hoorde ik ook nog een vreemd geluid. Ik strompelde naar de gang om daar te merken dat er een vogeltje was uitgekomen. Sigga heeft zo’n broeimachine op de gang staan met zo’n 5 eieren in en eentje was uitgekomen enkele uren voordien. Wel schattig om te zien. Wandelen zat er nog niet in voor het klein vogeltje en zitten ging ook nog niet helemaal tegoei, maar geluid maken kon’em wel. Gelukkig kwam ik alsnog in slaap.

Zaterdag heeft Sigga me teruggebracht naar Bolungarvík en daar was ik net op tijd om deel te nemen aan de jaarlijks opruim van het dorp zelf. Iedereen nam een straat of 2 voor zijn rekening en op ongeveer 2 uur waren we er mee klaar. Twas zo’n beetje gelijk ene bosopruimactie van de KSA. Er was nog een BBQ aan gekoppeld (blijkbaar kan Jef de toekomst voorspellen) en het was nog gezellig ook. Mah nondepie. Niet dat ik veel mensen kende op die opruimactie, maar als ge zo samen in de kou sta met een hotdog dat creëert al direct een band.

Elín had voor ons een wandeling gepland op zondag en die ging door in Suðureyri. Ook daar ben ik nog nooit geweest. De wandeling ging door iets verder dan het dorp waar we zo’n 9 km op de flank van een berg gewandeld hebben. Van een pad was helemaal geen sprake, het enige dat misschien in de beurt van een pad kwam, waren de schapensporen die een lijn in het landschap sneden even breed als een schoen. Op de terug weg vertelden ze ons nog van: ‘Ahja, waar jullie juist gelopen hebben, daar zijn enkele mensen gestorven’. Zo gevaarlijk was de wandeling. Op momenten was het echt opletten en een sprong maken in de hoop dat ge juist terechtkwam. Allez dat heb ik er toch van gemaakt, want er waren ook veilige stukken. Maar de thrill van gevaar moet ik ook af en toe eens proeven. Wel grappig was dat iedereen van die NordicWalking-sticks bij had en volledig uitgerust was terwijl ik daar stond in mijn oude sportschoenen. Toch was ik de snelste in het terugkomen. Ik moest voor mijn eigen nog eens bewijzen of ik het nog kon. De laatste drie kilometer heb ik doorgetrokken en twas nondedoeme vermoeiend. Niet zozeer die 9 km, maar het terrein was zeer vermoeiend.

Wederom heb ik geleerd dat ge ergens moet komen om wat avontuur te beleven. Vandaar ook de titel. Helaas weet ik nu al dat deze woorden ooit nog eens tegen mij gaan gebruikt worden als ik weer eens in een luie bui ben.

Dat was mijn week zo’n beetje, duizend maal beter als afgelopen week. Trouwens ik heb ook weet gekregen van wat beeldmateriaal waarin jullie me bedanken. Ik wil maar gewoon zeggen dat jullie zoveel niet hadden moeten doen. Komen deze beelden bekend voor? (Klik Hier)


Lennart

Wellicht dat dit liedje het meest past bij het gevoel dat ik nu heb.

maandag 3 mei 2010

Der Begint Wat Slijt Op Te Komen.

Ik ga efkes beginnen met een klaagzang zodat ik daar vanaf ben. Ik ben het eten echt moe. We hebben bijvoorbeeld altijd hetzelfde brood. ALTIJD, van dat wit industrieel brood. Want een warme bakker hebben ze niet in Bolungarvík. En dan dieje vis, ’t komt me volledig aan men oren uit. De laatste tijd eet ik heel onregelmatig en soms helemaal niet. Niet omdat ik gene honger heb, maar gewoon omdat het weer ergens iets vuils is. Onlangs had ik ook van die geelachtige vlekken op mijn benen en ik ben niet de eerste met die plekken. Ook Emil en Burak hebben die. Elín zegt dat dat komt van ongebalanceerde voeding. En dan denk ik bij mezelf: “Hoe zou het komen?” Desondanks de onregelmatige tijden leg ik ook veel schuld bij het eten zelf. Zo sla ik bijvoorbeeld het ontbijt over (iets wat ik in België NOOIT zou doen) en waarom doe ik dat? Omdat ik anders 2 keer zo veel van datzelfde brood eet, datzelfde wit brood waar ik niet meer tegen kan. Nu heb ik niks tegen traditioneel eten als het om te proeven is, maar als ge hier zoiets elke dag van de week op u bord krijgt dan verliest ge gewoon uwen appetijt. Het doorsnee diner hier bestaat uit een lap vlees of vis. Als het vlees betreft praten we over een taai stuk vol knook (enkel als we een lammeke eten is het ok). Bij vis geef ik gewoon op en duw ik het spul gewoon naar binnen. Ik ben niet gemaakt voor vis en het feit dat ik zo dicht bij de visindustrie leef, maakt het er allemaal niet beter op. Als groenten bij uw lap vlees/vis krijgen we 5 aardappelkes geserveerd die we moeten delen onder 5 man. Das geen erg want die klein dingen smaken ook naar niet veel. Ook krijgen we erwtjes en worteltjes in blik, m.a.w. te vochtig naar mijn goesting. Als ge die worteltjes proeft begrijpt ge meteen waarom ze u de week daarop hetzelfde blik voorschotelen. Dan is er ook nog rode kool die volgens de gewoonte hier koud wordt geserveerd. Waar ik in het begin de uitvinding “gelei/confituur bij u vlees” prees, kom ik nu op dat statement terug en ga ik u vertellen dat het gewoon is om alles iets zoeter te maken. Het vlees heeft maar weinig smaak op z’n eigen. Ine, Leine en Diane gaan waarschijnlijk niet begrijpen waar ik het over heb, omdat zij een lammeke geserveerd kregen. En de eerste keer dat ik een lammeke geserveerd kreeg was ik ook in de zevende hemel. Maar na de 50ste keer is het nieuwe er al lang vanaf en wilt ge gewoon een degelijk ontbijt. Mam thuis zegt zelf dat ze geen keukenprinses is, maar ik begin te geloven dat ze een keukengodin is.

Ik ga niet alles neerhalen, want ik beleef hier vaak toffe momenten. Zo zag ik op vrijdagavond –om iets verder in te gaan op het woord godin – ‘Clash of the Titans’. Een film die het leven van de zoon van Zeus beschrijft. Hij moet de wereld beschermen tegen de onderwereld. De verhalen uit de Griekse Mythologie zijn voor mij gemaakt. En dus kan ik alleen maar zeggen dat het een steengoede film was! Doch was het een vrij snel evoluerend film. Men had er voor mijn part een trilogie van mogen maken. Vrijdag was ook de laatste schooldag en de laatstejaars vierden dit natuurlijk gigantisch hard. Met veel lawaai, nog halfdronken van de nacht ervoor en verkleedt als het koekiemonster. Dit was zowat hun vervanging voor chrysostomos in België.

Dinsdag na school ging ik weer naar Sigga en Sígurjón. Ik wist dat er geen zwemlessen gegeven werden, maar van Sigga mocht ik nog steeds op dinsdag en donderdag afkomen. Ik denk dat ze gewend aan het raken is aan de rust die ze op dinsdag- en donderdagavond heeft vermits ik de hele avond met Sígurjón rondhang. Er was echter niet veel volk in huis op dinsdagavond, maar terug naar Bolungarvík wou en kon ik niet meer vermits de laatste bus om 18:00h vertrokken was. Een avond vrij is altijd welkom.

Het weekend bracht ons een beetje ‘back-to-basic’ vermits er iets mis was met de internetconnectie. Op zaterdag heb ik wat gitaar gespeeld en wat muziek geluisterd. En in de avond hebben we de film ‘Avatar’ gezien. Het mag gezegd zijnde, de film blijft goed! Op zondag zijn Burak en ik wat gaan basketballen en daarna hebben we weer een filmke opgezet: ‘The Hangover’ deze keer.

Vermits onze internetconnectie niet meer werkt weten jullie ook meteen waarom ik een beetje te laat ben deze week. Al ben ik vaker te laat geweest, deze keer heb ik een excuus. Ik zit momenteel in school en eigenlijk heb ik hier niks te zoeken vermits de examens begonnen zijn vandaag (En ik heb er geen vandaag). Maar ik wou niet thuisblijven,want daar heb ik het zowat gezien.

De titel luidt ‘Der begint wat slijt op te komen.’ En inderdaad gisteren toen ik mijne vuile was van de afgelopen twee weken aan het verzorgen was kon ik zowaar een broek en wat sokken wegsmijten vanwege gigantische gaten. En toen ik daarna eindelijk mijne schone was van 4 weken geleden opplooide kon ik nog eens 3 paar sokken wegsmijten. Ook heb ik onlangs mijn schoenen moeten oplappen omdat er in de hiel lucht zat die er met een stom piepgeluid uitkwam telkens ik een stap zette. Ik heb gewoon een gat in de zijkant van de hiel geprikt en what do you know het piepgeluid is weg. Misschien is het toch tijd voor nieuwe schoenen…

That’s all folks!


Lennart